woord OT NT apo Bijbel
heden1973517249

Vindplaatsen van heden in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 17 keer voor, in 17 verzen.

Tobias (Tobit) 6:12
Zo zeide de engel tot de jongeling: Broeder, wij zullen heden te Raguël ter herberg gaan, en deze is uw bloedvriend, en hij heeft een eniggeboren dochter, genaamd Sara; ik zal om haar spreken, opdat zij u tot een huisvrouw gegeven worde.

Judith 6:2
Wie zijt gij toch Achior, en gij die van Efraïm gehuurd zijt, dat gij heden onder ons zo geprofeteerd en gezegd hebt, dat wij het geslacht Israëls niet zouden beoorlogen, omdat hun God hen zal beschermen, en wie is God dan Nabuchodonosor?

Judith 7:17
Wij nemen tegen u tot getuigen de hemel en de aarde, en onze God en Here onzer vaderen, die ons vergeldt naar onze misdaden, en naar de misdaden onzer vaderen, opdat hij niet doe naar deze woorden op de dag van heden.

Judith 8:25
En Ozias zeide tot haar: Alles wat gij gezegd hebt, dat hebt gij van goeder harte gezegd, en daar is niemand die uw woorden kan tegenstaan. Want uw wijsheid is heden niet eerst openbaar, maar van het begin uwer dagen heeft al het volk uw vernuft bekend, gelijkerwijs ook de bedenking uws harten goed is, maar het volk lijdt grote dorst en heeft ons gedwongen dat wij doen zouden volgens hetgeen wij hun beloofd hebben, en dat wij de eed over ons zouden brengen, die wij niet mogen overtreden.

Judith 13:13
En Judith zeide van verre tot degenen, die de wacht hadden over de poorten: Doet open! doet toch de poort open, God, onze God, is met ons om nog kracht te bewijzen in Israël, en tegen de vijanden, gelijk hij ook heden gedaan heeft.

Jezus Sirach 10:11
De medicijnmeester houdt een lange ziekte af, en heden is iemand koning, en morgen zal hij sterven.

Jezus Sirach 20:15
Heden zal hij u lenen, en morgen wedereisen; de zodanige is van de Here en van de mensen gehaat.

Jezus Sirach 30:11
Geef hem geen macht in de jeugd, en overzie zijn onwetend heden niet.

Jezus Sirach 38:23
Gedenk aan mijn oordeel, want zo zal ook het uwe zijn; mij gisteren en u heden.

Baruch 3:8
Zie, wij zijn heden in onze vreemdelingschap waarheen gij ons verstrooid hebt, tot een smaad en tot een vloek, en tot een schuldvordering naar al de ongerechtigheden onzer vaderen, die van de Here onze God afgeweken zijn.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:37
Want, Here, wij zijn minder geworden dan al de heidenen, en wij zijn heden vernederd op de ganse aarde, om onzer zonden wil.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:40
Maar neem ons aan, in een verbroken hart, en in een vernederde geest; gelijk als in brandoffer van rammen en stieren, en in vele duizend vette schapen, zo zij heden onze offerande voor u, en zij volmaakt bij u, want zij zullen niet beschaamd worden, die op u betrouwen.

1 Makkabeeën 2:63
Heden zal hij verhoogd worden en morgen zal hij niet gevonden worden, want hij zal wederkeren tot stof, en zijn overleggingen zullen vergaan.

1 Makkabeeën 7:42
Vermorzel dan alzo dit leger heden voor ons, opdat de overgeblevenen mogen leren, dat zij tegen uw heiligdom kwalijk hebben gesproken, en oordeel hem naar zijn boosheid.

1 Makkabeeën 9:30
Nu dan wij hebben u heden uitverkoren om onze overste te zijn in zijn plaats, en veldoverste, om onze oorlog te voeren.

1 Makkabeeën 9:44
En Jonathan zeide tot degenen die met hem waren: Laat ons nu opstaan, en vechten voor onze zielen, want het is heden niet gelijk gisteren en eergisteren.

1 Makkabeeën 13:39
Wij schelden u kwijt de mishandelingen en misdaden, tot op de dag van heden, en de kroongelden die gij schuldig zijt; en zo er iets anders is te Jeruzalem, dat tol betaald heeft, dat zal voortaan geen tol meer betalen.