woord OT NT apo Bijbel
heeft244511007954340

Vindplaatsen van heeft in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 795 keer voor, in 634 verzen; getoond worden vers 1 t/m 500.

3 Ezra 1:6
En slacht ordelijk het Pascha, en bereidt de offeranden voor uw broederen; en houdt het Pascha naar het bevel des Heren, dat hij Mozes heeft gegeven.

3 Ezra 1:21
En geen koning Israëls heeft zodanig Pascha gehouden, als Josia gehouden heeft, en de priesters en de Levieten, en de Joden en geheel Israël, hetwelk bevonden was in zijn woning te Jeruzalem.

3 Ezra 2:3
Dit zegt Cyrus, de koning der Perzen: De Here Israëls, de allerhoogste Here, heeft mij tot koning gemaakt over de gehele aarde;

3 Ezra 2:4
En heeft mij bevolen, dat ik hem een huis zou bouwen te Jeruzalem, dat in Judea is.

3 Ezra 2:20
Dewijl men dan in het werk is met hetgeen de tempel aangaat, zo heeft ons goed gedacht, niet te verzuimen.

3 Ezra 2:22
En gij zult in de gedenkboeken, daarover geschreven, vinden, en verstaan, dat die stad afvallig was, en aan koningen en steden moeite veroorzaakt heeft;

3 Ezra 2:26
Ik heb de brief, die gij aan mij gezonden hebt, gelezen, en heb daarop bevolen onderzoek te doen, en daar is bevonden, dat deze stad van ouds af zich tegen de koningen heeft gesteld;

3 Ezra 4:20
Een mens verlaat zijn eigen vader, die hem opgevoed heeft, en zijn eigen land, en hangt zijn eigen vrouw aan.

3 Ezra 4:24
En ziet een leeuw, en gaat in duisternis; en wanneer hij gestolen, en geroofd, en gestroopt heeft, zo brengt hij dat tot zijn beminde.

3 Ezra 4:25
En een man heeft zijn eigen vrouw liever dan zijn vader en zijn moeder.

3 Ezra 4:44
En dat gij al de vaten, die uit Jeruzalem genomen zijn, terug zoudt zenden, welke Cyrus afgezonderd heeft, toen hij beloofde Babylon te verstoren, en hij beloofde die weder derwaarts te zenden.

3 Ezra 5:69
Want wij behoren aan uw God gelijk als gij, en doen hem offeranden, van de dagen van Asbakaf de koning van Assyrië af, die ons hier heeft overgebracht.

3 Ezra 5:72
Maar wij zullen alleen voor de Here Israëls bouwen, volgens hetgeen Cyrus, de koning der Perzen ons heeft bevolen.

3 Ezra 6:4
Wie heeft u bevolen dat huis te bouwen, en dat dak, en al deze andere dingen te voltooien, en wie zijn de bouwlieden die dit opmaken?

3 Ezra 6:6
Het afschrift nu des briefs, die hij aan Darius heeft geschreven en gezonden, is dit:

3 Ezra 6:11
Toen vroegen wij deze oudsten, en zeiden: Wie heeft u bevolen dat huis te bouwen, en de grond van deze werken te leggen?

3 Ezra 6:13
Maar zij hebben ons geantwoord en gezegd: Wij zijn kinderen des Heren, die de hemel en de aarde heeft geschapen,

3 Ezra 6:17
Maar in het eerste jaar dat Cyrus over het land van Babylonië regeerde, heeft de koning Cyrus geschreven, dat men dit huis weder zou bouwen.

3 Ezra 6:20
Toen nu Sabanasser daar gekomen was, legde hij de fundamenten van het huis des Heren te Jeruzalem, en van die tijd af tot nu toe werd het gebouwd, en heeft nog zijn voltooiing niet gekregen.

3 Ezra 6:23
Toen heeft de koning Darius bevolen, dat men zou onderzoeken in de boekkassen die te Babylon zijn; en daar is bevonden, te Ekbatana in de stad, die in het land van Medië is, een zekere plaats, waarin deze dingen geschreven waren;

3 Ezra 8:12
Zo velen als er dan begerig zijn, dat zij mede trekken; gelijk het mij, en mijn zeven vrienden mijn raadsheren heeft goedgedacht:

3 Ezra 8:28
En Ezra de schriftgeleerde zeide: Geloofd zij alleen de Here de God mijner vaderen, die dit in het hart des konings heeft gegeven, opdat hij zijn huis, dat te Jeruzalem is, verheerlijken zou.

3 Ezra 8:29
En die mij heeft geëerd gemaakt voor de koning en zijn raadsheren, en al zijn vrienden, en zijn groten.

3 Ezra 8:63
En hij heeft ons verlost van de ingang aan van alle vijanden; en wij kwamen te Jeruzalem, en als wij daar drie dagen geweest waren, zo werd de vierde dag het gewogen zilver en goud overgeleverd in het huis des Heren, aan Marmoth, de zoon van Uria de priester.

3 Ezra 8:81
Ja, toen wij knechten waren, zo zijn wij niet verlaten door de Here onze God, maar hij heeft ons in genade gesteld voor de koningen der Perzen, om ons spijs te geven.

4 Ezra 2:2
De moeder, die hen gebaard heeft, zegt tot hen: Gaat heen kinderen! want ik ben een weduwe en verlatene.

4 Ezra 2:37
Neemt de gave aan, die u aangeprezen wordt, en verheugt u, dankzeggende degene die u tot het hemels koninkrijk heeft geroepen.

4 Ezra 3:7
En hebt hem geboden uw weg lief te hebben, maar hij heeft die overtreden; en gij hebt de dood over hem doen komen en over zijn nakomelingen. En daar zijn volken voortgekomen, en stammen, en lieden, en geslachten, welker getal niet is te tellen.

4 Ezra 3:21
Want de eerste Adam, hebbende een boos hart, heeft het gebod overtreden, en is overwonnen, ja ook allen die van hem zijn geboren.

4 Ezra 3:29
Ja toen ik hier ben gekomen, en de goddeloosheid gezien heb, welker geen getal is, (want mijn ziel heeft vele overtreders dit dertigste jaar nu gezien) zo is mijn hart mij ontvallen.

4 Ezra 3:32
Is er dan een ander volk dat u kent, dan Israël? of wat geslacht heeft uw verbonden geloofd, gelijk Jakob?

4 Ezra 3:35
Of wanneer hebben die op aarde wonen voor u niet gezondigd? of wat volk heeft uw geboden zo gehouden?

4 Ezra 4:17
Desgelijks ook de aanslag van de baren der zee, want het zand stond vast, en heeft die verhinderd.

4 Ezra 4:30
Want het graan des kwaden zaads is gezaaid in het hart Adams van den beginne; hoeveel goddeloosheid heeft het voort gebracht tot nu toe, en zal het, nog voortbrengen, totdat de oogst komt?

4 Ezra 4:31
Nu overweegt gij bij u zelf, wat een grote vrucht der goddeloosheid het graan des kwaden zaads voortgebracht heeft.

4 Ezra 4:36
En Jeremiël de archangel antwoordde daarop, en zeide: Als dan, wanneer het getal der zaden onder u zal vervuld zijn; want hij heeft de wereld gewogen in een balans,

4 Ezra 4:37
En hij heeft de tijden met een maat gemeten, en heeft de tijden met een getal geteld, en hij beweegt en roert het niet, totdat de voorzegde maat vervuld is.

4 Ezra 4:40
En hij antwoordde, en zeide tot mij: Ga, en vraag een zwangere vrouw, wanneer zij haar negen maanden vervuld heeft, of haar baarmoeder de vrucht nog zal kunnen bij zich houden.

4 Ezra 5:33
Toen zeide ik: Spreek mijn Here. En hij zeide tot mij: Uw geest is te zeer bekommerd over Israël; hebt gij dat volk liever, dan degene die het gemaakt heeft?

4 Ezra 5:38
En ik sprak: O heersende Here, wie is er die deze dingen kan zien, dan die bij de mensen zijn woning niet heeft.

4 Ezra 6:32
Want uw stem is verhoord door de allerhoogste; want de Sterke heeft uw gezindheid gezien, en uw kuisheid, die gij van de jeugd aan hebt behouden.

4 Ezra 6:33
En daarom heeft hij mij gezonden, om dit alles aan te tonen, en u te zeggen: Heb goede moed en vrees niet,

4 Ezra 7:11
Want om hunnentwil heb ik de wereld gemaakt, en als Adam mijn inzettingen overtreden heeft, zo is dat geoordeeld, hetgeen geschied is.

4 Ezra 7:21
Want God heeft ernstig geboden degenen die komen zouden, als zij kwamen, wat zij zouden doen om te leven, en wat zij zouden onderhouden om niet gestraft te worden.

4 Ezra 7:36
En ik zeide: Abraham heeft eerst voor de Sodomieten gebeden, en Mozes voor de vaderen, die in de woestijn gezondigd hebben.

4 Ezra 7:45
Want dan zal niemand die kunnen zalig maken die verloren is, noch tenonderbrengen, die overwonnen heeft.

4 Ezra 7:60
Doch zij hebben hem niet geloofd, noch ook de profeten na hem, ja ook niet mij, die tot hen gezegd heeft,

4 Ezra 8:1
EN hij antwoordde en zeide tot mij: De Allerhoogste heeft deze wereld gemaakt voor velen, maar de toekomende voor weinigen.

4 Ezra 8:35
Want in der waarheid, daar is niemand van die geboren zijn, die niet goddeloos heeft gehandeld, en van degenen die u belijden, die niet misdaan heeft.

4 Ezra 8:59
Want gelijk ulieden zal wedervaren hetgeen tevoren gezegd is, zo zal hun dorst en smart wedervaren, welke hun toebereid zijn. Want hij heeft niet gewild, dat de mens teniet zou worden.

4 Ezra 8:60
Maar ook zij, die geschapen zijn, hebben de naam bevlekt desgenen die hen gemaakt heeft, en zijn ondankbaar geweest tegen die, die hun het leven bereid had.

4 Ezra 9:4
Dan zult gij verstaan, dat de Allerhoogste hiervan gesproken heeft, van de dagen aan, die voor u van den beginne geweest zijn.

4 Ezra 9:5
Want gelijkerwijs al hetgeen in de wereld gemaakt is een begin heeft, zo heeft het ook een einde, en dat einde is openbaar.

4 Ezra 9:34
En ziet, het is een gewoonte, als de aarde het zaad ontvangen heeft, of de zee een schip, of een vat de spijs en de drank, wanneer hetgeen verbroken wordt waarin gezaaid of gedaan is,

4 Ezra 9:36
Maar ons is het zo niet geschied, want wij die de wet ontvangen hebben, vergaan wel als wij zondigen, en ook ons hart dat ze ontvangen heeft,

4 Ezra 9:45
En het is geschied na dertig jaren, dat God mij, uw dienst maagd verhoord heeft, en hij heeft mijn vernedering gezien, en hij heeft mijn angst aangemerkt, en hij heeft mij een zoon gegeven, en wij hebben grote vreugde over hem gehad, ik en mijn man, en al mijn medeburgers, en wij vereerden de almachtige God zeer.

4 Ezra 10:11
Wie zal dan meer moeten treuren dan deze, die zo groot een menigte verloren heeft, daar gij maar over één zo droevig zijt.

4 Ezra 10:14
Zo zeg ik u, gelijk gij met smarten gebaard hebt, zo geeft de aarde ook haar vrucht de mens, die haar van den beginne gebouwd heeft.

4 Ezra 10:28
Waar is Uriël de engel, die van den beginne tot mij gekomen is? Want hij heeft gemaakt, dat ik door vele gedachten tot deze verrukking van zinnen gekomen ben, en mijn einde is geworden tot verderfenis, en mijn gebed tot smaadheid.

4 Ezra 10:38
Hoor mij, en ik zal u onderrichten, en ik zal u zeggen de dingen waarvoor gij vreest, want de Allerhoogste heeft u vele verborgenheden geopenbaard.

4 Ezra 10:39
Hij heeft gezien dat uw weg recht is, want gij waart zonder ophouden beroerd over uw volk, en waart zeer treurig over Sion.

4 Ezra 10:42
En nu ziet gij de gestalte der vrouw niet meer; maar het heeft u geschenen, dat een stad gebouwd werd.

4 Ezra 10:43
En dat zij u van het ongeval haars zoons een verhaal gedaan heeft, is dit de verklaring:

4 Ezra 10:44
Deze vrouw, die gij gezien hebt is Sion, welke gij ook, als zij u gezegd heeft, nu zult zien als een gebouwde stad.

