woord OT NT apo Bijbel
hart72088142950

Vindplaatsen van hart in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 142 keer voor, in 138 verzen.

3 Ezra 1:23
En de werken van Josia zijn gericht geworden voor de Here, met een hart vol van godvruchtigheid.

3 Ezra 1:48
En hoewel hij een eed gedaan had aan de koning Nabuchodonosor, bij de naam des Heren, zo werd hij meinedig, en viel van hem af, en hij verhardde zijn nek, en zijn hart, en overtrad de inzettingen des Heren, des Gods van Israël.

3 Ezra 8:28
En Ezra de schriftgeleerde zeide: Geloofd zij alleen de Here de God mijner vaderen, die dit in het hart des konings heeft gegeven, opdat hij zijn huis, dat te Jeruzalem is, verheerlijken zou.

4 Ezra 3:1
IN het dertigste jaar van de ondergang der stad, was ik te Babylon, en lag bekommerd op mijn bed, en mijn gedachten kwamen in mijn hart;

4 Ezra 3:20
Doch gij naamt van hen het boze hart niet weg, opdat uw wet in hen zou vrucht voortbrengen.

4 Ezra 3:21
Want de eerste Adam, hebbende een boos hart, heeft het gebod overtreden, en is overwonnen, ja ook allen die van hem zijn geboren.

4 Ezra 3:22
En het werd een bijblijvende zwakheid, en de wet is gebleven met het hart des volks, en met de boosheid van de wortel, en hetgeen goed is, dat is weggegaan, en het boze is gebleven.

4 Ezra 3:26
En deden in alles gelijk Adam, en al zijn nakomelingen, want zij gebruikten ook een boos hart.

4 Ezra 3:29
Ja toen ik hier ben gekomen, en de goddeloosheid gezien heb, welker geen getal is, (want mijn ziel heeft vele overtreders dit dertigste jaar nu gezien) zo is mijn hart mij ontvallen.

4 Ezra 4:2
En zeide tot mij: Uw hart gaat veel te hoog in deze wereld, dat gij meent de weg des allerhoogsten te begrijpen.

4 Ezra 4:4
Van welke, zo gij mij een kunt verklaren, zo zal ik u ook de weg tonen, die gij begeert te zien, en ik zal u leren, vanwaar dat boze hart is.

4 Ezra 4:7
Toen zeide hij tot mij: Indien ik u vroeg en zeide: Hoeveel woningen zijn er in het hart der zee? of hoeveel aderen zijn er in het begin des afgronds? of hoeveel aderen zijn er boven het firmament? of welke zijn de uitgangen van het Paradijs?

4 Ezra 4:30
Want het graan des kwaden zaads is gezaaid in het hart Adams van den beginne; hoeveel goddeloosheid heeft het voort gebracht tot nu toe, en zal het, nog voortbrengen, totdat de oogst komt?

4 Ezra 6:26
En de mensen, die aangenomen zijn, die de dood van hun geboorte aan niet gesmaakt hebben, zullen het zien; en het hart der inwoners zal veranderd, en in een andere zin gekeerd worden.

4 Ezra 6:36
En aan de achtste nacht, werd mijn hart weder in mij beroerd, en ik begon te spreken voor de Allerhoogste;

4 Ezra 8:6
O Here, zo gij uw knecht niet toelaat, dat wij voor uw aanschijn bidden, en dat gij ons zaad in het hart geeft, en bouwing aan onze zinnen, waaruit vrucht mag voortkomen, vanwaar zal een ieder die verdorven is kunnen leven, die de plaats van een mens beslaat?

4 Ezra 8:58
En hebben in hun hart gezegd, dat er geen God is, daar zij nochtans weten dat zij sterven moeten.

4 Ezra 9:27
En het is geschied na zeven dagen, dat ik nederzat op het gras, en mijn hart werd weder beroerd als tevoren.

4 Ezra 9:36
Maar ons is het zo niet geschied, want wij die de wet ontvangen hebben, vergaan wel als wij zondigen, en ook ons hart dat ze ontvangen heeft,

4 Ezra 9:38
En als ik deze dingen in mijn hart sprak, zo zag ik om met mijn ogen, en ik zag een vrouw aan de rechterzijde, en zie, zij treurde en weende met luide stem, en zij was zeer bedroefd in haar geest, en haar klederen waren gescheurd, en daar was as op haar hoofd.

