Vindplaatsen van het woord zaad in de apocriefe geschriften (43 verzen):

3 Ezra 8:71
Want zij hebben zich ten huwelijk gevoegd met dezer volken dochteren, zij zelf namelijk en hun zonen; en het heilige zaad is vermengd geworden onder de vreemde volken des lands; en aan deze zonde zijn de oversten en de groten van het begin dezer zaak deelachtig geworden.

3 Ezra 8:89
Zoudt gij dan over ons niet vertoornd zijn totdat gij ons uitgeroeid hebt? totdat gij noch onze wortel, noch zaad, noch naam hebt overgelaten?

4 Ezra 3:15
En gij hebt met hem een eeuwig verbond gemaakt, en hebt hem gezegd, dat gij zijn zaad nimmermeer zoudt verlaten; deze hebt gij gegeven Izaäk, en Izaäk hebt gij gegeven Jakob en Ezau.

4 Ezra 3:17
En het is geschied toen gij zijn zaad uit Egypte leiddet, dat gij hem gebracht hebt aan de berg Sinaï.

4 Ezra 3:19
En uw heerlijkheid ging door vier poorten, namelijk door het vuur, en de aardbeving, en de wind, en de vorst; opdat gij het zaad Jakobs, de wet gaaft, en het geslacht Israëls ijver.

4 Ezra 8:6
O Here, zo gij uw knecht niet toelaat, dat wij voor uw aanschijn bidden, en dat gij ons zaad in het hart geeft, en bouwing aan onze zinnen, waaruit vrucht mag voortkomen, vanwaar zal een ieder die verdorven is kunnen leven, die de plaats van een mens beslaat?

4 Ezra 8:41
Want gelijk de landman op de aarde veel zaad zaait, en vele planten plant, maar alle die in de tijd gezaaid zijn niet worden behouden, noch alle, die geplant zijn wortelen krijgen, zo ook alle, die in de wereld gezaaid zijn, worden niet behouden.

4 Ezra 8:43
Gelijk het zaad des landmans verloren gaat indien het niet opkomt, of uw regen intijds niet ontvangt, of indien het door de veelheid des regens verderft,

4 Ezra 8:44
Zo gaat ook desgelijks verloren de mens, die door uw handen is geschapen, en zijt hem een evenbeeld genoemd, omdat gij hem gelijk zijt, om wie gij alle dingen hebt geschapen, en die gij het zaad des landmans gelijk gemaakt hebt.

4 Ezra 9:30
Gij Israël, hoor mij, en gij zaad Jakobs, luister naar mijn reden.

4 Ezra 9:34
En ziet, het is een gewoonte, als de aarde het zaad ontvangen heeft, of de zee een schip, of een vat de spijs en de drank, wanneer hetgeen verbroken wordt waarin gezaaid of gedaan is,

4 Ezra 15:13
De akkerlieden, die het land bouwen, zullen treuren; want hun zaad zal van brand, en hagel, en van een vreselijk gesternte verdorven worden.

Tobias (Tobit) 1:1
HET Boek der geschiedenissen van Tobias, de zoon van Tobias, de zoon van Ananiël, de zoon van Aduël, de zoon van Gabaël, uit het zaad van Azaël, uit de stam van Naftali.

Tobias (Tobit) 1:9
En als ik nu een man geworden was, zo nam ik Anna, uit het zaad van ons geslacht, tot een huisvrouw, en won uit haar Tobias.

Tobias (Tobit) 4:13
Kind, wacht u van alle hoererij, en neem u een vrouw van het zaad uwer vaderen, en neem geen vreemde vrouw, die niet is uit de stam uws vaders, dewijl wij kinderen der profeten zijn. Noach, Abraham, Izaäk, Jakob zijn onze vaderen van ouds af; gedenk, kind, dat deze allen vrouwen genomen hebben uit hun broederen, en zij zijn gezegend in hun kinderen, en hun zaad zal het aardrijk beërven.

Boek der Wijsheid 3:16
Maar de kinderen der echtbrekers zullen niet volkomen worden, en het zaad van een onwettig bed zal verdwijnen.

Boek der Wijsheid 7:2
En ben in het lichaam mijner moeder tot vlees gebeeld in tien maanden tijds, zijnde in bloed tezamen geronnen uit zaad eens mans, en wellust die daarbij komt met de slaap.

Boek der Wijsheid 10:15
Deze heeft dat heilige volk, en dat onbestraffelijk zaad verlost, uit de natie dergenen die haar verdrukten.

Boek der Wijsheid 12:11
Want het was een vervloekt zaad van den beginne; noch iemand vrezende, gaaft gij hun zekerheid in hetgeen waarin zij zondigden.

Boek der Wijsheid 14:6
Want ook in het begin als de hovaardige reuzen vergingen, nam de hoop der wereld haar toevlucht tot een schip, en liet de wereld een zaad der voortteling na, zijnde bestuurd door uw hand.

Jezus Sirach 1:14
Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden vertrouwd.

Jezus Sirach 10:22
Die de Here vrezen zijn een gewis zaad, en die Hem liefhebben een kostelijke plant; daarentegen die op de wet niet achten, zijn een schandelijk zaad; die de geboden overtreden een afdwalend zaad.

Jezus Sirach 26:21
Als gij uit alle velden een vruchtbaar deel zult uitgezocht hebben, zo zaai uw eigen zaad, vertrouwende op uw edel geslacht.

Jezus Sirach 41:9
Het erfdeel van de kinderen der zondaars vergaat, en bij hun zaad blijft gedurig versmaadheid.

Jezus Sirach 44:12
Bij hun zaad blijft een goed erfdeel; hun nakomelingen zijn in de verbonden.

Jezus Sirach 44:13
Hun zaad is in de verbonden, en hun kinderen na hen.

Jezus Sirach 44:14
Tot in der eeuwigheid blijft hun zaad, en hun heerlijkheid zal niet uitgedelgd worden.

Jezus Sirach 44:22
Daarom heeft hij hem met een eed beloofd, dat hij de vol ken zou zegenen in zijn zaad;

Jezus Sirach 45:19
Dit is hem geweest tot een eeuwig verbond, en zijn zaad zolang de hemel dagen zal hebben; om tegelijk zijn dienst waar te nemen, en het priesterschap te bedienen, en het volk in zijn naam te zegenen.

Jezus Sirach 45:26
Vooral heeft hij hem brood toebereid in verzadiging; want zij eten de slachtoffers des Heren, welke hij hem en zijn zaad gegeven heeft.

Jezus Sirach 45:30
Daarom heeft de Here met hem en zijn volk opgericht een. verbond des vredes, dat hij zou zijn een voorstander der heilige dingen, en dat hij en zijn zaad de grote heerlijkheid des priesterdoms zou hebben in der eeuwigheid.

Jezus Sirach 45:31
En gelijk, volgens het verbond opgericht met David, een zoon uit de stam van Juda het erfdeel des konings heeft, en komt van de ene zoon alleen tot de andere; zo is het erfdeel des priesterdoms Aäron toegelegd en zijn zaad.

Jezus Sirach 46:11
De Here gaf Kaleb sterkte, die hem bijbleef tot in zijn ouderdom, dat hij opklom op het hoogste van het land, en zijn zaad heeft dat erfdeel behouden.

Jezus Sirach 47:22
Zo hebt gij uw heerlijkheid een schandvlek aangehangen, en uw zaad ontheiligd, en over uw kinderen toorn gebracht, en dat zij zijn gekweld geworden vanwege uw dwaasheid, als de heerschappij in twee gescheurd werd, en uit Efraïm een on gehoorzaam koninkrijk ontstond.

Jezus Sirach 47:24
Hij delgde de nakomelingen van zijn uitverkorenen ook niet uit, en nam het zaad desgenen, die hem had liefgehad, niet weg.

Jezus Sirach 47:26
En Salomo rustte met de vaderen, en liet na van zijn zaad een zeer dwaze onder het volk, en gering van verstand, namelijk Rehabeäm, die het volk deed afvallen door zijn raad.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:36
Tot welke gij gesproken hebt, dat gij hun zaad zult ver menigvuldigen gelijk de sterren des hemels, en gelijk het zand dat aan de oever der zee is.

Susanna (Dan. 13) 1:56
En als hij deze had doen weggaan, beval hij dat men de ander zou voorbrengen, en zeide tot hem: Gij zaad van Kanaän en niet van Juda, de schoonheid heeft u bedrogen, en de begeerlijkbeid heeft uw hart verkeerd.

Gebed van Manasse 1:1
Here, almachtige God, gij God onzer vaderen van Abraham, Izaäk, en Jakob, en van hun zaad.

1 Makkabeeën 5:62
Doch zij waren niet van het zaad van die mannen, door welker hand Israël behoudenis is gegeven.

1 Makkabeeën 7:14
Want zij zeiden: Een man, die een priester is uit het zaad van Aäron, is gekomen met het krijgsvolk, en die zal ons geen ongelijk aandoen.

2 Makkabeeën 7:17
Maar gij, verwacht en aanschouw Gods grote kracht, hoe hij u en uw zaad zal pijnigen.

3 Makkabeeën 6:2
O machtige Koning, gij opperste en almachtige God, die alle geschapen dingen in ontferming regeert, aanzie het zaad van Abraham, en zie op de kinderen van de geheiligde Jakob, het volk van uw geheiligd erfdeel, dat in een vreemd land een vreemdeling is, en onrechtvaardig vernield wordt, o Vader!