4 Ezra 10:45
En dat zij u gezegd heeft, dat zij dertig jaren onvruchtbaar is geweest, dit is omdat het dertig jaren zijn geweest, dat nog geen offerande in dezelve was geofferd.

4 Ezra 10:46
En het is gebeurd, dat Salomo na dertig jaren de stad heeft gebouwd en offeranden heeft geofferd, toen is het geschied dat de onvruchtbare een zoon gebaard heeft.

4 Ezra 10:47
En dat zij u gezegd heeft, dat zij met hem arbeid heeft opgebracht, dit was de woning binnen Jeruzalem.

4 Ezra 10:48
En dat zij u gezegd heeft, dat haar zoon komende in zijn slaapkamer gestorven is, en nedergevallen; dit is de val, die Jeruzalem is overkomen.

4 Ezra 10:50
En nu ziet de Allerhoogste, dat gij van harte bedroefd zijt, en omdat gij van ganser harte bekommerd zijt over haar, zo heeft hij u de klaarheid van haar heerlijkheid getoond, en de schoonheid van haar versiersel.

4 Ezra 11:13
En het geschiedde, toen zij heerste, dat haar einde kwam, en haar plaats werd niet meer gevonden. En de volgende is opgestaan en heerste, en zij heeft het lange tijd gehouden.

4 Ezra 11:18
En de derde heeft zich verheven, en heeft de heerschappij gehouden als de vorige, en ook deze is verdwenen.

4 Ezra 11:26
En ik zag, en ziet, de ene heeft zich opgericht, maar zij is terstond verdwenen.

4 Ezra 11:40
En hetwelk, in de vierde plaats komende, al de dieren heeft overwonnen, die voorbij zijn, en door zijn heerschappij de wereld heeft ingehouden met grote vrees, en het ganse aardrijk met onbehoorlijke arbeid, en de aardbodem met zoveel bedrog heeft bewoond?

4 Ezra 11:44
En de Allerhoogste heeft de hovaardige tijden aangezien, en ziet, zij zijn geëindigd, en hun boze daden zijn vervuld.

4 Ezra 11:46
Opdat de gehele aarde weder verkwikt worde, en tot zichzelf kome, van uw geweld bevrijd zijnde, en dat zij mag hopen op het oordeel en de barmhartigheid desgenen die haar gemaakt heeft.

4 Ezra 12:17
En wat aangaat de stem die gesproken heeft, en die gij gehoord hebt, uitgaande niet uit zijn hoofden, maar uit het midden van zijn lichaam.

4 Ezra 12:30
Daarvan is dit de verklaring: Deze zijn het die de Allerhoogste behouden heeft tot op het einde, dit is een klein rijk. en vol oproer.

4 Ezra 12:32
Deze is de wind, die de Allerhoogste tot het einde toe behouden heeft, tegen hen en hun goddeloosheid, en hij zal hen bestraffen, en hij zal over henzelf hun verscheuring brengen.

4 Ezra 12:47
Want de Allerhoogste gedenkt uwer, en de Almachtige heeft uwer niet vergeten in de verzoeking.

4 Ezra 13:39
En dat gij gezien hebt, dat hij een andere vreedzame menigte tot zich vergaderd heeft;

4 Ezra 13:40
Deze zijn de tien stammen, die uit hun land gevangen zijn genomen in de dagen van de koning Hosea, die Salmanasser de koning der Assyriërs gevankelijk weggevoerd heeft, en heeft hen over de rivier gevoerd, en zij zijn overgebracht in een ander land.

4 Ezra 14:10
Want de wereld heeft haar jeugd verloren, en de tijden genaken om oud te worden.

4 Ezra 14:32
En alzo hij een rechtvaardig rechter is, zo heeft hij van ulieden indertijd genomen, hetgeen hij gegeven had.

4 Ezra 15:6
Omdat ongerechtigheid de overhand genomen heeft over de ganse aarde, en haar schadelijke werken zijn vervuld geworden.

4 Ezra 15:23
Het vuur is uitgegaan van zijn toorn en heeft verteerd de fundamenten der aarde, en de zondaars als aangestoken stro.

4 Ezra 15:26
Want de Here kent al degenen, die tegen hem zondigen, daarom heeft hij hen overgegeven ter dood en ter slachting.

4 Ezra 16:54
De zondaar zegge niet, dat hij niet heeft gezondigd, want vurige kolen zal hij op het hoofd desgenen branden, die zegt: Ik heb niet gezondigd voor God de Here en voor zijn heerlijkheid.

4 Ezra 16:56
Want hij heeft gezegd: De aarde worde, en zij is geworden, en de hemel worde, en hij is geworden.

4 Ezra 16:59
Die de zee besloten heeft in het midden der wateren, en de aarde gehangen heeft op de wateren door zijn woord.

4 Ezra 16:60
Die de hemel uitspant als een gewelf; bij heeft die over de wateren bevestigd.

4 Ezra 16:61
Die in de woestijn waterfonteinen heeft gesteld, en op de spitsen der bergen watermeren, om rivieren uit te geven van de hoge rotssteen, om het aardrijk te bevochtigen.

4 Ezra 16:62
Die de mens gemaakt heeft, en zijn hart gesteld heeft in het midden des lichaams, en heeft hem de geest, het leven en het verstand gegeven.

4 Ezra 16:63
En de adem des almachtigen Gods is het, die alle dingen gemaakt heeft, en doorgrondt alle verborgen dingen in de diepten der aarde.

4 Ezra 16:65
Daarom dat God al uw werken ernstig heeft doorgrond, en zal u allen te voorschijn brengen.

Tobias (Tobit) 2:2
Op het feest van Pinksteren, hetwelk is het heilig feest der zeven weken, zo werd mij een goed middagmaal bereid, en ik was aangezeten om te eten, en zag veel spijs, en zeide tot mijn zoon: Ga heen, en breng mede wie gij vinden zult van onze broederen, die gebrek heeft en des Heren gedenkt, en ziet, ik zal op u wachten.

Tobias (Tobit) 3:19
Ik ben een eniggeborene mijns vaders, en hij heeft geen kind dat zijn erfgenaam zijn zal;

Tobias (Tobit) 4:4
Gedenk, kind, dat zij veel gevaar heeft uitgestaan om uwentwil in haar lichaam,

Tobias (Tobit) 4:15
En laat het loon van geen mens, die voor u gearbeid heeft, bij u vernachten, maar geef hem dat terstond, en zo gij God gediend hebt, het zal u weergegeven worden.

Tobias (Tobit) 4:17
Geef van uw brood degene die honger heeft, en van uw klederen hun die naakt zijn. Alles wat gij overvloedig hebt, geef dat tot aalmoezen, en uw oog benijde het niet, wanneer gij aalmoezen geeft.

Tobias (Tobit) 4:20
Loof de Here te allen tijde, en begeer van hem dat uw wegen recht zijn mogen, en dat al uw paden en uw raadslagen goede voortgang mogen hebben. Want geen volk heeft raad bij zich; maar de Here zelf geeft al het goed, en zo wie hij wil vernedert hij, gelijk het hem belieft. En nu kind, gedenk mijn geboden, en laat die uit uw hart niet uitgewist worden.

Tobias (Tobit) 6:10
En bestrijk met de gal een mens, die witte schellen heeft op zijn ogen, en hij zal genezen worden.

Tobias (Tobit) 6:12
Zo zeide de engel tot de jongeling: Broeder, wij zullen heden te Raguël ter herberg gaan, en deze is uw bloedvriend, en hij heeft een eniggeboren dochter, genaamd Sara; ik zal om haar spreken, opdat zij u tot een huisvrouw gegeven worde.

Tobias (Tobit) 6:17
En de engel zeide tot hem: Gedenkt gij niet de woorden, die uw vader u bevolen heeft, dat gij een huisvrouw zoudt nemen uit uw geslacht?

Tobias (Tobit) 9:3
Neem met u een jongen, en twee kemels, en trek naar Ragis in Medië, tot Gabaël, en haal mij het geld, en breng hem mede tot de bruiloft, dewijl Raguël gezworen heeft, dat ik van hier niet gaan zal.

Tobias (Tobit) 11:18
En Tobias ging uit, zijn schoondochter tegemoet, verblijd zijnde, en God lovende, tot aan de poort van Nineve; en die hem zagen gaan, verwonderden zich dat hij zag. En Tobias bekende openlijk voor hen, dat God zich zijner had ontfermd. En als Tobias bij Sara, zijn schoondochter kwam, zo zegende hij haar, zeggende: Zijt welkom, mijn dochter, geloofd zij God die u tot ons heeft gebracht: desgelijks uw vader en uw moeder. En daar werd blijdschap onder al zijn broederen, die te Nineve waren.

Tobias (Tobit) 12:3
Want hij heeft mij u gezond wedergebracht en mijn vrouw genezen, en hij heeft mijn geld gehaald, en u insgelijks genezen; en de oude man zeide: Hem zal recht geschieden.

Tobias (Tobit) 12:7
Toen riep hij hen beiden heimelijk en zeide tot hen: Looft God, en dankt hem, en geeft hem heerlijkheid, en dankt hem voor het aanschijn aller levenden, vanwege de dingen die hij u gedaan heeft. Het is goed dat men God love en zijn naam verheffe, en de redenen der werken Gods eerbiedig aanwijze; daarom vertraagt niet hem te danken.

Tobias (Tobit) 12:14
En nu heeft mij God gezonden om u te genezen, en uw schoondochter Sara.

Tobias (Tobit) 12:20
En nu dankt God, want ik klim op tot degene, die mij gezonden heeft, en schrijf al wat geschied is in een boek.

Tobias (Tobit) 13:3
Dankt hem, gij kinderen Israëls, voor de heidenen, dewijl hij ons onder deze heeft verstrooid; vertoont daar zijn grote heerlijkheid, en verheft hem voor het aanschijn van alles wat leeft, gelijk hij onze Here is, en God onze Vader is in alle eeuwigheid.

Tobias (Tobit) 13:4
Hij zal ons kastijden in onze ongerechtigheden, en zal zich weder onzer ontfermen, en zal ons bijeenvergaderen uit alle volken, onder welke hij ons verstrooid heeft. Zo gij tot hem wederkeert met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, om oprechtheid voor zijn aanschijn te bewijzen, dan zal hij tot ulieden wederkeren, en zal zijn aangezicht voor u niet verbergen, en gij zult aanschouwen hetgeen hij met u doen zal;

Tobias (Tobit) 13:21
Geloofd zij God, die ons verheven heeft in alle eeuwigheid.

Tobias (Tobit) 14:6
En hij werd zeer oud, en hij riep zijn zoon, en zijn zes kleinzonen, en zeide tot hem: Kind, neem uw zonen met u, ziet, ik ben oud geworden, en ben nabij om uit dit leven te scheiden, vertrek naar Medië, mijn kind; want ik houd voor gewis, dat alles wat Jona de profeet heeft gesproken over Nineve geschieden zal, en dat het verwoest zal worden, (doch in Medië zal meer vrede zijn voor een tijd) en dat onze broeders over de aardbodem zullen verstrooid worden, uit het goede land; en Jeruzalem zal woest wezen, en het huis Gods daarin zal verbrand worden, en zal woest zijn voor een tijd.

Tobias (Tobit) 14:9
En nu, mijn zoon, vertrek van Nineve, want die dingen zullen zeker geschieden, die de profeet Jona gesproken heeft, maar gij, bewaar de wet en de geboden, en heb barmhartigheid lief, en zijt rechtvaardig, opdat het u welga; en begraaf mij heerlijk en uw moeder met mij, en blijf niet langer in Nineve.

Tobias (Tobit) 14:10
Mijn zoon, zie, wat Haman gedaan heeft aan Achiachar, die hem opgevoed had; hoe hij hem uit het licht in de duisternis gebracht heeft; en wat hij hem vergolden heeft.

Tobias (Tobit) 14:11
En Achiachar is wel verlost geworden, doch hijzelf heeft zijn vergelding gekregen, en is in de duisternis nedergedaald. Manasse heeft aalmoezen gedaan, en is uit de strik des doods verlost, die zij hem gelegd hadden, maar Haman is in de strik gevallen en omgekomen.

