woord OT NT apo Bijbel
harten887638202

Vindplaatsen van harten in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 38 keer voor, in 38 verzen.

3 Ezra 3:22
Hij maakt alle harten rijk, en gedenkt niet aan de koning of vorst, en hij maakt dat een ieder van talenten spreekt.

4 Ezra 5:21
En het geschiedde na zeven dagen, dat de gedachten mijns harten mij weder zeer bekommerden.

4 Ezra 10:31
Wat is u, en waarom is uw verstand ontroerd, en het gevoelen uws harten, en waarom wordt gij ontroerd?

4 Ezra 12:38
En gij zult ze de verstandigen onder uw volk leren, namelijk wier harten gij weet dat deze verborgenheden kunnen vatten en behouden.

4 Ezra 16:55
Ziet de Here kent alle daden en raadslagen der mensen, en hun gedachten, en hun harten.

4 Ezra 16:64
Die weet uw raadslagen, en wat gij in uw harten bedenkt, wanneer gij zondigt, en uw zonden wilt bedekken.

Judith 8:24
Want gelijk hij hen door vuur beproefd heeft tot onderzoeking huns harten, zo wreekt hij zich niet over ons, maar de Here kastijdt degenen, die hem genaken, tot een waarschuwing.

Judith 8:25
En Ozias zeide tot haar: Alles wat gij gezegd hebt, dat hebt gij van goeder harte gezegd, en daar is niemand die uw woorden kan tegenstaan. Want uw wijsheid is heden niet eerst openbaar, maar van het begin uwer dagen heeft al het volk uw vernuft bekend, gelijkerwijs ook de bedenking uws harten goed is, maar het volk lijdt grote dorst en heeft ons gedwongen dat wij doen zouden volgens hetgeen wij hun beloofd hebben, en dat wij de eed over ons zouden brengen, die wij niet mogen overtreden.

Judith 11:6
Want wij hebben van uw wijsheid gehoord, en van de vernuftige daden uws harten, en het wordt verkondigd in het gehele aardrijk, dat gij alleen kloek zijt in geheel het koninkrijk, en machtig in wetenschap, en wonderlijk in de krijgsordeningen.

Boek der Wijsheid 1:1
HEBT de gerechtigheid lief, gij, die de aarde richt; hebt van de Here een goed gevoelen en zoekt hem in eenvoudigheid des harten.

Boek der Wijsheid 1:6
Want de wijsheid is een menslievende geest, doch zal niet onschuldig houden degene, die met zijn lippen lastert, want God is een getuige zijner nieren, en een waarachtig opmerker zijns harten en een aanhoorder zijner tong.

Boek der Wijsheid 9:3
En dat hij de wereld zou regeren in heiligheid en gerechtigheid, en in oprechtheid des harten oordelen.

Jezus Sirach 2:14
Wee de bevreesde harten, en de slappe handen en de zondaar die twee paden ingaat.

Jezus Sirach 2:21
Die de Here vrezen, bereiden hun harten, en vernederen hun zielen voor hem.

Jezus Sirach 5:2
Volg uw ziel niet, noch uw sterkte, om te gaan in de wegen uws harten.

Jezus Sirach 8:3
Want het goud heeft velen verdorven, en heeft de harten der koningen gebogen.

Jezus Sirach 13:10
En niet vernederd wordt in de verheuging uws harten.

Jezus Sirach 16:11
En alzo heeft de Here zeshonderd duizend mannen te voet, welke tezamen vergaderd waren in de hardigheid hunner harten, door ontferming en kastijding behouden, geselende, ontfermende, slaande, genezende; indien dan een hardnekkige zou zijn onder het volk, het ware een wonder dat die ongestraft zou blijven.