4 Ezra 10:55
Daarom dan, vrees niet, en uw hart zij niet verschrikt, maar ga heen en zie de heerlijkheid en grootte van het gebouw, voor zoveel het gezicht uwer ogen kan vatten om te zien.

4 Ezra 14:8
De tekenen die ik gedroomd heb, en de dromen die gij gezien hebt, en de verklaringen, die gij gehoord hebt, die zult gij in uw hart wegleggen.

4 Ezra 14:25
En kom hier, zo zal ik in uw hart ontsteken een licht des verstands, dat niet zal uitgeblust worden, totdat de dingen voleindigd zijn, die gij zult beginnen te schrijven.

4 Ezra 14:40
En ik nam het, en dronk het, en zo haast als ik het gedronken had, zo werd mijn hart vervuld met wetenschap, en de wijsheid wies in mijn borst, en mijn geest werd versterkt in zijn geheugen.

4 Ezra 16:62
Die de mens gemaakt heeft, en zijn hart gesteld heeft in het midden des lichaams, en heeft hem de geest, het leven en het verstand gegeven.

Tobias (Tobit) 4:14
En nu, kind, heb uw broederen lief, en wend u niet hovaardig in uw hart van uw broederen, en de zonen en dochteren uws volks, om uit hen voor uzelf een huisvrouw te nemen. Want in de hovaardigheid is verderf en veel ongestadigheid, en in trotsheid vermindering en groot gebrek, want de trotsheid is een moeder des hongers.

Tobias (Tobit) 4:20
Loof de Here te allen tijde, en begeer van hem dat uw wegen recht zijn mogen, en dat al uw paden en uw raadslagen goede voortgang mogen hebben. Want geen volk heeft raad bij zich; maar de Here zelf geeft al het goed, en zo wie hij wil vernedert hij, gelijk het hem belieft. En nu kind, gedenk mijn geboden, en laat die uit uw hart niet uitgewist worden.

Tobias (Tobit) 6:6
En de engel zeide tot hem: Snijd de vis in stukken, en neem het hart, en de lever, en de gal, en leg ze weg om te bewaren.

Tobias (Tobit) 6:8
En de jongeling zeide tot de engel: Azarias, broeder, wat is van het hart, en de lever, en de gal van deze vis?

Tobias (Tobit) 6:9
En hij zeide tot hem: Wat het hart en de lever betreft, indien iemand gekweld wordt van de duivel of boze geest, moet gij roken die voor die man of die vrouw, en hij zal niet meer gekweld worden.

Tobias (Tobit) 6:19
Want deze zelfde nacht zal zij u tot een vrouw gegeven worden, en als gij ingaat in de bruidskamer, zo zult gij as nemen van het reukoffer, en zult daarop leggen van het hart en van de lever van de vis, en zult roken.

Tobias (Tobit) 8:2
En als hij ging, dacht hij aan de woorden van Rafaël, en nam de as der reukofferen, en legde het hart en de lever van de vis daarop en maakte rook.

Tobias (Tobit) 13:4
Hij zal ons kastijden in onze ongerechtigheden, en zal zich weder onzer ontfermen, en zal ons bijeenvergaderen uit alle volken, onder welke hij ons verstrooid heeft. Zo gij tot hem wederkeert met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, om oprechtheid voor zijn aanschijn te bewijzen, dan zal hij tot ulieden wederkeren, en zal zijn aangezicht voor u niet verbergen, en gij zult aanschouwen hetgeen hij met u doen zal;

Judith 6:6
En mijn knechten zullen u brengen op het gebergte, en zullen u stellen in een der steden van hun opgangen, en gij zult niet sterven totdat gij met hen verdelgd wordt. Indien gij nu met uw hart vertrouwt dat zij niet zullen gevangen worden, zo laat uw aangezicht niet vervallen, ik het het gesproken, en geen mijner woorden zal ontvallen.

Judith 8:13
Want de diepte van het hart des mensen kunt gij niet doorgronden, en kunt niet vatten de woorden zijner bedenking, en hoe zult gij de God die al deze dingen geschapen heeft, onderzoeken, en zijn zin vernemen, en zijn gedachten verstaan?

Judith 10:16
Wanneer gij nu voor hem staat, zo zijt niet bevreesd in uw hart, maar boodschap hem naar uw woorden, en hij zal u weldoen. En zij verkozen uit zich honderd mannen, en voegden die bij haar en haar maagd, en die brachten haar aan de tent van Holofernes, en daar kwam een oploop door het gehele leger, want haar aankomst werd ruchtbaar door de tenten. En zij kwamen en omringden haar, gelijk zij stond buiten de tent van Holofernes, totdat zij hem de boodschap van haar gedaan hadden. En zij waren verwonderd over haar schoonheid, en zij verwonderden zich over de kinderen Israëls om harentwil, en de een zeide tot de ander: Wie zou dit volk kunnen verachten, dat zodanige vrouwen onder zich heeft; daarom is het niet goed dat één man van hen overblijve, welke overgelaten zijnde het gehele land door listigheid zou kunnen bedriegen.

Judith 11:1
EN Holofernes zeide tot haar: Heb goede moed, vrouwe, en uw hart zij niet bevreesd, want ik heb geen mens leed gedaan, die Nabuchodonosor, de koning der ganse aarde, heeft begeerd te dienen.

Judith 12:16
En het hart van Holofernes ontzette zich tegen haar, en zijn ziel werd bewogen, en was uitermate begerig om met haar gemeenschap te hebben, en hij zocht de gelegene tijd, om haar te verleiden, van de dag af dat hij haar gezien had.

Judith 13:5
En Judith staande voor zijn bed, zeide in haar hart:

Judith 13:25
Want uw hoop zal niet geweerd worden uit het hart der mensen, die de kracht Gods zullen gedenken, tot in der eeuwigheid; en God doe u dit tot een eeuwige verhoging, en bezoeke u met allerlei goed, opdat gij uw leven niet gespaard hebt, om der vernedering wil van ons geslacht, maar zijt onze val tegengegaan, dewijl gij oprecht voor onze God hebt gewandeld.

Boek der Wijsheid 2:2
Want bij geval zijn wij geboren en na deze zullen wij zijn alsof wij niet geweest waren, want het snuiven in onze neusgaten is een rook, en de rede is een vonk voortkomende door de beweging van ons hart.

Boek der Wijsheid 8:17
Deze dingen bij mijzelf overlegd hebbende en in mijn hart bedacht, dat in de maagschap der wijsheid de onsterfelijkheid is;

Boek der Wijsheid 8:21
En verstaande dat ik haar anders niet machtig zou worden, indien God haar mij niet gaf, (en dat was ook kloekheid, te weten van wie die genade komt) zo ging ik tot de Here, en bad hem, en sprak uit geheel mijn hart.

Boek der Wijsheid 15:10
Zijn hart is as, en zijn hoop is slechter dan aarde, en zijn leven is verachter dan leem.

Jezus Sirach 1:11
De vrees des Heren vermaakt het hart, en geeft vrolijkheid en vreugde, en een lang leven.

Jezus Sirach 1:28
Als gij behoeftig zijt, zo wantrouw de vreze des Heren niet, en ga niet tot hem met een dubbel hart.

Jezus Sirach 1:32
Omdat gij tot de vreze des Heren niet met waarheid zijt gekomen, en uw hart vol is van bedrog.

Jezus Sirach 2:2
Richt uw hart en verdraag, en haast niet in de tijd, als deze over u gebracht wordt.

Jezus Sirach 2:15
Wee een slap hart, omdat het niet gelooft, daarom zal het niet beschermd worden.

Jezus Sirach 3:27
Een hard hart zal op het laatste kwalijk varen, en die het gevaar liefheeft zal daarin vergaan.

Jezus Sirach 3:28
Een hard hart zal bezwaard worden met moeite, en de zon daar zal zonden, op zonden ophopen.

Jezus Sirach 3:30
Het hart des verstandigen denkt op gelijkenis, en het oor des toehoorders is des wijzen begeerte.

Jezus Sirach 4:3
Ontroer een verstoord hart niet verder, en onthoud de gave des behoeftigen niet.

Jezus Sirach 6:37
Overdenk de geboden des Heren volkomen, en oefen u altijd in zijn bevelen, zo zal hij uw hart versterken, en de begeerde wijsheid zal u gegeven worden.

Jezus Sirach 7:26
Hebt gij een vrouw naar uw hart, werp haar niet uit, en geef u zelf aan een gehate niet over.

Jezus Sirach 8:22
Verklaar uw hart niet aan ieder mens, en laat u geen valse dank vergelden.

Jezus Sirach 10:13
Het beginsel der hovaardigheid is, wanneer een mens van de Here afwijkt, en zijn hart afwijkt van degene die hem gemaakt heeft.

Jezus Sirach 11:31
Gelijk een gevangen veldhoen in een kooi, alzo is het hart des hovaardigen, en gelijk een bespieden die daarover komt om te doen vallen.

Jezus Sirach 12:15
En de vijand zal wel met zijn lippen zoet spreken, maar in zijn hart zal hij beraadslagen om u in een gracht te werpen.

Jezus Sirach 13:30
Het hart des mensen verandert zijn aangezicht, het zij ten goede of ten kwade, en een hart in genoegen groenende maakt een vrolijk aangezicht.

Jezus Sirach 13:31
Een groenend aangezicht is een teken van een hart dat wel gesteld is, en vinding der gelijkenissen in overlegging met moeite.

Jezus Sirach 14:22
Die zijn wegen in zijn hart bezint, die zal ook in haar verborgenheden verstandig worden; ga uit achter haar gelijk een naspeurder, en loer op haar wegen.

Jezus Sirach 16:20
En het hart overdenkt deze dingen niet behoorlijk.

Jezus Sirach 16:24
Hoor mij, mijn kind en leer wetenschap, en let met uw hart op mijn woorden.

Jezus Sirach 17:6
Hij heeft hun gegeven raad, en tong, en ogen, oren, en een hart om te overleggen; met wetenschap des verstands heeft hij hen vervuld, en hun hetgeen goed en kwaad is getoond.

Jezus Sirach 17:24
Maar die leeft en gezond van hart is, zal de Here prijzen.

Jezus Sirach 18:29
Die verstandig zijn in woorden, die handelen ook wijs; en gieten uit, als een regen, scherpzinnige spreuken tot het leven. Beter is het betrouwen op de Here alleen, daar het dode hart hangt aan hetgeen dat dood is.

Jezus Sirach 19:4
Wie haar licht vertrouwt die is lichtvaardig van hart, en die tegen zijn ziel zondigt, zal zo mishandelen.

Jezus Sirach 19:16
Laat uw hart niet elk woord geloven; menigeen struikelt in een woord en niet van harte, en wie is er die met zijn tong niet struikelt?

Jezus Sirach 21:20
De mond van de voorzichtige wordt in de gemeente gezocht, en elkeen overdenkt zijn woorden in zijn hart.

Jezus Sirach 21:29
Het hart der dwazen is in hun mond, maar de mond der wijzen is in hun hart.

Jezus Sirach 22:19
Gelijk een houten band, vast ingebonden in een ge bouw, niet los gaat door een schudding, zo wordt een hart steunende op welbedachte raad, nimmer door vrees bevangen.

Jezus Sirach 22:20
Een hart dat op verstandige gedachten gevestigd is, is gelijk een versierd pleisterwerk aan de muur van een pand.

Jezus Sirach 22:22
Zo kan een bevreesd hart in de gedachte van de dwaas tegen geen vrees bestaan.

Jezus Sirach 22:23
Wie in een oog steekt, brengt daar tranen uit, en die in het hart steekt brengt het gevoelen te voorschijn.