Judith 2:8
En heeft hen in orde gesteld op de wijze als een menigte krijgsvolk geordineerd wordt; en hij nam kemelen en ezelen tot hun bagage, een zeer grote menigte; mitsgaders schapen en ossen en geiten tot hun voorraad, zonder getal.

Judith 5:8
En zijn afgetreden van de weg hunner vaderen, en hebben de God des hemels aangebeden, de God die zij kenden, en die hebben hen verdreven van het aangezicht hunner goden; en zij zijn naar Mesopotamië gebracht, en hebben daar vele dagen als vreemdelingen gewoond; en hun God heeft geboden, dat zij zouden gaan uit het land van hun vreemdelingschap, en reizen naar het land Kanaän, en zij bleven daar wonen, en zijn vermenigvuldigd aan goud, en zilver, en aan zeer veel vee.

Judith 5:12
En God heeft de Rode zee voor hen uitgedroogd.

Judith 5:13
En heeft hen geleid naar de weg van de berg Sinaï, en Kades-Barneä en zij hebben verdreven allen die de woestijn bewoonden.

Judith 6:4
En hun bergen zullen dronken worden in hun bloed, en hun vlakke velden zullen vervuld worden met hun doden, en niet een voetstap hunner voeten zal bestaan voor ons aanschijn, maar zij zullen ganselijk omkomen. Zo zegt Nabuchodonosor, de heer des gehelen aardrijks, want hij heeft het gezegd, en de woorden zijner rede zullen niet ijdel zijn.

Judith 7:14
En nu is er geen helper voor ons, maar God heeft ons in hun handen gegeven, dat wij voor hun ogen moeten neergeveld worden door dorst en groot verderf.

Judith 7:20
Doch zo deze voorbijgaan, en geen hulp over ons komt, zo zal ik naar uw woorden doen. En zo heeft hij het volk doen scheiden elk naar zijn legerplaats, en zij zijn naar de muren en torens van hun stad heengegaan; en hij heeft de vrouwen en kinderen naar hun huizen gezonden en zij waren in grote vernedering in de stad.

Judith 8:13
Want de diepte van het hart des mensen kunt gij niet doorgronden, en kunt niet vatten de woorden zijner bedenking, en hoe zult gij de God die al deze dingen geschapen heeft, onderzoeken, en zijn zin vernemen, en zijn gedachten verstaan?

Judith 8:14
Niet alzo, broeders, verwekt de Here, onze God, niet tot gramschap. Want zo hij in deze vijf dagen ons niet helpen wil, hij heeft de macht om ons te beschutten in welke dagen hij wil, of ook om ons te verdelgen voor het aanschijn onzer vijanden.

Judith 8:21
En nu, broeders, laat ons onze broederen een voorbeeld geven, want van ons hangt hun leven af, en het heiligdom, en het huis Gods, en het altaar steunt op ons. Boven dit alles, laat ons de Here, onze God, danken die ons verzoekt, gelijk hij ook onze vaders verzocht heeft.

Judith 8:22
Gedenkt wat hij met Abraham al gedaan heeft.

Judith 8:23
En hoe hij Izaäk verzocht heeft, en wat Jakob al is overkomen in Mesopotamië in het land Syrië, als hij de schapen hoedde van Laban, zijns moeders broeder,

Judith 8:24
Want gelijk hij hen door vuur beproefd heeft tot onderzoeking huns harten, zo wreekt hij zich niet over ons, maar de Here kastijdt degenen, die hem genaken, tot een waarschuwing.

Judith 8:25
En Ozias zeide tot haar: Alles wat gij gezegd hebt, dat hebt gij van goeder harte gezegd, en daar is niemand die uw woorden kan tegenstaan. Want uw wijsheid is heden niet eerst openbaar, maar van het begin uwer dagen heeft al het volk uw vernuft bekend, gelijkerwijs ook de bedenking uws harten goed is, maar het volk lijdt grote dorst en heeft ons gedwongen dat wij doen zouden volgens hetgeen wij hun beloofd hebben, en dat wij de eed over ons zouden brengen, die wij niet mogen overtreden.

Judith 10:13
En ik kom tot het aangezicht van Holofernes de veldoverste uws legers, om hem waarachtige woorden te boodschappen, en ik zal een weg voor hem wijzen, waardoor hij trekken zal, en het gehele gebergte veroveren, en van zijn mannen zal niemand omkomen, noch iets dat leven heeft.

Judith 10:16
Wanneer gij nu voor hem staat, zo zijt niet bevreesd in uw hart, maar boodschap hem naar uw woorden, en hij zal u weldoen. En zij verkozen uit zich honderd mannen, en voegden die bij haar en haar maagd, en die brachten haar aan de tent van Holofernes, en daar kwam een oploop door het gehele leger, want haar aankomst werd ruchtbaar door de tenten. En zij kwamen en omringden haar, gelijk zij stond buiten de tent van Holofernes, totdat zij hem de boodschap van haar gedaan hadden. En zij waren verwonderd over haar schoonheid, en zij verwonderden zich over de kinderen Israëls om harentwil, en de een zeide tot de ander: Wie zou dit volk kunnen verachten, dat zodanige vrouwen onder zich heeft; daarom is het niet goed dat één man van hen overblijve, welke overgelaten zijnde het gehele land door listigheid zou kunnen bedriegen.

Judith 11:1
EN Holofernes zeide tot haar: Heb goede moed, vrouwe, en uw hart zij niet bevreesd, want ik heb geen mens leed gedaan, die Nabuchodonosor, de koning der ganse aarde, heeft begeerd te dienen.

Judith 11:5
Want zo waar als Nabuchodonosor, de koning der gehele aarde, leeft, en zo waar als zijn kracht leeft, die u uitgezonden heeft om alle zielen met orde te richten, zo zullen niet alleen de mensen door u hem dienen, maar ook de dieren des velds en de beesten, en de vogelen des hemels zullen door uw geweld onder Nabuchodonosor en zijn ganse huis leven.

Judith 11:7
En nu wat aangaat de rede, die Achior gesproken heeft in uw raad, wij hebben zijn woorden gehoord, dewijl hem de mannen van Bethulië gekregen hebben, en hij heeft hun aangezegd alles wat hij voor u uitgesproken heeft. Daarom, heersende heer, verwerp zijn rede niet, maar laat ze u ter harte gaan, dewijl zij waarachtig is.

Judith 11:9
Maar nu, opdat mijn heer niet tevergeefs en zonder iets uit te richten zou zijn, zo is de dood hun over het aanschijn gevallen, en een zonde heeft hen ingenomen, waardoor zij hun God zullen vertoornen, zo wanneer zij deze onbehoorlijkheid zullen hebben begaan.

Judith 11:10
Want dewijl hun de spijs ontbroken heeft, en al het water zeer weinig is geworden, zo hebben zij beraadslaagd de hand te slaan aan hun lastbeesten, en hebben besloten tot spijs te gebruiken al hetgeen God in zijn wetten hun verboden heeft te eten.

Judith 11:13
Daarom, ik, uw dienstmaagd, dit alles wetende, ben van hun aangezicht gevloden, en God heeft mij gezonden, om met u dingen te doen, waarover zich in het gehele aardrijk zullen ontzetten, zo velen als er van horen zullen.

Judith 11:20
En Holofernes zeide. tot haar: God heeft welgedaan, dat Hij u voor dit volk heeft afgezonden, opdat in onze handen kracht zij, en degenen die mijn heer verachten, verdorven worden.

Judith 12:4
En Judith zeide tot hem: Zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer, uw dienstmaagd zal niet opgeteerd hebben hetgeen ik bij mij heb, of de Here zal door mijn hand gedaan hebben, hetgeen Hij heeft beraadslaagd.

Judith 13:13
En Judith zeide van verre tot degenen, die de wacht hadden over de poorten: Doet open! doet toch de poort open, God, onze God, is met ons om nog kracht te bewijzen in Israël, en tegen de vijanden, gelijk hij ook heden gedaan heeft.

Judith 13:18
Looft God, looft Hem; looft God, die zijn barmhartigheid van het huis Israëls niet afwendt, maar hij heeft onze vijanden verwond door mijn hand, in deze nacht.

Judith 13:19
En zij trok het hoofd van Holofernes uit de zak, en toonde het, en zeide tot hen: Ziet hier het hoofd van Holofernes, de veldoverste van het leger der Assyriërs, en ziet hier, en ziet het behangsel onder hetwelk hij gelegen heeft in zijn dronkenschap, en de Here heeft hem geslagen door de hand ener vrouw.

Judith 13:20
En zo waarachtig als de Here leeft, die mij bewaard heeft in mijn weg, die ik heengegaan ben, dat mijn aangezicht hem heeft verleid tot zijn verderf, en hij heeft geen zonde tot bevlekking en schaamte met mij begaan.

Judith 13:24
En geloofd zij de Here God, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die u geleid heeft tot verwonding des hoofds van de overste onzer vijanden.

Judith 14:6
Maar eer gij dat doet, zo roept mij Achior, de Ammoniet, opdat hij zie en kenne degene, die het huis Israëls veracht heeft, en die hem tot ons als tot de dood heeft afgezonden; en zij riepen Achior uit het huis van Ozias. Als hij nu kwam, en het hoofd van Holofernes zag, in de hand van een man onder de vergadering des volks, zo viel hij op zijn aangezicht, en is in onmacht gevallen; maar als zij hem verkwikt hadden viel hij aan de voeten van Judith, en aanbad haar en zeide: Gezegend zijt gij in alle tenten van Juda, en onder alle volken; die van uw naam horen, die zullen zich ontzetten; en nu, verhaal mij al hetgeen gij in deze dagen gedaan hebt. En Judith verhaalde hem in het midden des volks, al hetgeen zij gedaan had, van de dag aan dat zij uitgegaan was, totdat zij met hen sprak; en als zij ophield van spreken, zo juichte het volk met luider stem, en verhief een stem van vreugde in hun stad.

Judith 14:15
En hij ging in de tent waar Judith zich ophield, en vond haar niet, en hij sprong tot het volk uit roepende: Die slaven hebben trouweloos gehandeld: een Hebreeuwse vrouw heeft schaamte gebracht over het huis des konings Nabuchodonosors, want ziet Holofernes ligt ter aarde, en zijn hoofd is niet op hem.

Judith 16:3
Want de Here is een God, die de krijgen vermorzelt: want hij heeft in zijn leger, in het midden des volks, mij verlost, uit de hand dergenen, die mij vervolgden.

Judith 16:7
De Here, de Almachtige, heeft hen teniet gemaakt, door de hand ener vrouw.

Judith 16:8
Want hun machtige is niet gevallen door jonge mannen, en de kinderen der Titanen hebben hem niet verslagen, en de grote reuzen hebben hem niet aangegrepen, maar Judith, de dochter van Merari, heeft hem machteloos gemaakt, door de schoonheid van haar aangezicht.

Judith 16:11
Haar schone pantoffelen hebben zijn oog weggerukt, en haar schoonheid heeft zijn ziel gevangen genomen, en de sabel is door zijn hals gegaan.

Judith 16:17
Dat al uw schepsel u diene, want gij hebt het gezegd, en zij zijn geworden. Gij hebt uw geest uitgezonden, en hij heeft ze gebouwd, en daar is niemand die uw stem zal wederstaan.

Boek der Wijsheid 1:7
Want de Geest des Heren vervult de aarde, en hetgeen alles tezamen houdt heeft kennis der stem.

Boek der Wijsheid 1:13
Want God heeft de dood niet gemaakt, en heeft geen vermaak aan het verderf der levenden.

Boek der Wijsheid 1:14
Want hij heeft alle dingen geschapen om te zijn, en de beginselen der wereld zijn heilzaam, en in deze is geen venijn des verderfs, en het rijk der hel is niet op aarde.

Boek der Wijsheid 2:13
Hij wendt voor dat hij kennis van God heeft, en noemt zichzelf een kind des Heren.

Boek der Wijsheid 2:21
Dit hebben zij overlegd, maar hebben gedwaald, want hun boosheid heeft hen verblind.

Boek der Wijsheid 2:23
Want God heeft de mens geschapen tot onverderfelijkheid, en heeft hem gemaakt een beeld van zijn eigen natuur.

Boek der Wijsheid 3:5
Zijnde een weinig getuchtigd geweest, zullen zij grote weldaden genieten, omdat God hen heeft beproefd, en hen zijns waardig heeft bevonden.

