Vindplaatsen van het woord zovele in het nieuwe testament (5 verzen):

MattheŁs 15:33
En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen?

Johannes 12:37
En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij in Hem niet;

Johannes 21:11
Simon Petrus ging op, en trok het net op het land, vol grote vissen, tot honderd drie en vijftig; en hoewel er zovele waren, zo scheurde het net niet.

Handelingen 4:6
En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovele er van het hogepriesterlijk geslacht waren.

2 KorinthiŽrs 1:20
Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons.