Pieter de Grebber ca. 1600 – 1653

De gastvrije landarbeider uit Gibea

olieverf op doek (107 × 150 cm) — ca. 1640
Museum privécollectie

Bestel een reproductie

Dit werk is gekoppeld aan Richteren 19:20

Op weg naar huis besluit een Leviet om met zijn bijvrouw en knecht de nacht door te brengen in de stad Gibea. Het is al donker als ze er aankomen, en geen van de inwoners biedt ze een slaapplaats aan, hoewel de traditie dat vereist.

Dan komt een oude man thuis van zijn werk op het land. Hij is zelf niet in de stad geboren. Hij neemt de vreemdelingen mee naar zijn huis, zoals De Grebber hier laat zien, wast hun voeten, en ze maken er een vrolijke avond van.

Als andere inwoners van de stad lucht krijgen van het bezoek, kloppen ze aan en roepen ze dat de Leviet naar buiten moet komen, opdat ze hem kunnen "bekennen". Het waren 'Belials kinderen', oftewel kinderen van Satan. De landarbeider weigert, de mannen dringen aan, en uiteindelijk stuurt de Leviet zijn bijvrouw naar buiten. Zij was hem ontrouw geweest.

Het loopt slecht met haar af. Ze wordt de hele nacht "bekend". De Leviet vindt haar 's ochtends dood terug voor de deur van zijn gastheer. Hij zet haar op zijn ezel en vervolgt zijn reis naar huis.

Eenmaal thuis snijdt hij haar lichaam in twaalf stukken en stuurt die naar alle landsdelen van Israël. Daarmee wilde hij laten zien wat hem was overkomen in Gibea, nota bene een Israëlitische stad. Daarop trokken de woedende stammen van Israël op naar de stad en eisten de uitlevering van de verkrachters. Zo begon de eerste Israëlitische burgeroorlog.

Het schilderij is een ongedateerd doek van de Haarlemmer Pieter de Grebber.