Boek der Wijsheid 3:6
Hij heeft hen beproefd gelijk goud in een smeltoven, en hen aangenomen als een brandoffer.

Boek der Wijsheid 3:13
Hun geslacht is vervloekt, daarom is de onvruchtbare zalig, die onbevlekt is, welke het bed niet heeft gekend in overtreding, zij zal de vrucht genieten in de bezoeking der zielen.

Boek der Wijsheid 3:14
En de gesnedene is zalig die geen onrecht met zijn hand gewrocht, noch boze dingen tegen de Here, gedacht heeft, want hem zal gegeven worden een uitverkoren genade des geloofs, en een zeer aangenaam lot in de tempel des Heren.

Boek der Wijsheid 4:2
Als zij tegenwoordig is, zo volgt men haar na, en gaat zij weg, zo verlangt men naar haar, en in de toekomende eeuw draagt zij een kroon, en triomfeert, nadat zij de strijd der prijzen, die onbevlekt zijn, gewonnen heeft.

Boek der Wijsheid 4:10
Die God behaagd heeft, is door Hem bemind; en levende onder de zondaren werd hij weggenomen.

Boek der Wijsheid 4:13
In weinig tijds volmaakt geworden zijnde, heeft hij lange tijden vervuld.

Boek der Wijsheid 4:14
Want zijn ziel was de Here aangenaam, daarom heeft hij gehaast hem uit het midden der boosheid weg te nemen.

Boek der Wijsheid 4:17
Want wij zullen zien het einde van de wijze, en niet bedenken wat zij over hem beraadslaagd hebben, en waartoe hem de Here verzekerd heeft.

Boek der Wijsheid 5:6
Voorwaar wij zijn van de weg der waarheid afgedwaald, en het licht der gerechtigheid heeft ons niet beschenen, en de zon der gerechtigheid is ons niet opgegaan.

Boek der Wijsheid 5:8
Wat heeft ons de hovaardij gebaat? en wat heeft ons de rijkdom met pochen gebracht?

Boek der Wijsheid 6:7
Want de Here van allen zal de persoon niet ontzien, en de grootte niet vrezen, want hij heeft kleinen en groten gemaakt, en tegelijk zorgt hij voor allen.

Boek der Wijsheid 7:1
IK ben ook een sterfelijk mens, alle anderen gelijk, en van het geslacht van de eerstgeschapen mens, die uit de aarde zijn oorsprong heeft.

Boek der Wijsheid 7:3
En ik heb ook, geboren zijnde, de lucht geschept, die ons gemeen is, en ben gevallen op de aarde, die gelijke eigenschappen met ons heeft; wenen is mijn eerste stem geweest, gelijk van alle anderen.

Boek der Wijsheid 7:5
Want geen koning heeft een ander begin gehad zijner geboorte.

Boek der Wijsheid 7:15
En God heeft mij gegeven mijn mening te zeggen, en te bedenken hetgeen waardig te de dingen, die mij gegeven zijn, want hij leidt op de weg der wijsheid en bestiert de wijzen recht.

Boek der Wijsheid 7:17
Want hij heeft mij gegeven ware kennis der dingen die zijn, om te weten de gestalte der wereld, en de werkingen der elementen.

Boek der Wijsheid 7:21
Ik heb kennis van alle, beide van verborgen en openbare dingen, want de wijsheid, die van alle dingen een kunstenares is, heeft ze mij geleerd.

Boek der Wijsheid 8:3
Zij maakt haar adellijke afkomst daarmede heerlijk dat zij met God verkeert, en de Here aller dingen heeft haar lief.

Boek der Wijsheid 9:16
En nauwelijks maken wij na de dingen die op aarde zijn, en met moeite vinden wij hetgeen onder handen is; wie heeft dan nagespeurd hetgeen in de hemelen is?

Boek der Wijsheid 9:17
En wie heeft uw raad gekend? tenzij dat gij wijsheid gegeven, en uw Heilige Geest gezonden hebt van de hoogste plaats.

Boek der Wijsheid 10:1
DEZE wijsheid heeft bewaard de eerstgevormde en alleen geschapen vader der wereld;

Boek der Wijsheid 10:2
En heeft hem getrokken uit zijn eigen val en hem sterkte gegeven om te heersen over alle dingen.

Boek der Wijsheid 10:4
En als de aarde om zijnentwil met de watervloed bedekt was, zo heeft de wijsheid weder behouden, regerende de rechtvaardige door een verachtelijk hout.

Boek der Wijsheid 10:5
Deze ook, als de volken door boze eigenzinnigheid onder elkander verward waren, heeft de rechtvaardige gekend, en hem onstraffelijk voor God bewaard, en behoed dat hij sterk bleef in de inwendige bewegingen der barmhartigheden over zijn zoon.

Boek der Wijsheid 10:6
Deze toen de goddelozen vergingen, heeft de rechtvaardige verlost, toen hij het nedervallende vuur der vijf steden ontvlood.

Boek der Wijsheid 10:9
Maar de wijsheid heeft uit moeite verlost degenen die haar dienen.

Boek der Wijsheid 10:10
Deze geleidde de rechtvaardige op rechte paden, als hij vluchtende was voor de toorn zijns broeders, en heeft hem het koninkrijk Gods getoond, en kennis van heilige dingen gegeven, heeft hem voorspoedig gemaakt in zijn arbeid, en zijn moeite vermenigvuldigd.

Boek der Wijsheid 10:12
Zij bewaarde hem van de vijanden, en maakte hem zeker tegen degenen, die hem lagen legden, en in die sterke strijd heeft zij hem de prijs der overwinning gegeven, opdat hij zou weten dat de godzaligheid machtiger is dan alles.

Boek der Wijsheid 10:13
Deze heeft niet verlaten de rechtvaardige die verkocht was, maar heeft hem uit de zonde verlost; zij voer met hem af in de put.

Boek der Wijsheid 10:14
En in de banden heeft zij hem niet verlaten, maar bleef bij hem totdat zij hem de scepter des koninkrijks bracht, en macht over degenen die hem wreed behandeld hadden; en heeft betoond dat zij leugenaars waren, die hem beschimpt hadden, en heeft hem een eeuwige heerlijkheid gegeven.

Boek der Wijsheid 10:15
Deze heeft dat heilige volk, en dat onbestraffelijk zaad verlost, uit de natie dergenen die haar verdrukten.

Boek der Wijsheid 10:17
Zij heeft de heiligen gegeven loon der heiligheid voor hun moeite, en heeft hen geleid door een wonderlijke weg, en is hun geworden tot een deksel des daags, en des nachts tot een vlam der sterren.

Boek der Wijsheid 10:18
Zij heeft hen doen gaan door de Rode zee, en heeft hen overgebracht door veel water.

Boek der Wijsheid 10:19
Maar hun vijanden deed zij verdrinken, noch hen heeft zij uit de diepte van de afgrond getrokken.

Boek der Wijsheid 11:1
ZIJ heeft haar werken voorspoedig gemaakt door de hand van de heilige profeet.

Boek der Wijsheid 11:18
Want het ontbrak uw almachtige hand niet, die de wereld uit een stof, die geen gedaante had, geschapen heeft, over hen te zenden een menigte van beren, of stoute leeuwen.

Boek der Wijsheid 13:3
Indien zij nu, in hun schoonheid vermaak scheppende, deze voor goden aannamen, dat zij dan erkennen hoeveel beter de Here daarvan is; want de oorspronkelijke beginner der schoonheid heeft deze dingen geschapen.

Boek der Wijsheid 13:4
En is het dat zij zeer verwonderd zijn geweest over hun kracht en werking, dat zij daaruit bemerken, hoeveel machtiger hij is, die deze toebereid heeft.

Boek der Wijsheid 13:16
Opdat het immers niet zou afvallen verzorgt hij het tevoren, wetende dat het hemzelf niet kan helpen, want het is een beeld, en heeft hulp nodig.

Boek der Wijsheid 14:2
Want de begeerte der winst heeft dat bedacht, en de kunstige wijsheid heeft het toebereid.

Boek der Wijsheid 14:8
Maar dat met handen gemaakt is, hetzelve is vervloekt, en ook degene die het gemaakt heeft; deze, omdat hij het gemaakt heeft, maar dat, omdat het verderfelijk zijnde, God genoemd wordt.

Boek der Wijsheid 14:10
En daarom zal hetgeen gemaakt is, met degene, die het gemaakt heeft, gestraft worden.

Boek der Wijsheid 14:18
De eergierigheid van de kunstenaar heeft ook de onwetenden aangedreven tot voortzetten van deze dienst der beelden.

Boek der Wijsheid 14:19
Want deze misschien willende de prins behagen, heeft zijn best gedaan, om door zijn kunst, de gelijkheid op het schoonst uit te drukken.

Boek der Wijsheid 15:4
Want ons heeft niet verleid de kwade bedenking der mensen, noch de schaduw der schilderijen, zijnde een onvruchtbare arbeid, namelijk een gedaante die bevlekt is met verscheidene kleuren.

Boek der Wijsheid 15:9
Maar hij is bezorgd, niet omdat hij moeite zal hebben, noch omdat hij een kortdurend leven heeft, maar omdat hij om strijd arbeidt met de goudsmeden en zilversmeden, en dat hij het de koperslagers nadoet, en acht het een eer te zijn, dat hij valse dingen maakt.

Boek der Wijsheid 15:11
Omdat hij die niet kent die hem gemaakt heeft, en een ziel hem ingeblazen heeft, welke in hem werkt, en hem een geest ingeademd heeft, die hem doet leven.

Boek der Wijsheid 15:16
Want een mens heeft hen gemaakt, en die de adem in leen ontvangen heeft, die heeft hen bereid; want geen mens kan een god maken die Hem gelijk is.

Boek der Wijsheid 15:17
Maar sterfelijk zijnde maakt hij een dode, met zijn onrechtvaardige handen; want hij is beter dan hetgeen hij als god eert, dewijl hij leven heeft, maar zij hadden het nooit.

Boek der Wijsheid 16:12
Want noch kruid noch pleister heeft hen genezen, maar, Here, uw woord, hetwelk alle dingen heelt.

Boek der Wijsheid 16:23
Daarentegen heeft het ook zijn eigen kracht vergeten, opdat de rechtvaardigen zouden gevoed worden.

Boek der Wijsheid 18:20
Ook heeft eenmaal de aanvechting des doods de rechtvaardigen aangeraakt en is in de woestijn een verbreking der menigte geschied, maar die toorn duurde niet lang.

Jezus Sirach 1:6
Wie is de wortel der wijsheid ontdekt geweest? en wie heeft haar kloeke werken gekend?

Jezus Sirach 1:8
De Here zelf heeft haar geschapen, en heeft haar gezien en heeft haar geteld.

Jezus Sirach 1:9
En heeft haar uitgegoten over al zijn werken; zij is bij alle vlees naar zijn gave, en hij verleent haar degenen die hem lief hebben.

Jezus Sirach 1:14
Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden vertrouwd.

Jezus Sirach 2:11
Wie heeft op de Here betrouwd, en is beschaamd geworden?

Jezus Sirach 2:12
Of wie is in zijn vreze gebleven en verlaten geworden? of wie heeft hem aangeroepen en is door hem veracht?

Jezus Sirach 3:2
Want de Here heeft de vader verheerlijkt over de kinderen, en bevestigt het oordeel der moeder boven de zonen.

Jezus Sirach 3:26
Velen heeft hun ijdel vermoeden bedrogen, en boos achterdenken heeft hun gemoed doen wankelen; als gij geen oogappelen hebt zult gij aan het licht gebrek hebben, en als het u aan kennis ontbreekt, zo verkondig die niet.

Jezus Sirach 4:6
Want als iemand u vervloekt in bitterheid zijner ziel, zijn gebed zal hij horen, die hem gemaakt heeft,

Jezus Sirach 4:13
Wie haar liefheeft, die heeft het leven lief, en die zich vroeg opmaken tot haar, zullen met verheuging vervuld worden.

Jezus Sirach 4:15
Die haar dienen, die zullen de heilige dienen, en die haar liefhebben, heeft de Here lief.

Jezus Sirach 6:14
Een getrouw vriend is een sterke bescherming, en wie die gevonden heeft, die heeft een schat gevonden.

Jezus Sirach 7:29
Vrees de Here met uw gehele ziel, en houd zijn priesters in waarde; heb uit geheel uw kracht lief degene die u gemaakt heeft, en verlaat zijn dienaars niet.

