Vindplaatsen van het woord heersende in de apocriefe geschriften (12 verzen):

4 Ezra 3:4
O heersende Here, gij hebt van den beginne gesproken, toen gij het aardrijk hebt gefundeerd, gij alleen, en hebt het volk geboden gegeven;

4 Ezra 4:38
En ik antwoordde en zeide: O heersende Here, maar ook wij allen zijn vol goddeloosheid,

4 Ezra 5:23
En ik zeide: O heersende Here, uit alle bossen der aarde en uit al hun bomen hebt gij alleen de wijnstok verkoren;

4 Ezra 5:38
En ik sprak: O heersende Here, wie is er die deze dingen kan zien, dan die bij de mensen zijn woning niet heeft.

4 Ezra 6:11
En ik antwoordde, en zeide: O heersende Here, indien ik genade gevonden heb in uw ogen,

4 Ezra 7:17
En ik antwoordde en zeide: O heersende Heer, ziet gij hebt in uw wet verordineerd, dat de rechtvaardigen deze dingen zouden beƫrven, en dat de goddelozen zouden vergaan.

4 Ezra 12:7
En ik zeide: O heersende Here, indien ik genade in uw ogen gevonden heb, en indien ik gerechtvaardigd ben bij u voor vele anderen, en indien mijn gebed waarlijk voor uw aangezicht opgekomen is,

4 Ezra 13:51
Toen zeide ik: O heersende Here, toon mij toch dit, waarom ik gezien heb, dat de man van het midden der zee opkwam. En hij zeide tot mij:

Judith 5:23
En nu, heersende heer, zo er misdaad in dit volk is, en zo zij zondigen tegen hun God, en zo wij bemerken dat er onder hen zodanige ergernis is, zo zullen wij opklimmen en hen overweldigen.

Judith 11:7
En nu wat aangaat de rede, die Achior gesproken heeft in uw raad, wij hebben zijn woorden gehoord, dewijl hem de mannen van Bethuliƫ gekregen hebben, en hij heeft hun aangezegd alles wat hij voor u uitgesproken heeft. Daarom, heersende heer, verwerp zijn rede niet, maar laat ze u ter harte gaan, dewijl zij waarachtig is.

Boek der Wijsheid 6:8
Maar over de heersende zal een sterke onderzoeking komen.

Boek der Wijsheid 12:18
Maar gij, heersende over de sterkte, oordeelt met bescheidenheid en regeert ons met veel verschoning, want bij u is het vermogen wanneer gij wilt.