Jezus Sirach 23:2
Wie zal geselen bestellen over mijn gedachte, en een onderrichting der wijsheid in mijn hart? opdat gij Here mijn onwetendheden niet verschoont, en de moedwil der openbare zondaren niet voorbijgaat;

Jezus Sirach 25:9
Aan negen dingen heb ik gedacht, en ze zalig geprezen in mijn hart, en het tiende zal ik met mijn tong zeggen:

Jezus Sirach 25:27
Een boze vrouw veroorzaakt een neergebogen hart, en een droevig aangezicht, en een harteplaag.

Jezus Sirach 26:4
En het hart van zo'n man is goed tot de Here. hetzij dat hij rijk of arm is, altijd hebben zij een vrolijk aangezicht en zijn blijmoedig.

Jezus Sirach 26:5
Drie dingen ontziet mijn hart, en voor het vierde word ik in mijn aangezicht bevreesd:

Jezus Sirach 26:30
Over twee dingen is mijn hart bedroefd geworden, en over het derde is mij gramschap aangekomen:

Jezus Sirach 27:6
Gelijk de vrucht van de boom doet blijken hoe men die heeft verpleegd, zo doet ook de uitspraak der gedachten blijken wat in het hart des mensen is.

Jezus Sirach 27:16
Wie heimelijke dingen openbaart, die verliest zijn geloof, en zal geen vriend vinden naar zijn hart.

Jezus Sirach 30:23
Heb uw ziel lief, en troost uw hart, en stel droefheid verre van u.

Jezus Sirach 30:26
Een lustig en goed hart is bezorgd over de spijzen, die hij eten zal.

Jezus Sirach 31:29
De oven beproeft hetgeen door indompeling verstaald is, zo doet ook de wijn in het hart der hovaardigen als zij dronken zijn.

Jezus Sirach 34:5
Waarzeggerij en vogelgeschrei, en dromen zijn ijdele dingen, waarvan uw hart inbeeldingen krijgt, gelijk het hart ener vrouw die in barensnood is.

Jezus Sirach 34:6
Indien ze door de Allerhoogste u niet zijn toegezonden, om u te bezoeken, zo geef uw hart daartoe niet.

Jezus Sirach 36:21
De keel smaakt de spijs van het wildbraad, zo onderkent een verstandig hart leugenachtige redenen.

Jezus Sirach 36:22
Een verdraaid hart zal droefheid geven, maar een mens, die veel ervaren heeft, zal hem vergelden.

Jezus Sirach 37:6
Vergeet uw vriend niet in uw hart, en stel hem niet in vergetelheid, wanneer gij geld hebt.

Jezus Sirach 38:10
Sta af van misdaden, en houd de hand recht, en reinig uw hart van alle zonde.

Jezus Sirach 38:21
Begeef uw hart niet tot droefheid, zet ze van u, gedachtig zijnde aan uw einde;

Jezus Sirach 38:27
Deze zal zijn hart begeven om voren te maken, en zal waken om de koeien voeder te geven.

Jezus Sirach 38:30
Zulk een begeeft zijn hart om de schilderij na te maken, en waakt om het werk te voleinden.

Jezus Sirach 38:33
Deze begeeft zijn hart om zijn werken te voleinden, en waakt om ze te versieren, wanneer zij voleindigd zijn.

Jezus Sirach 38:36
Hij begeeft zijn hart daartoe wat hij wel verglaze, en waakt om de oven te reinigen.

Jezus Sirach 39:6
Hij begeeft zijn hart tot de Here, om vroeg te komen tot degene die hem gemaakt heeft, en tot de Allerhoogste smeekt hij.

Jezus Sirach 39:40
En nu, lofzingt met uw ganse hart en mond, en looft de naam des Heren.

Jezus Sirach 40:7
Hij wordt ontroerd door het gezicht van zijn hart, gelijk een die uit de krijg ontvloden is, en ontwakende in de tijd zijner behoudenis, is hij verwonderd dat hij om niet gevreesd heeft.

Jezus Sirach 40:19
Wijn en muziek verheugen het hart, maar de liefde tot wijsheid meer dan beide.