Jezus Sirach 8:3
Want het goud heeft velen verdorven, en heeft de harten der koningen gebogen.

Jezus Sirach 9:16
Verwijder van de mens die macht heeft om te doden, en gij zult de vrees des doods niet vermoeden.

Jezus Sirach 10:13
Het beginsel der hovaardigheid is, wanneer een mens van de Here afwijkt, en zijn hart afwijkt van degene die hem gemaakt heeft.

Jezus Sirach 10:15
Daarom heeft de Here zeldzame straffen over hen gebracht, en heeft hen eindelijk omgekeerd.

Jezus Sirach 10:16
De Here heeft de tronen der regeerders ternedergedrukt, en heeft zachtmoedigen in hun plaats daarin gezet.

Jezus Sirach 10:19
Hij heeft ze daaruit weggenomen, en heeft ze verdorven.

Jezus Sirach 10:20
En heeft hun gedachtenis doen ophouden van de aarde.

Jezus Sirach 10:30
Want het is beter dat iemand werkt, en in alles overvloed heeft, dan dat iemand pocht en gebrek aan brood heeft.

Jezus Sirach 11:5
Vele koningen hebben op de vloer gezeten en waar men niet op verdacht was, heeft de kroon gedragen.

Jezus Sirach 11:11
Menigeen is er die moeite doet, en arbeidt, en zich haast, en heeft toch des te meer gebrek.

Jezus Sirach 11:12
Menigeen is er die traag is, hebbende hulp van node, het ontbreekt hem aan sterkte, en hij heeft grote armoede, en het oog des Heren ziet op hem ten goede, en richt hem op uit zijn nederigheid;

Jezus Sirach 12:11
Indien hij zou vernederd worden, en gekromd gaan, bedwing uzelf, en wacht u van hem, en gij zult hem zijn als die een spiegel heeft afgeveegd, en zult gewaar worden, dat hij die niet tot het einde toe verroest maken kan.

Jezus Sirach 13:1
DIE pek aanroert, wordt daarmede besmet, en die met de hovaardige gemeenschap heeft, wordt hem gelijk.

Jezus Sirach 13:7
Heeft hij u nodig, zo zal hij u bedriegen, en aanlokken, en zal u hoop geven; hij zal schoon met u spreken, en zeggen: Wat hebt gij nodig?

Jezus Sirach 13:18
Ieder dier heeft zijns gelijke lief, en ieder mens heeft zijn naaste lief.

Jezus Sirach 13:25
Wanneer een rijke struikelt, zo heeft hij velen, die hem ophelpen; heeft hij onbetamelijke dingen gesproken, men recht vaardigt hem evenwel.

Jezus Sirach 13:26
Een nederige struikelt, en men bekijft hem nog daartoe; hij heeft verstandige rede gesproken, en men geeft hem geen plaats.

Jezus Sirach 14:2
Zalig is hij, die zijn ziel niet verdoemt, en die niet vervalt van zijn hoop, die hij op de Here heeft.

Jezus Sirach 14:20
Alle werk, dat verrotting onderworpen is, bezwijkt, en die het gewrocht heeft zal met hetzelve ook weggaan.

Jezus Sirach 15:1
DIE de Here vreest zal zulks doen en die de kennis der wet verkregen heeft zal haar vinden.

Jezus Sirach 15:2
En gelijk een moeder zal zij hem tegemoet gaan, en gelijk een vrouw die hij als zij maagd was getrouwd heeft, zal zij hem ontvangen.

Jezus Sirach 15:12
Zeg niet, hij heeft mij gemaakt, want hij heeft de zondaar niet van node.

Jezus Sirach 15:14
Hij heeft van den beginne de mens gemaakt, en hem gelaten in de hand zijns raads.

Jezus Sirach 15:15
En heeft gezegd: Indien gij wilt, gij zult de geboden houden en het geloof om te doen hetgeen mij behaagt.

Jezus Sirach 15:16
Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt.

Jezus Sirach 15:20
Hij heeft niemand geboden goddeloos te zijn, en heeft niemand verlof gegeven te zondigen.

Jezus Sirach 16:6
Vele dergelijke dingen heeft mijn oog gezien, en mijn oor heeft sterker dingen gehoord dan deze.

Jezus Sirach 16:11
En alzo heeft de Here zeshonderd duizend mannen te voet, welke tezamen vergaderd waren in de hardigheid hunner harten, door ontferming en kastijding behouden, geselende, ontfermende, slaande, genezende; indien dan een hardnekkige zou zijn onder het volk, het ware een wonder dat die ongestraft zou blijven.

Jezus Sirach 16:15
Maak plaats voor allerlei aalmoezen, want een ieder zal vinden naar zijn werken. De Here heeft Farao verhard, dat hij hem niet kende, opdat zijn werken zouden bekend worden bij het geslacht onder de hemel; zijn barmhartigheid is alle schepselen openbaar, en zijn licht en duisternis heeft hij onderscheiden met een diamantsteen.

Jezus Sirach 16:26
Want door des Heren oordeel zijn zijn werken van het begin en van dat zij gemaakt zijn, heeft hij hun delen onder scheiden.

Jezus Sirach 16:27
Hij heeft zijn werken versierd in eeuwigheid, hun beginselen door zijn hand in alle geslachten; zij hebben geen honger gehad, en zijn niet vermoeid geweest in zijn maakselen, en zijn niet be zweken van zijn werken, niet een heeft zijn naaste verdrukt;

Jezus Sirach 16:29
En na deze heeft de Here op aarde gezien, en heeft ze vervuld met zijn goederen.

Jezus Sirach 17:1
DE Here heeft de mens uit aarde geschapen, en heeft hem weder in dezelve doen terugkeren.

Jezus Sirach 17:2
Hij heeft hun een getal van dagen, en een bestemde tijd gegeven, en heeft hun macht gegeven over de dingen die daarop zijn.

Jezus Sirach 17:3
Hij heeft hen bekleed met sterkte, naar hun gelegenheid, en heeft hen naar zijn evenbeeld gemaakt.

Jezus Sirach 17:4
Hij heeft hun vreze gelegd op alle vlees, en gegeven dat hij zou heersen over de dieren en vogels, naar zijn gelijkenis.

Jezus Sirach 17:5
En voor het zesde heeft hij hun het vernuft geschonken, uit delende zijn gaven, en voor het zevende, de spraak, welke is een uitlegging zijner werken.

Jezus Sirach 17:6
Hij heeft hun gegeven raad, en tong, en ogen, oren, en een hart om te overleggen; met wetenschap des verstands heeft hij hen vervuld, en hun hetgeen goed en kwaad is getoond.

Jezus Sirach 17:7
Hij heeft zijn ogen op hun harten gelegd; hij heeft hun gegeven in eeuwigheid te mogen roemen in zijn wonderen, opdat zij zijn werken verstandig zouden verhalen;

Jezus Sirach 17:9
Hij heeft hun nog toegelegd wetenschap, en hun de wet des levens tot een erfdeel gegeven, opdat zij zouden verstaan, dat zij nu sterfelijk zijn.

Jezus Sirach 17:10
Een eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht, en hun getoond zijn oordelen.

Jezus Sirach 17:11
Hun ogen hebben zijn heerlijke majesteit gezien, en hun oor heeft gehoord de heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:

Jezus Sirach 17:12
Wacht u van alle ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk een van zijn naaste.

Jezus Sirach 17:14
Want in de verdeling der volken van het ganse aardrijk heeft bij over elk volk een overste gesteld, maar Israël nam hij tot zijn deel aan, welke, zijnde zijn eerstgeborene, de tucht op voedt, en hij deelt hem mede het licht der liefde, en begeeft hem niet.

Jezus Sirach 17:16
Hun ongerechtigheden zijn niet verborgen voor hem, en al hun zonden zijn voor de Here, doch de Here zijnde goedertieren, en zijn maaksel kennende, heeft hen noch begeven noch verlaten, maar heeft hen verschoond.

Jezus Sirach 17:18
Doch de boetvaardige heeft bij gegeven weder te keren, en heeft tot zich geroepen die de lijdzaamheid verlieten.

Jezus Sirach 18:1
DIE in eeuwigheid leeft, heeft alle dingen in het gemeen geschapen.

Jezus Sirach 18:2
De Here is alleen rechtvaardig, en daar is geen ander dan hij; hij heeft de wereld gebouwd met de span zijner hand, en alle dingen zijn zijn wil gehoorzaam. Want hij is een koning aller dingen door zijn kracht, onderscheiden daarin hetgeen heilig is van het onheilige.

Jezus Sirach 18:3
Wie heeft hij macht gegeven zijn werken te verkondigen en wie heeft zijn grote daden uitgespeurd?

Jezus Sirach 18:11
Hij heeft gezien en verstaan hun einde dat het kwaad is, daarom heeft hij zijn verzoening vermenigvuldigd.

Jezus Sirach 19:9
Want hij heeft u gehoord en u waargenomen, en ter gelegener tijd zal hij u haten.

Jezus Sirach 19:13
Bestraf uw vriend, misschien heeft hij het niet gedaan, en zo hij het gedaan heeft, dat hij het niet te eniger tijd meer doe.

Jezus Sirach 19:14
Bestraf uw naaste, misschien heeft hij het niet gezegd, en zo hij het gezegd heeft, dat hij het ten tweeden male niet zegge.

Jezus Sirach 20:4
Menigeen is er die zwijgt, want hij heeft niet te antwoorden, en menigeen is er die zwijgt, wetende de gelegen tijd.

Jezus Sirach 20:6
Die te veel woorden heeft, van die heeft men een gruwel, en die zichzelf te veel macht aanneemt, wordt gehaat.

Jezus Sirach 20:8
De zondaar heeft een welbehagen in boze dingen, en menige vond strekt tot schade.

Jezus Sirach 20:9
Daar is menige gave die u niet bevorderlijk zal zijn, en daar is menige gave die tweevoudige vergelding heeft.

Jezus Sirach 20:17
Hoe menigmaal, en hoe velen zullen hem bespotten! want hij heeft het bezit zijner goederen met geen rechte kennis ontvangen, en het ontberen daarvan is hem desgelijks evenveel.

Jezus Sirach 21:18
Heeft het een onverstandige gehoord, zo mishaagt het hem, enhij werpt het achter zijn rug.

Jezus Sirach 21:25
De voet van de dwaas is haastig tot een huis in te gaan, maar een mens, die veel ervaren heeft, wordt daarvan beschaamd.

Jezus Sirach 22:3
Het is des vaders schande wanneer hij een ongeschikte zoon gewonnen heeft, en zulk een dochter wordt hem tot verkleining.

Jezus Sirach 22:4
Een voorzichtige dochter zal erfgenaam zijn van haar man, maar een die beschaamd maakt, is tot droefheid desgenen die haar gegenereerd heeft.

Jezus Sirach 22:10
Ween over een dode, want het licht heeft hem begeven. Beween ook een dwaas, want het verstand heeft hem begeven.

Jezus Sirach 22:28
In de tijd der verdrukking blijf bij hem, opdat gij zijn erfdeel moogt erven, want de geringe staat is niet altijd te verachten, noch de rijke, die geen verstand heeft, in waarde te houden.

Jezus Sirach 23:9
Want gelijkerwijs een huisknecht, die steeds met geselen onderzocht wordt, geen gebrek heeft van striemen, zo wordt die zweert en doorgaans de heilige noemt, van de zonde niet gereinigd.

Jezus Sirach 23:12
En zo hij ijdel gezworen heeft, hij zal niet gerechtvaardigd worden, want zijn huis zal vervuld worden met aangehaalde straffen.

Jezus Sirach 23:21
Een hoereerder, die met het lichaam zijns vleses hoererij bedrijft, rust niet totdat hij een vuur ontstoken heeft.

Jezus Sirach 23:28
Deze zal op de straten der stad gewroken worden, en gegrepen worden waar hij het niet heeft gemeend.

Jezus Sirach 23:30
Want vooreerst is zij de wet des Allerhoogsten ongehoorzaam geweest, en ten tweede heeft zij kwalijk gehandeld jegens haar man, en ten derde heeft zij in hoererij overspel bedreven, en uit een andere man kinderen voortgebracht.

