
Arent de Gelder 1645 – 1727
olieverf op doek (102 × 152 cm) — ca. 1685
Gemäldegalerie Alte Meister, Dresden
De joodse inwoners van het rijk van de Perzische koning Ahasveros hebben wraak kunnen nemen op hun vijanden, de aanhangers van de listige Haman. Mordechai en Esther vinden dat de gebeurtenis jaarlijks herdacht moet worden. In de eerste Poerimbrief roept Mordechai ze daartoe op: voortaan zijn de veertiende en vijftiende dag van de maand Adar feestdagen.
De Gelder schilderde ook het opstellen van de tweede Poerimbrief.
Dit werk is gekoppeld aan Esther 9:20