woord OT NT apo Bijbel
haast47213199

Vindplaatsen van haast in het Nieuwe Testament. Het woord komt er 21 keer voor, in 21 verzen.

Marcus 6:25
En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geëist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.

Lukas 1:39
En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in een stad van Juda;

Lukas 2:16
En zij kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef, en het Kindeken liggende in de kribbe.

Lukas 19:5
En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheüs! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

Lukas 19:40
En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen.

Handelingen 22:18
En dat ik Hem zag, en Hij tot mij zeide: Spoed u, en ga in der haast uit Jeruzalem; want zij zullen uw getuigenis van Mij niet aannemen.

Handelingen 25:4
Doch Festus antwoordde, dat Paulus te Cesarea bewaard werd, en dat hij zelf haast derwaarts zou verreizen.

Romeinen 16:20
En de God des vredes zal den satan haast onder uw voeten verpletteren. De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.

1 Korinthiërs 4:19
Maar ik zal haast tot u komen, zo de Heere wil, en ik zal dan verstaan, niet de woorden dergenen, die opgeblazen zijn, maar de kracht.

2 Korinthiërs 4:17
Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid;

Galaten 1:6
Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van dengene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie;

Filippensen 2:19
En ik hoop in den Heere Jezus Timotheüs haast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn, als ik uw zaken zal verstaan hebben.

Filippensen 2:23
Ik hoop dan wel dezen van stonde aan te zenden, zo haast als ik in mijn zaken zal voorzien hebben;

Filippensen 2:24
Doch ik vertrouw in den Heere, dat ik ook zelf haast tot u komen zal.

1 Timotheüs 3:14
Deze dingen schrijf ik u, hopende zeer haast tot u te komen;

Hebreeën 13:23
Weet, dat de broeder Timotheüs losgelaten is, met welken (zo hij haast komt) ik u zal zien.

2 Petrus 1:14
Alzo ik weet, dat de aflegging mijns tabernakels haast zijn zal, gelijkerwijs ook onze Heere Jezus Christus mij heeft geopenbaard.

3 Johannes 1:14
Maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken.

Openbaring 1:1
De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft;

Openbaring 11:14
Het tweede wee is weggegaan; ziet, het derde wee komt haast.

Openbaring 22:6
En hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.