Jezus Sirach 24:8
Toen beval mij de schepper aller dingen, en die mij geschapen heeft, deed mijn tent rusten, en zeide:

Jezus Sirach 24:10
Vóór de wereld, van den beginne heeft hij mij geschapen, en tot in eeuwigheid neem ik niet af; in een heilige tabernakel heb ik in zijn tegenwoordigheid gediend;

Jezus Sirach 24:11
En zo ben ik in Sion bevestigd. In een geheiligde stad heeft hij mij insgelijks doen rusten, en in Jeruzalem is mijn macht.

Jezus Sirach 24:26
Al deze dingen leert het boek des verbonds van God de Allerhoogste, de wet, welke Mozes bevolen heeft tot een erfdeel in de vergaderingen van Jakob, zeggende: Bezwijkt niet, maar zijt sterk in de Here, opdat hij u krachtig make; kleeft hem aan; de Almachtige Here is alleen God, en daar is geen Zaligmaker benevens hem.

Jezus Sirach 24:30
De eerste heeft haar niet volkomen gekend, en zo heeft de laatste haar niet uitgespeurd.

Jezus Sirach 25:4
Namelijk een arme, die hovaardig is, en een rijke, die een leugenaar is, en een oude die een overspeler is, en aan verstand afgenomen heeft.

Jezus Sirach 25:12
Hij is zalig die kloekheid gevonden heeft, en ze verhaalt in de oren der toehoorders.

Jezus Sirach 25:26
Toorn en onbeschaamdheid en grote schande is bij een vrouw, indien zij haar man toereikt dat hij van node heeft.

Jezus Sirach 26:1
GELUKKIG is de man, die een goede vrouw heeft; het getal zijner dagen wordt dubbel.

Jezus Sirach 26:23
Een vrouw die loon neemt, wordt een mestvarken gelijk geacht, maar die een man heeft, zal een toren des doods geacht worden, degenen die haar gebruiken.

Jezus Sirach 26:26
Een onbeschaamde vrouw zal geacht worden als een hond, maar die schaamte heeft, zal de Here vrezen.

Jezus Sirach 26:28
Gelukzalig is de man die een goede vrouw heeft, want het getal zijner jaren zal dubbel zijn.

Jezus Sirach 27:6
Gelijk de vrucht van de boom doet blijken hoe men die heeft verpleegd, zo doet ook de uitspraak der gedachten blijken wat in het hart des mensen is.

Jezus Sirach 27:19
Want gelijkerwijs een mens zijn vijand verliest, zo heeft hij zijn naaste verloren.

Jezus Sirach 27:22
Want een wond kan men verbinden, en voor een scheldwoord is verzoening, maar die heimelijke zaken openbaart, heeft zijn geloof verloren.

Jezus Sirach 28:2
Vergeef uw naaste het onrecht dat hij u gedaan heeft, en wanneer gij dan zult gebeden hebben, zullen u uw zonden vergeven worden.

Jezus Sirach 28:4
En hij heeft geen barmhartigheid over een mens die hem gelijk is, en bidt om zijn zonden.

Jezus Sirach 28:15
De dubbele tong heeft velen bewogen, en heeft hen van het ene volk in het andere verzet,

Jezus Sirach 28:16
En heeft vaste steden vernield, en huizen der groten omgekeerd.

Jezus Sirach 28:17
De dubbele tong heeft mannelijke vrouwen verdreven, en heeft haar beroofd van haar arbeid.

Jezus Sirach 28:22
Die haar juk niet getrokken heeft, en met haar banden niet is gebonden geweest.

Jezus Sirach 29:17
Een goed man zal voor zijn naaste borg worden, maar die de schaamte verloren heeft, zal hem verlaten.

Jezus Sirach 29:18
Vergeet de weldaden niet van hen, die voor u borg geworden is, want hij heeft zijn ziel voor u gesteld.

Jezus Sirach 29:20
De zondaar, wanneer men voor hem borg geworden is, zal vlieden, en een onnut mens zal in zijn. gedachten verlaten degene, die hem verlost heeft.

Jezus Sirach 29:21
Borgschap heeft er velen verdorven, die welgesteld waren, en heeft hen bewogen gelijk een golf der zee.

Jezus Sirach 29:22
Machtige mannen heeft zij doen verhuizen, die onder vreemde volken zijn gaan dwalen.

Jezus Sirach 29:32
Deze dingen zijn zwaar voor een die verstand heeft. De bestraffing vanwege het huis, en het verwijt van die hem geleend heeft.

Jezus Sirach 30:4
Is zijn vader gestorven, zo is het alsof hij niet gestorven ware, want hij heeft achter zich gelaten een die hem gelijk is.

Jezus Sirach 30:6
Hij heeft een nagelaten, die zich aan de vijanden wreken zal, en de vrienden weder dankbaar zal zijn.

Jezus Sirach 30:24
Want de droefheid heeft er velen verdorven en gedood.

Jezus Sirach 31:3
De rijke bemoeit zich met veel geld te vergaderen, en wanneer hij rust heeft, vult hij zich op met zijn lekkernijen.

Jezus Sirach 31:9
Wie is deze? en wij zullen hem zalig prijzen; want hij heeft wonderlijke dingen gedaan onder zijn volk.

Jezus Sirach 31:10
Wie is daardoor beproefd en volmaakt bevonden? en hij zal zijn tot een roem. Wie heeft kunnen overtreden, en heeft niet overtreden? en kwaad doen, en heeft het niet gedaan?

Jezus Sirach 31:21
Hoe weinig is genoeg voor een mens die wel onderwezen is; en hij hijgt niet op zijn bed, hij heeft een gezonde slaap, met een matig ingewand, hij staat des morgens vroeg weder op, en zijn vernuft is bij hem.

Jezus Sirach 31:28
Toon u geen man in de wijn, want de wijn heeft er velen in het verderf gebracht.

Jezus Sirach 31:31
Wat voor een leven heeft hij die het aan wijn ontbreekt? Want hij is geschapen om de mensen te verheugen.

Jezus Sirach 32:14
En dank hiervoor Hem die u gemaakt heeft, en u dronken maakt van zijn goederen.

Jezus Sirach 32:19
Een welberaden man veracht de bedenking niet, maar een vreemde en hovaardige is voor vrees niet vervaard, en nadat hij iets gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder raad.

Jezus Sirach 33:8
Zij zijn in de kennis des Heren onderscheiden, en hij heeft de tijden en de feesten veranderd.

Jezus Sirach 33:9
Van deze heeft hij sommige verhoogd en geheiligd, en uit hen sommige gesteld tot het getal der gemene dagen.

Jezus Sirach 33:11
Evenwel heeft hen de Here door zijn grote wetenschap onderscheiden, en hun wegen veranderd.

Jezus Sirach 33:12
Enigen uit hen heeft hij gezegend en verhoogd, en enigen uit hen heeft hij geheiligd, en tot hem doen naderen, enigen uit hen heeft hij vervloekt en vernederd en ze van hun staat af gestort.

Jezus Sirach 33:14
Zo is ook de mens in de hand desgenen, die hem gemaakt heeft, dat hij hen vergelde naar zijn oordeel.

Jezus Sirach 34:9
Een man, die gedwaald heeft, weet vele dingen, en die veel ervaren heeft, zal verstandige dingen verhalen.

Jezus Sirach 34:10
Die niet ervaren is, weet weinig, maar die gedwaald heeft, is meerder in schranderheid.

Jezus Sirach 34:14
Want hun hoop is op hem, die hen behouden heeft.

Jezus Sirach 34:20
De Allerhoogste heeft geen welbehagen aan de offeranden der goddelozen, en wordt over de zonde door menigte der slachtoffers niet verzoend.

Jezus Sirach 34:27
Als iemand is gewassen nadat hij een dode heeft aangeraakt, en die weder aanraakt, welke nuttigheid heeft hij van zijn wassing?

Jezus Sirach 34:28
Zo is het met een mens die vast vanwege zijn zonden, en weder heengaat en hetzelfde doet; wie zal zijn gebed verhoren? en wat is hij daarmee gevorderd dat hij zichzelf vernederd heeft?

Jezus Sirach 35:1
WIE de wet bewaart, die doet offeranden genoeg; wie op de geboden acht heeft, die offert een slachtoffer des heils.

Jezus Sirach 35:10
Geef de Allerhoogste naar hetgeen hij u gegeven heeft, en met een goed oog hetgeen uw hand gevonden heeft.

Jezus Sirach 35:16
Vlieten niet de tranen der weduwe af op de wang? en haar geschrei tegen hem, die ze heeft doen nederkomen?

Jezus Sirach 36:22
Een verdraaid hart zal droefheid geven, maar een mens, die veel ervaren heeft, zal hem vergelden.

Jezus Sirach 36:26
Die een goede vrouw krijgt, die begint goederen te bezitten, aangezien hij een hulp heeft, die hem gelijk is, en een pilaar waar hij op rusten mag.

Jezus Sirach 36:28
Want wie zal een toegeruste moordenaar betrouwen, die uit de ene stad in de andere sluipt; zo betrouwt men een mens niet, die geen nest heeft, en neemt herberg waar hij ook des avonds is.

Jezus Sirach 37:26
Het leven van een man heeft een getal der dagen, maar de dagen van Israël zijn ontelbaar.

Jezus Sirach 38:1
EER de geneesheer tot uw behoeften, met de eer die hem toekomt; want ook hem heeft de Here geschapen.

Jezus Sirach 38:4
De Here heeft de medicijnen uit de aarde geschapen, en een voorzichtig man verontwaardigt ze niet.

Jezus Sirach 38:6
Hij heeft de mensen wetenschap gegeven, om in zijn wonderen verheerlijkt te worden.

Jezus Sirach 38:12
Want de Here heeft hem geschapen, en laat hem niet van u, want gij behoeft hem.

Jezus Sirach 38:15
Wie tegen degene zondigt, die hem gemaakt heeft, die zal in de handen van de geneesheer vallen.

Jezus Sirach 38:31
Zo ook een smid, die nabij het aanbeeld zit, en slaat het ijzerwerk gade; de damp van het vuur versmelt zijn vlees, en hij heeft met de hitte des ovens te strijden.

Jezus Sirach 38:34
Desgelijks een pottenbakker zit op zijn werk, en drijft met zijn voeten het wiel om; welke altijd bezorgd is over zijn werk, en al zijn arbeid heeft zijn getal.

Jezus Sirach 38:41
In het algemeen, niemand wordt wijs behalve degene die zijn ziel daartoe begeeft, en die zijn betrachting heeft in de wet des Allerhoogsten.

Jezus Sirach 39:5
Het land van vreemde volken doorreist hij, want hij heeft wat goed en kwaad is onder de mensen beproefd.

Jezus Sirach 39:6
Hij begeeft zijn hart tot de Here, om vroeg te komen tot degene die hem gemaakt heeft, en tot de Allerhoogste smeekt hij.

Jezus Sirach 39:32
Daar zijn de geesten die tot wraak geschapen zijn, en door hun gramschap bevestigt God hun geselen, als de tijd voleindigd is, dan gieten zij hun sterkte uit, en stillen de gramschap desgenen die ze gemaakt heeft.

Jezus Sirach 40:6
Hij heeft weinig, en gelijk als geen rust, en daarna slaapt hij gelijk in de dagen der schildwacht.

Jezus Sirach 40:7
Hij wordt ontroerd door het gezicht van zijn hart, gelijk een die uit de krijg ontvloden is, en ontwakende in de tijd zijner behoudenis, is hij verwonderd dat hij om niet gevreesd heeft.

Jezus Sirach 41:2
Voor een man die goede rust heeft, en die het welgaat in alles, en nog sterk is om spijs te nemen.

Jezus Sirach 41:3
O dood, uw oordeel is aangenaam voor een mens, die behoeftig is en die aan sterkte afgenomen heeft.

Jezus Sirach 41:4
Voor een die in zijn uiterste ouderdom is, en omtrent alle dingen bezig is, en zichzelf mistrouwt, en de lijdzaamheid verloren heeft.

Jezus Sirach 41:16
Een goed leven heeft een. zeker getal der dagen, maar een goede naam blijft in eeuwigheid.

Jezus Sirach 41:18
De wijsheid, die verborgen is, en een schat, die niet te voorschijn komt, wat nuttigheid heeft men van beide?

Jezus Sirach 41:26
Schaamt u iemands deel weg te nemen, en hetgeen hem gegeven is, en te letten op een vrouw die een man heeft.

Jezus Sirach 42:20
De Here heeft zijn heiligen niet gegeven al zijn wonderheden te vertellen.

Jezus Sirach 42:21
De Here, de Almachtige heeft de gehele wereld gevestigd, dat zij onderstut wordt door zijn heerlijkheid.