Jezus Sirach 17:7
Hij heeft zijn ogen op hun harten gelegd; hij heeft hun gegeven in eeuwigheid te mogen roemen in zijn wonderen, opdat zij zijn werken verstandig zouden verhalen;

Jezus Sirach 17:13
Hun wegen zullen niet verborgen zijn voor zijn ogen, zijnde altijd voor hem, maar ieder mens is van de jeugd af geneigd tot het kwade, en, zij hebben hun harten in plaats van steen en geen vlesen kunnen maken.

Jezus Sirach 25:17
Alle plaag is te verdragen, maar niet de plaag des harten, en alle boosheid, doch niet de boosheid van een vrouw;

Jezus Sirach 30:16
Daar is geen rijkdom beter dan gezondheid des lichaams, en daar is geen vreugde boven blijdschap des harten.

Jezus Sirach 30:22
Vreugde des harten is des mensen leven zelf, en vrolijk heid des mans verlengt hem zijn dagen.

Jezus Sirach 31:32
De wijn maakt vrolijkheid des harten en verheuging der ziel, ter rechter tijd, en zoveel genoeg is gedronken.

Jezus Sirach 37:14
Blijf vast bij de raadslag uws harten, want gij hebt niemand getrouwer dan hem.

Jezus Sirach 38:19
Want van droefheid komt de dood, en droefheid des harten kromt de sterken.

Jezus Sirach 38:20
Als er kwaad wordt ingevoerd, blijft ook de droefheid, en het leven van een arme is een vervloeking des harten.

Jezus Sirach 40:2
Aangaande hun gedachten, en de vrees des harten, zo is de betrachting van hetgeen zij te verwachten hebben, de dag des doods;

Jezus Sirach 48:21
Toen werden hun harten en handen bewogen, en kregen weedom gelijk de barende vrouwen.

Baruch 2:8
En wij hebben het aanschijn des Heren niet gesmeekt, dat zich een ieder zou afgekeerd hebben van de gedachten zijns bozen harten.

Baruch 3:7
Want daarom hebt gij uw vreze gegeven in onze harten, op dat wij uw naam zouden aanroepen, en wij zullen u loven in onze vreemdelingschap, en wij hebben ter harte genomen al de ongerechtigheden onzer vaderen, die tegen u gezondigd hebben.

Baruch 6:19
En men zegt dat hun harten worden uitgeknaagd van de kruipende dieren der aarde; en wanneer zij deze en hun kleding vereten, zo gevoelen zij het niet.

Gebed van Manasse 1:11
Nu buig ik dan de knieën mijns harten, en bid u om genade; ik heb gezondigd, Here, ik heb gezondigd, en beken mijn misdaden.

1 Makkabeeën 8:25
Zo zal het volk der Joden met volle genegenheid des harten de Romeinen in de oorlog bijstaan, zoals de gelegenheid des tijds hun zal voorschrijven.

2 Makkabeeën 2:3
En andere dergelijke dingen hun aanzeggende, vermaande hij hen, dat zij met hun harten niet zouden afwijken van de wet,

2 Makkabeeën 15:17
Zij dan vermaand zijnde door deze woorden van Judas, die zeer goed waren, en zeer krachtig om tot kloekmoedigheid aan te sporen, en de harten der jongelingen manhaftig te maken, namen voor geen leger op te slaan, maar kloekmoedig aan te vallen, en met alle mannelijke dapperheid onder de vijanden vallende, het uiterste te wagen, daar de stad, en het heiligdom, en de tempel in gevaar waren.

2 Makkabeeën 15:27
En zij vechtende met de handen, maar met hun harten tot God biddende, sloegen niet minder dan vijfendertigduizend man, grotelijks verheugd zijnde over deze verschijning van God.

3 Makkabeeën 3:12
Doch zij hebben wel met woorden onze tegenwoordigheid vriendelijk ontvangen, maar inderdaad met valse harten; want toen wij voorgenomen hadden in het binnenste van hun tempel in te gaan, en die met zeer betamelijke en zeer schone geschenken te vereren, zo hebben zij, gedreven zijnde door hun oude opgeblazenheid, ons verhinderd daarin te gaan.