woord OT NT apo Bijbel
harim110011

Vindplaatsen van harim in het Oude Testament. Het woord komt er 11 keer voor, in 11 verzen.

1 Kronieken 24:8
Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim,

Ezra 2:32
De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

Ezra 2:39
De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

Ezra 10:21
En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

Ezra 10:31
En van de kinderen van Harim: Eliëzer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon.

Nehemia 3:11
De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-moab; daartoe den Bakoventoren.

Nehemia 7:35
De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

Nehemia 7:42
De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

Nehemia 10:5
Harim, Meremoth, Obadja,

Nehemia 10:27
Malluch, Harim, Baäna.

Nehemia 12:15
Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;