Jezus Sirach 42:26
Hij heeft de heerlijke werken door zijn wijsheid versierd; hij die is vóór de wereld en in der eeuwigheid.

Jezus Sirach 42:30
Alle dingen zijn dubbel, het een tegenover het ander, en hij heeft niets gebrekkigs gemaakt.

Jezus Sirach 43:5
De Here is groot, die ze gemaakt heeft, en die haar loop door woorden heeft doen stilstaan.

Jezus Sirach 43:6
Ook heeft hij de maan gemaakt, dat zij staan zou in haar tijd, tot een aanwijzing der tijden, en tot een teken der eeuw.

Jezus Sirach 43:7
Van de maan heeft men een teken van het feest, zij is een licht dat geheel afneemt.

Jezus Sirach 43:8
De maand heeft haar naam naar haar; wassende is zij wonderbaar in haar verandering.

Jezus Sirach 43:9
Zij is een vat hetwelk legerplaats heeft in de hoogte, schijnende in het uitspansel des hemels.

Jezus Sirach 43:12
Zie de regenboog, en loof hem die hem gemaakt heeft, die zeer schoon is in zijn schijnsel.

Jezus Sirach 43:25
Door de raad des Heren staat de afgrond stil, en die heeft daarin eilanden geplant.

Jezus Sirach 43:34
Wie heeft hem gezien, en zal het vertellen? en wie zal hem groot maken gelijk hij is?

Jezus Sirach 43:36
Want de Here heeft alle dingen gemaakt, en heeft de god vrezende wijsheid gegeven.

Jezus Sirach 44:2
De Here heeft door hen voor zijn majesteit veel eer teweeg gebracht van de eeuwen af.

Jezus Sirach 44:20
Abraham is geweest een grootvader van menigte der volken, en daar is niemand gevonden hem gelijk in zijn heerlijkheid, welke de wet des Allerhoogsten bewaard heeft, en met hem in een verbond geweest is.

Jezus Sirach 44:21
In zijn vlees heeft de Here het verbond opgericht, en in de verzoeking werd hij getrouw bevonden.

Jezus Sirach 44:22
Daarom heeft hij hem met een eed beloofd, dat hij de volken zou zegenen in zijn zaad;

Jezus Sirach 44:24
En alzo heeft hij ook in Izaäk gesteld, om Abraham, zijns vaders wil, de zegen aller mensen, en het verbond, en heeft het doen rusten op het hoofd van Jakob.

Jezus Sirach 44:25
Die heeft hij gekend in zijn zegeningen, en hem een erfdeel gegeven, en heeft zijn deel gescheiden in stammen, die hij verdeeld heeft in twaalf.

Jezus Sirach 44:26
En heeft uit hem voortgebracht een man der barmhartigheid, die gunst gevonden heeft in de ogen van alle vlees.

Jezus Sirach 45:2
Hij heeft hem der heiligen heerlijkheid gelijk gemaakt, en heeft hem door de vrees der vijanden groot gemaakt; door zijn woorden heeft hij de tekenen doen ophouden; en heeft hem verheerlijkt voor het aangezicht der koningen.

Jezus Sirach 45:3
Hij heeft hem bevel gegeven aan zijn volk, en heeft hem zijn heerlijkheid getoond.

Jezus Sirach 45:4
Door zijn geloof en zachtmoedigheid heeft hij hem geheiligd; hij heeft hem uit alle vlees uitverkoren.

Jezus Sirach 45:5
Hij heeft hem zijn stem laten horen, en heeft hem ingevoerd in het donker;

Jezus Sirach 45:6
En heeft hem van aangezicht tot aangezicht bevelen gegeven, de wet des levens en der wetenschap; deze heeft Jakob het verbond geleerd, en Israël zijn rechten.

Jezus Sirach 45:7
Aäron, zijn broeder, uit de stam van Levi, heeft hij verhoogd, dat hij heilig en hem gelijk ware.

Jezus Sirach 45:8
Hij heeft met hem een eeuwig verbond opgericht, en hem gegeven het priesterdom onder zijn volk, en verheerlijkt met schoon sieraad.

Jezus Sirach 45:9
En heeft hem omgord met een kleed der heerlijkheid, en hem aangetrokken een volkomen roem, en hem gesterkt met uitrusting der sterkte;

Jezus Sirach 45:11
En heeft hem rondom behangen met granaatappelen, en zeer veel gouden schelletjes rondom heen, om geluid te maken met geklank in het gaan; en een gerucht te maken dat men horen kon in de tempel, en dat tot een gedachtenis mocht dienen de kinderen van zijn volk.

Jezus Sirach 45:14
Hij heeft hem versierd met een gouden kroon boven op de hoed, een uitgedrukt zegel der heiligheid, een heerlijke roem, machtige werken, verlustigingen der ogen, schone versieringen.

Jezus Sirach 45:18
Mozes heeft zijn handen gevuld, en heeft hem met heilige olie gezalfd.

Jezus Sirach 45:20
Uit alle levenden heeft hij hem uitverkoren, om de Here offeranden toe te brengen; reukwerk en welriekende reuk tot gedachtenis, om verzoening te doen voor het volk.

Jezus Sirach 45:21
Hij heeft hem zijn bevelen gegeven, en macht in de inzet tingen der rechten, om Jakob zijn getuigenissen te leren, en Israël door zijn wet te verlichten.

Jezus Sirach 45:24
Hij heeft aan hen wonderen gedaan, en heeft hen verteerd door het vlammig vuur.

Jezus Sirach 45:25
Hij heeft Aärons heerlijkheid vermeerderd, en hem een erfdeel gegeven, de eerstelingen der eerstgeborenen heeft hij hem ten deel gegeven.

Jezus Sirach 45:26
Vooral heeft hij hem brood toebereid in verzadiging; want zij eten de slachtoffers des Heren, welke hij hem en zijn zaad gegeven heeft.

Jezus Sirach 45:30
Daarom heeft de Here met hem en zijn volk opgericht een. verbond des vredes, dat hij zou zijn een voorstander der heilige dingen, en dat hij en zijn zaad de grote heerlijkheid des priesterdoms zou hebben in der eeuwigheid.

Jezus Sirach 45:31
En gelijk, volgens het verbond opgericht met David, een zoon uit de stam van Juda het erfdeel des konings heeft, en komt van de ene zoon alleen tot de andere; zo is het erfdeel des priesterdoms Aäron toegelegd en zijn zaad.

Jezus Sirach 46:4
Wie heeft eer dan hij zo gestaan? want de oorlogen des Heren heeft hij gevoerd.

Jezus Sirach 46:11
De Here gaf Kaleb sterkte, die hem bijbleef tot in zijn ouderdom, dat hij opklom op het hoogste van het land, en zijn zaad heeft dat erfdeel behouden.

Jezus Sirach 46:13
En de richters, elk met zijn naam, welker aller hart niet heeft gehoereerd, en zo velen niet zijn afgekeerd van de Here, hun gedachtenis is ook gezegend.

Jezus Sirach 46:15
Samuël bemind van zijn Here, zijnde een profeet des Heren, heeft koninkrijken ingesteld, en vorsten gezalfd over zijn volk.

Jezus Sirach 47:8
Hij verdelgde de vijanden rondom, en bracht tot niet de Filistijnen die tegen hem waren, tot op de huidige dag toe heeft hij hun hoorn verbroken.

Jezus Sirach 47:11
En heeft zangers ingesteld voor het altaar, om uit zijn geluid een zoete toon te maken, en dagelijks God te prijzen met hun gezangen,

Jezus Sirach 47:12
Hij heeft op de feesten ingesteld dingen die wel staan, en de bestemde tijden volkomen versierd, opdat zij zouden prij zen zijn heilige naam, en van des morgens vroeg aan zijn heiligdom weerklank zouden doen geven.

Jezus Sirach 47:13
De Here heeft zijn zonden weggenomen, en zijn hoorn verhoogd in eeuwigheid; en heeft hem gegeven het verbond des koninkrijks, en de troon der heerlijkheid in Israël.

Jezus Sirach 47:14
Na hem stond op zijn zoon zijnde een wijs man, en door hem heeft het volk in ruimte gewoond.

Jezus Sirach 47:17
Uw ziel heeft de ganse aarde bedekt, en met scherpzinnige spreuken vervuld.

Jezus Sirach 48:13
Elia is het, die bedekt werd met een draaiwind; en Elisa werd vervuld met de Heilige Geest; en in zijn dagen werd hij niet bewogen door de oversten, en niemand heeft hem met geweld onderdrukt.

Jezus Sirach 49:3
Hij heeft zich recht gedragen in de bekering des volks, en heeft weggenomen de gruwelen der ongerechtigheid.

Jezus Sirach 49:7
Daarom heeft hij hun troon anderen gegeven, en hun heerlijkheid aan een vreemd volk.

Jezus Sirach 49:15
Onder de uitverkorenen was ook Nehemia, wiens gedachtenis vele malen wordt verhaald, die ons de vervallen muren heeft opgericht, en de poorten en richelen heeft gesteld, en de vloe ren van onze huizen wederopricht.

Jezus Sirach 50:1
SIMON, de zoon van Onias, de hogepriester, welke in zijn leven het huis des Heren heeft vermaakt, heeft ook in zijn dagen het volk bevestigd.

Jezus Sirach 50:27
Jezus, de zoon van Sirach, van Jeruzalem heeft in dit boek op schrift gesteld een onderwijzing van het verstand en der wetenschap; welke de wijsheid als een plasregen uit zijn hart heeft doen vloeien.

Jezus Sirach 51:25
Mijn ziel heeft om haar zeer gestreden, en in mij honger verwekt hebbende, heb ik haar naarstig doorzocht.

Jezus Sirach 51:30
De Here heeft mij een tong gegeven tot mijn loon, en met deze zal ik hem prijzen.

Baruch 1:1
DIT zijn de redenen van het boek, die Baruch, de zoon van Neria, de zoon Mahasia, de zoon van Zedekia, de zoon Asadia, de zoon van Chelkia, geschreven heeft in Babylonië.

Baruch 1:19
Van de dag af, op welke de Here onze vaderen uit Egypte land geleid heeft, tot op deze dag toe, zijn wij ongehoorzaam geweest tegen de Here onze God, en zijn snel geweest om zijn stem niet te horen.

Baruch 1:20
En aan ons zijn gekleefd de ellenden, en de vervloeking, welke de Here verordineerd had door Mozes, zijn knecht, op de dag, waarop hij onze vaderen uitgeleid heeft uit het land van Egypte, om ons te geven een land dat vloeide van melk en honig, gelijk het op deze dag is.

Baruch 1:21
En wij hebben de stem des Heren onzes Gods niet gehoord, naar al de woorden der profeten, die hij tot ons heeft gezonden.

Baruch 2:1
EN de Here heeft zijn woord bevestigd, dat hij over ons gesproken had, en over onze rechters, die Israël gericht hebben, en over onze koningen, en over onze oversten, en over de mannen van Israël en Juda.

Baruch 2:2
Dat hij over ons grote ellende liet komen, hoedanige hij niet heeft gedaan onder de ganse hemel, gelijk hij gedaan heeft te Jeruzalem, naar dat geschreven is in de wet van Mozes;

Baruch 2:4
Hij heeft hen overgegeven om knechten te zijn in al de koninkrijken, die rondom ons liggen; tot een versmaadheid en verwoesting onder alle volken die rondom ons zijn, waaronder hen de Here verstrooid heeft.

Baruch 2:7
Al wat de Here over ons gesproken heeft, dat kwaad is over ons gekomen.

Baruch 2:9
En de Here is wakker geweest in de straffen, en de Here heeft die over ons gebracht, want de Here is rechtvaardig in al zijn werken, die hij ons heeft geboden.

Baruch 3:15
Wie heeft haar plaats gevonden, en wie is in haar schat kamers ingegaan?

Baruch 3:25
Zij is groot, en heeft geen einde, hoog, en onmetelijk.

Baruch 3:27
Deze heeft de Here niet verkoren, noch hun de weg der kennis te verstaan gegeven.

Baruch 3:29
Wie is ten hemel opgevaren, en heeft haar gevat, en haar uit de wolken nedergebracht?

Baruch 3:30
Wie is getogen over de zee, en heeft haar gevonden, en zal haar brengen voor uitverkoren goud?

