woord OT NT apo Bijbel
heber241025

Vindplaatsen van heber in het Oude Testament. Het woord komt er 24 keer voor, in 23 verzen.

Genesis 10:21
Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

Genesis 10:24
En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.

Genesis 10:25
En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.

Genesis 11:14
En Selah leefde dertig jaren, en hij gewon Heber.

Genesis 11:15
En Selah leefde, nadat hij Heber gewonnen had, vierhonderd en drie jaren, en hij gewon zonen en dochteren.

Genesis 11:16
En Heber leefde vier en dertig jaren, en gewon Peleg.

Genesis 11:17
En Heber leefde, nadat hij Peleg gewonnen had, vierhonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

Genesis 46:17
En de zonen van Aser: Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Berija, en Sera, hun zuster; en de zonen van Berija: Heber en Malchiël.

Numeri 24:24
En de schepen van den oever der Chitteers, die zullen Assur plagen, zij zullen ook Heber plagen; en hij zal ook ten verderve zijn.

Numeri 26:45
Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiël het geslacht der Malchiëlieten.

Richteren 4:11
Heber nu, de Keniet, had zich afgezonderd van Kaïn, uit de kinderen van Hobab, Mozes' schoonvader; en hij had zijn tenten opgeslagen tot aan den eik in Zaanaim, die bij Kedes is.

Richteren 4:17
Maar Sisera vluchtte op zijn voeten naar de tent van Jaël, de huisvrouw van Heber, den Keniet; want er was vrede tussen Jabin, den koning van Hazor, en tussen het huis van Heber, den Keniet.

Richteren 4:21
Daarna nam Jaël, de huisvrouw van Heber, een nagel der tent, en greep een hamer in haar hand, en ging stilletjes tot hem in, en dreef den nagel in den slaap zijns hoofds, dat hij in de aarde vast werd; hij nu was met een diepen slaap bevangen en vermoeid, en stierf.

Richteren 5:24
Gezegend zij boven de vrouwen Jaël, de huisvrouw van Heber, den Keniet; gezegend zij ze boven de vrouwen in de tent!

1 Kronieken 1:18
Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.

1 Kronieken 1:19
Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.

1 Kronieken 1:25
Heber, Peleg, Rehu,

1 Kronieken 4:18
En zijn Joodse huisvrouw baarde Jered, den vader van Gedor, en Heber, den vader van Socho, en Jekuthiel, den vader van Zanoah; en die zijn kinderen van Bitja, de dochter van Farao, die Mered genomen had.

1 Kronieken 5:13
Hun broeders nu, naar hun vaderlijke huizen, waren Michaël, en Mesullam, en Seba, en Jorai, en Jachan, en Zia, en Heber: zeven.

1 Kronieken 7:31
De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiël; hij is de vader van Birzavith.

1 Kronieken 7:32
En Heber gewon Jaflet, en Somer, en Hotham, en Sua, hunlieder zuster.

1 Kronieken 8:17
En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

Nehemia 12:20
Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;