Jezus Sirach 40:25
Geld en sterkte verhogen het hart, maar de vreze des Heren meer dan beide.

Jezus Sirach 42:22
De afgrond en het hart onderzoekt hij, en is bedacht op de boze aanslagen derzelve.

Jezus Sirach 43:20
Het oog is verwonderd over de schoonheid van haar witheid, en het hart wordt ontsteld over haar regen.

Jezus Sirach 45:32
Hij geve ulieden wijsheid in uw hart om te richten zijn volk in gerechtigheid, opdat hun goederen niet verdwijnen, en geve zijn heerlijkheid in hun geslachten.

Jezus Sirach 46:13
En de richters, elk met zijn naam, welker aller hart niet heeft gehoereerd, en zo velen niet zijn afgekeerd van de Here, hun gedachtenis is ook gezegend.

Jezus Sirach 47:10
Uit geheel zijn hart zong hij lofzangen, en had degene lief die hem gemaakt had.

Jezus Sirach 47:20
In de naam des Heren, de God der ganse aarde, die bij genaamd wordt de God van Israël, bracht gij goud tezamen gelijk tin, en gelijk lood vermenigvuldigdet gij, het zilver; maar gij hebt uw hart geneigd tot de vrouwen;

Jezus Sirach 48:10
Gij zijt opgeschreven om te doen bestraffingen te zijner tijd, en te stillen de toorn van het grimmige oordeel des Heren; te keren het hart van de vader tot de zoon, en te bestellen de stammen van Jakob.

Jezus Sirach 49:4
Hij richtte zijn hart tot de Here; in de dagen der onrecht vaardigen versterkte bij de godvrezendheid.

Jezus Sirach 50:27
Jezus, de zoon van Sirach, van Jeruzalem heeft in dit boek op schrift gesteld een onderwijzing van het verstand en der wetenschap; welke de wijsheid als een plasregen uit zijn hart heeft doen vloeien.

Jezus Sirach 51:19
Mijn hart is in haar verheugd geweest, gelijk over een druif die na het bloeisel rijp wordt.

Jezus Sirach 51:28
Ik heb van het begin af tot haar een hart gekregen, daarom zal ik niet verlaten worden.

Jezus Sirach 51:29
Mijn hart is ontroerd geworden om haar te zoeken, daarom heb ik een goede bezitting verkregen.

Baruch 1:22
Maar een ieder van ons is voortgegaan, in de gedachten van zijn boos hart, om andere goden te offeren, en kwaad te doen voor de ogen des Heren onzes Gods.

Baruch 2:31
Maar zij zullen tot zichzelf inkeren in het land hunner weg voering, en zij zullen erkennen, dat ik de Here hun God ben, en ik zal hun een hart geven, en oren die horen.

Esther (apocr.) 11:10
En Mordechai, die deze droom had gezien, wakker wordende, bedacht wat God doen wilde, en behield deze droom in zijn hart, en wilde die op alle manieren verstaan, tot op die nacht.

Esther (apocr.) 14:13
Geef mij bekwame rede in mijn mond om te spreken voor de leeuw, en wend zijn hart tot haat tegen hem, die ons bekrijgt; opdat hij teniet worde, en degenen die met hem eensgezind zijn.

Esther (apocr.) 15:5
Zij was blozende in de jeugd van haar schoonheid, en haar aangezicht was vrolijk, en als vriendelijk, maar haar hart was benauwd van vrees.

Esther (apocr.) 15:8
En God veranderde het hart van de koning tot goedheid, en hem werd bange, en hij sprong af van zijn troon, en omving haar met zijn armen, totdat zij tot zichzelf kwam, en troostte haar met woorden des vredes, en zeide tot haar: Wat is u Esther? ik ben uw broeder, zijt goedsmoeds, gij zult niet sterven, want dit gebod is ons gemeen.