Baruch 3:32
Maar die alle dingen weet, die kent haar; hij heeft haar gevonden door zijn vernuft, die de aarde bereid heeft tot een eeuwige tijd, die ze vervuld heeft met viervoetige gedierten.

Baruch 3:35
Hij heeft geroepen, en zij hebben gezegd: Wij zijn hier; zij hebben geschenen met vrolijkheid voor hem, die haar ge maakt had.

Baruch 3:37
Hij heeft al de weg der wetenschap gevonden, en bij heeft die gegeven aan Jakob zijn knecht, en aan Israël, dat door hem bemind geweest is. Daarna is zij op aarde gezien en heeft onder de mensen mede verkeerd.

Baruch 4:7
Want gij hebt hem die u gemaakt heeft tot toorn verwekt, als gij de duivelen hebt geofferd, en niet God.

Baruch 4:8
Gij hebt de eeuwige God vergeten die u geteeld heeft, en gij hebt Jeruzalem bedroefd die u gevoedsterd heeft.

Baruch 4:9
Want zij heeft gezien de toorn die van God over u komen zou, en heeft gezegd: Hoort toe, gij naburinnen Sions, want God heeft groot leed over mij gebracht.

Baruch 4:10
Want ik heb gezien de gevangenis mijner zonen en dochteren, welke de eeuwige over hen gebracht heeft.

Baruch 4:14
Komt gij naburinnen Sions, en gedenkt de gevangenis mijner zonen en dochters, die de eeuwige over hen heeft gebracht.

Baruch 4:15
Want hij heeft over hen gebracht een volk van verre, een onbeschaamd volk, en van een andere taal.

Baruch 4:18
Doch die dit kwaad over u gebracht heeft, zal u verlossen uit de hand uwer vijanden.

Baruch 4:25
Gij kinderen, lijdt geduldig de toorn, die van God over u is gekomen, want uw vijand heeft u zeer vervolgd, maar gij zult haast zijn verderf zien, en gij zult op hun halzen treden.

Baruch 4:27
Hebt moed, kinderen, en roept tot God, want die dit over u gebracht heeft zal uwer gedenken.

Baruch 4:29
Want die dit kwaad over u gebracht heeft, zal over u brengen een eeuwige vreugde met uw verlossing.

Baruch 4:30
Heb moed, Jeruzalem, want hij die u genoemd heeft, zal u vertroosten.

Baruch 4:32
Onzalig zijn de steden, welke uw kinderen gediend hebben; onzalig de stad, die uw kinderen ontvangen heeft.

Baruch 4:33
Want gelijk zij zich verheugd heeft over uw val, en zich vervrolijkt heeft over uw ongeval, zo zal zij zich bedroeven over haar eigen verwoesting.

Baruch 5:5
Sta weder op Jeruzalem, en zet u op de hoogte, en zie rond om naar het oosten; en zie uw kinderen verzameld van de ondergang der zon tot de opgang, door het woord des heiligen, die zich verheugen dat God hunner weder gedacht heeft.

Baruch 5:7
Want God heeft besloten, alle hoge bergen te vernederen, en de duinen aan de zee altijd durende; en alle dalen te vervullen in gelijkheid der aarde; opdat Israël zeker wandele in de heerlijkheid Gods.

Baruch 6:13
En hij heeft een scepter als een mens, die des lands rechter is, en kan die niet ombrengen, die tegen hem zondigt.

Baruch 6:14
Hij heeft ook een zwaard in zijn rechterhand, en een bijl, maar hij zal zichzelf van de krijg en de rovers niet verlossen, daaraan kent men dat zij geen goden zijn.

Baruch 6:17
En gelijk voor iemand, die zich aan de koning heeft vergrepen, als die ter dood zal geleid worden, de zalen rondom bezet zijn, alzo verzekeren ook de priesters hun tempels met deuren, sloten en grendels, opdat zij van de rovers niet geroofd worden.

Baruch 6:72
Zo is dan de rechtvaardige mens beter, die geen afgoden heeft, want hij is verre van bespotting.

Esther (apocr.) 10:6
De kleine fontein is een rivier geworden, en daar was licht, en een zon en veel water. Deze rivier is Esther, die de koning getrouwd en tot koningin gemaakt heeft.

Esther (apocr.) 10:9
En mijn volk is het volk van Israël, die tot God riepen en behouden zijn, en de Here heeft zijn volk behouden, en de Here heeft zijn volk verlost uit al deze ongevallen, en God heeft deze grote tekenen en wonderen gedaan, welke onder de heidenen niet geschied zijn.

Esther (apocr.) 10:10
Daarom heeft hij twee loten gemaakt, het ene voor het volk Gods, en het andere voor al de heidenen.

Esther (apocr.) 10:12
En God is zijns volks gedachtig geworden, en heeft zijn erfdeel gerechtvaardigd.

Esther (apocr.) 11:2
In het tweede jaar van de regering van Artaxerxes de grote, op de eerste dag der maand Nisan, heeft Mordechai, de zoon van Jaïr, de zoon van Simeï, de zoon van Kis, uit de stam van Benjamin, een droom gezien. Deze was een Joods man, wonende in de stad Susan, een aanzienlijk man en een dienaar aan het hof van de koning;

Esther (apocr.) 13:3
Als ik nu mijn raadsheren vroeg hoe zulks zou mogen tot een goed einde gebracht worden, zo heeft Haman, die bij ons in voorzichtigheid uitmunt, en door zijn onveranderlijke goedwilligheid en standvastige getrouwheid beproefd is, en de tweede plaats van eer in onze koninkrijken verkregen heeft, ons vertoond,

Esther (apocr.) 14:11
Geef, Here, uw scepter niet over aan degenen die niet zijn, en laat hen niet lachen over onze val, maar wend hun raad tegen hen, en stel die ten toon, die dat tegen ons heeft bedacht.

Esther (apocr.) 14:17
Uw dienstmaagd heeft ook niet gegeten aan de tafel van Haman, noch de maaltijd van de koning verheerlijkt, noch gedronken van de offerwijn.

Esther (apocr.) 14:18
En uw dienstmaagd heeft geen vreugde gehad van de dag af dat ik hier ben gebracht tot nu toe, dan in u, o Here, God van Abraham.

Esther (apocr.) 16:12
Zo heeft hij zulke hoogmoed niet kunnen dragen, maar heeft voorgenomen ons van ons rijk en leven te beroven,

Esther (apocr.) 16:14
Want op deze wijze heeft hij gemeend ons nu ontbloot zijnde aan te tasten, en het rijk der Perzen aan de Macedoniërs te brengen.

Esther (apocr.) 16:16
En dat zij kinderen zijn van de hoogste, grootste, en levende God, die dit ons koninkrijk voor ons, en onze voorouders tot een zeer heerlijke stand heeft gebracht.

Esther (apocr.) 16:18
Omdat hij, die zulks teweeg had gebracht, aan de poorten van Susan met zijn gehele huis is gekruisigd, en zeer haastig een oordeel, gelijk hij waardig was, door God, die alle dingen regeert, heeft ontvangen.

Esther (apocr.) 16:21
Want deze blijdschap heeft hun God, die over allen heerst, teweeggebracht, in plaats van de ondergang van het uitverkoren geslacht.

Gezang in de vuuroven (Dan. 3) 1:88
Ananias, Azaria, Misaël looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid, want hij heeft ons getrokken uit de hel en heeft ons verlost uit de hand des doods, en heeft ons behouden uit het midden van de brandende vlam des ovens, en heeft ons behouden uit het midden des vuurs.

Susanna (Dan. 13) 1:5
En daar werden in hetzelfde jaar twee oudsten uit het volk tot rechters gesteld; van welke de Here gesproken heeft, dat ongerechtigheid uit Babylon was uitgegaan van de oudsten en rechters, die het volk schenen te regeren.

Susanna (Dan. 13) 1:50
En het ganse volk keerde met haast weder; en de oudsten zeiden tot hem: Kom herwaarts, en zit in het midden van ons, en onderricht ons, dewijl God u het rechterambt heeft gegeven.

Susanna (Dan. 13) 1:56
En als hij deze had doen weggaan, beval hij dat men de ander zou voorbrengen, en zeide tot hem: Gij zaad van Kanaän en niet van Juda, de schoonheid heeft u bedrogen, en de begeerlijkheid heeft uw hart verkeerd.

Susanna (Dan. 13) 1:57
Alzo hebt gij de dochters van Israël gedaan, en die hebben door vrees zich met u vermengd, maar deze dochter van Juda heeft uw boosheid niet verdragen.

Susanna (Dan. 13) 1:59
Toen zeide Daniël tot hem: Zeer wel, gij hebt ook tegen uw eigen hoofd gelogen, want de engel Gods, die het zwaard heeft, wacht op u, om u middendoor te houwen, opdat hij ulieden uitroeie.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:4
En hij zeide: Omdat ik geen afgoden, die met handen gemaakt zijn, aanbid, maar de levende God, die de hemel geschapen heeft, en de aarde, en die heerschappij heeft over alle vlees.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:6
Maar Daniël lachte en zeide: Laat u niet verleiden, o koning; want deze Bel is van binnen leem, maar van buiten koper, en hij heeft nooit gegeten noch gedronken.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:8
Maar indien gijlieden bewijzen zult, dat Bel deze dingen opeet, zo zal Daniël sterven, want hij heeft tegen Bel gelasterd; en Daniël zeide tot de koning: Het geschiede naar uw woord.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:11
En kom morgen vroeg, en indien gij niet vindt dat alles door Bel opgegeten is, zo zullen wij sterven, of Daniël zal sterven die tegen ons heeft gelogen.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:27
En het geschiedde, als de Babyloniërs zulks hoorden, dat zij het zeer kwalijk namen, en maakten een oploop tegen de koning, en zeiden: Onze koning is een Jood geworden, hij heeft Bel verstoord, en de draak gedood, en de priesters heeft hij omgebracht.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:36
En Habakuk riep en zeide: Daniël, Daniël, neem dit middageten, dat u God gezonden heeft.

1 Makkabeeën 1:54
Naar al deze woorden heeft hij geschreven aan zijn ganse koninkrijk, en heeft opzieners gemaakt over al het volk.

1 Makkabeeën 2:10
Wat volk is er dat haar koninkrijk niet heeft geërfd, en van haar roof niet gekregen heeft?

1 Makkabeeën 2:53
Jozef heeft in de tijd zijner benauwdheid het gebod gehouden, en werd een heer van Egypte.

1 Makkabeeën 2:54
Pinehas, onze vader, als hij met een ijver heeft geijverd, heeft het verbond van een eeuwig priesterdom ontvangen.

1 Makkabeeën 2:55
Jozua, als hij het woord heeft volbracht, is een rechter in Israël geworden.

1 Makkabeeën 2:56
Kaleb, als hij getuigenis heeft gegeven in de gemeente, heeft het erfdeel des lands gekregen.

1 Makkabeeën 2:57
David, in zijn barmhartigheid, heeft de troon van een eeuwig koninkrijk geërfd.

1 Makkabeeën 2:58
Elia, als hij met een ijver voor de wet heeft geijverd, is opgenomen in de hemel.

1 Makkabeeën 3:3
En hij heeft de eer zijns volks verbreid; en hij deed zijn pantser aan als een reus; en gordde zijn krijgswapenen aan, leverde vele veldslagen, zijn leger met het zwaard beschermende.

1 Makkabeeën 3:7
Hij heeft vele koningen verbitterd, en hij verheugde Jakob in zijn werken, en zijn gedachtenis is in zegening tot in der eeuwigheid.

1 Makkabeeën 3:11
En Judas verstond dit, en hem tegemoet trekkende, heeft hem geslagen en gedood, en vele gewonden zijn gevallen, en de overigen zijn gevloden.

1 Makkabeeën 3:12
En hij heeft hun buit bekomen, en Judas kreeg het zwaard van Apollonius, en hij streed daarmee al zijn dagen.

1 Makkabeeën 5:39
En hij heeft de Arabieren gehuurd om hen te helpen, en zij hebben hun leger opgeslagen over de beek, en zijn gereed tot u te komen om te strijden. En Judas trok hen tegemoet.

1 Makkabeeën 5:52
En hij vernielde al wat mannelijk was door de scherpte des zwaards, en heeft de stad gans uitgeroeid, en plunderde haar en hij ging door de stad boven over de gedoden. En vandaar trokken zij over de Jordaan in het grote vlakke veld tegenover Bethsan.


1 - 500  [501 - 634]