Esther (apocr.) 15:11
En zij zeide tot hem: Ik zag u aan, heer, als een engel Gods, en mijn hart werd beroerd uit vrees uwer heerlijkheid;

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:40
Maar neem ons aan, in een verbroken hart, en in een vernederde geest; gelijk als in brandoffer van rammen en stieren, en in vele duizend vette schapen, zo zij heden onze offerande voor u, en zij volmaakt bij u, want zij zullen niet beschaamd worden, die op u betrouwen.

Susanna (Dan. 13) 1:35
Maar zij weende, en zag op naar de hemel, want haar hart vertrouwde op de Here.

Susanna (Dan. 13) 1:56
En als hij deze had doen weggaan, beval hij dat men de ander zou voorbrengen, en zeide tot hem: Gij zaad van Kanaän en niet van Juda, de schoonheid heeft u bedrogen, en de begeerlijkheid heeft uw hart verkeerd.

1 Makkabeeën 1:4
En zijn hart werd zeer verhoogd en verheven.

1 Makkabeeën 6:10
Waarom hij al zijn vrienden riep, en zeide tot hen: De slaap houdt op van mijn ogen, en mijn hart vervalt vanwege de bekommernis.

1 Makkabeeën 6:11
En ik heb gezegd in mijn hart: Tot wat een verdrukking ben ik gekomen, en tot wat een grote vloed, waarin ik nu ben! Och, of ik goedertieren en bemind ware geweest in mijn heerschappij!

1 Makkabeeën 9:7
Judas dan, ziende dat zijn leger verlopen was, en dat de oorlog hem drong, werd in zijn hart benauwd, omdat hij geen tijd had om hen weder bijeen te vergaderen, en hij werd zeer verslagen;

1 Makkabeeën 12:28
En de vijanden hoorden dat Jonathan en die met hem waren tot de strijd gereed waren, en vreesden, en werden in hun hart verslagen, en ontstaken vuren in hun leger, en vertrokken.

1 Makkabeeën 16:13
En zijn hart werd verhovaardigd, en hij wilde het land bemachtigen, en hij wilde bedrog gebruiken tegen Simon en zijn zonen, om hen om te brengen.

2 Makkabeeën 1:3
En geve u allen een hart om hem te dienen, en om zijn wil te doen met een goed hart, en gewillige ziel.

2 Makkabeeën 1:4
En opene uw hart in zijn wet, en in zijn geboden, en geve u vrede.

2 Makkabeeën 3:17
Want vrees en verschrikking van het lichaam had de man bevangen, waaruit klaar de weemoed die in zijn hart was degenen, die hem aanzagen, bleek.

2 Makkabeeën 5:21
Antiochus dan, hebbende uit de tempel duizendenachthonderd talenten weggenomen, is haastig vertrokken naar Antiochië, menende naar zijn hoogmoed de aarde te maken, dat men daarop zou kunnen varen met schepen, en de zee, dat men daarop zou kunnen gaan, door de hovaardigheid van zijn hart.

2 Makkabeeën 5:24
En hij had tegen de Joodse burgers een vijandig hart, en zond een gehate overste, Apollonius, met een leger van tweeentwintigduizend man, gelastende dat hij allen, die tot mannelijke ouderdom gekomen waren, zou doden, en de vrouwen en jongelingen verkopen.

3 Makkabeeën 4:2
Maar de Joden waren in een gedurige droefheid, en hun gekrijt was jammerlijk, met tranen en zuchten, hun hart brandde alleszins, en zuchtte over dat onverwacht verderf, hetwelk jegens hen zo schielijk besloten was.

3 Makkabeeën 4:13
Intussen was de koning grotelijks en gestadig vervuld met blijdschap, en hield maaltijden voor alle afgoden; zijn hart was verre van de waarheid afgedwaald, en met zijn onheilige mond prees hij de stomme afgoden, die hem niet konden toespreken of helpen; maar tegen de hoogste God sprak hij dingen die niet betamen.

3 Makkabeeën 5:31
Toen is hij, zijn goddeloos hart met grote grimmigheid vervallende, in allerijl met de beesten uitgelopen, als die zelf met een wreed gemoed, en met zijn ogen wilde aanschouwen de moeilijke en jammerlijke ondergang dergenen, waarvan tevoren gesproken is.