woord OT NT apo Bijbel
heen26614459469

Vindplaatsen van heen in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 59 keer voor, in 57 verzen.

3 Ezra 4:23
En werkt gij niet, en arbeidt gij niet? en geeft gij niet alles, en brengt het aan de vrouw? Ja een man neemt zijn zwaard, en gaat heen op de wegen te liggen, en te roven en te stelen, en op de zee en rivieren te varen;

3 Ezra 4:61
En hij nam de brieven, en ging heen en trok naar Babylonië, en hij verkondigde dit al zijn broederen.

3 Ezra 9:55
En zij gingen allen heen, om te eten, en te drinken, en vrolijk te zijn, en om geschenken te geven aan hen die niet hadden, en zich grotelijks te vervrolijken;

4 Ezra 1:5
Ga heen en verkondig mijn volk hun boosheden, en hun kinderen hun ongerechtigheden, die zij tegen mij hebben begaan, dat zij het hun kindskinderen verkondigen;

4 Ezra 2:2
De moeder, die hen gebaard heeft, zegt tot hen: Gaat heen kinderen! want ik ben een weduwe en verlatene.

4 Ezra 2:4
Nu dan, wat zal ik u doen? ik ben een weduwe en verlatene: Gaat heen kinderen! en verzoekt barmhartigheid van de Here.

4 Ezra 3:33
Welker loon nochtans nergens voorhanden is, en welker arbeid geen vrucht geeft. Want ik ben door de heidenen heen en weer getogen, en ik heb gezien dat zij overvloed hebben, en dat zij uw geboden niet gedenken.

4 Ezra 4:5
Toen sprak ik: Zeg aan mij Here; en hij zeide tot mij: Ga heen, en weeg mij het gewicht des vuurs, of meet me het geblaas van de wind, of roep mij de dag weer, die voorbijgegaan is.

4 Ezra 4:26
Toen antwoordde hij mij, en zeide: Indien gij veel onderzoekt, zo zult gij u dikwijls verwonderen, want de tijd dezer wereld loopt zeer haastig heen,

4 Ezra 4:48
En ik stond daar, en ik zag, en zie een gloeiende oven ging voor mij heen, en als de vlam voorbijging, zo zag ik dat de rook overbleef.

4 Ezra 10:55
Daarom dan, vrees niet, en uw hart zij niet verschrikt, maar ga heen en zie de heerlijkheid en grootte van het gebouw, voor zoveel het gezicht uwer ogen kan vatten om te zien.

4 Ezra 14:27
Toen ging ik heen, gelijk hij mij beval, en ik vergaderde al het volk, en zeide:

Tobias (Tobit) 1:7
De eerste tienden van al de vruchten gaf ik de kinderen Aärons, die binnen Jeruzalem dienden, en de tweede tienden verkocht ik, en reisde heen, en besteedde die alle jaren te Jeruzalem.

Tobias (Tobit) 1:22
En een van die van Nineve ging heen, en gaf de koning van mij te kennen, dat ik deze begroef, en ik verbergde mij, en verstaande dat ik gezocht werd, om gedood te worden, zo ben ik uit vrees vertrokken.

Tobias (Tobit) 2:2
Op het feest van Pinksteren, hetwelk is het heilig feest der zeven weken, zo werd mij een goed middagmaal bereid, en ik was aangezeten om te eten, en zag veel spijs, en zeide tot mijn zoon: Ga heen, en breng mede wie gij vinden zult van onze broederen, die gebrek heeft en des Heren gedenkt, en ziet, ik zal op u wachten.

Tobias (Tobit) 2:8
En als de zon ondergegaan was, ging ik heen, maakte een graf en begroef hem,

Tobias (Tobit) 5:4
Zoek uzelf een man, die met u trekke, terwijl ik leef, en ik zal hem loon geven, en trek heen, ontvang het geld.

Tobias (Tobit) 5:5
En hij ging heen om een man te zoeken, en hij vond Rafaël,

Tobias (Tobit) 5:10
En Tobias zeide tot hem: Wacht op mij, ik zal het mijn vader aanzeggen; en hij sprak tot hem: Ga heen, en vertoef niet.

Tobias (Tobit) 5:24
En zijn zoon bereidde hetgeen tot de reis nodig was, en zijn vader zeide tot hem: Trek met deze man heen, en God die in de hemel woont, zal uw weg voorspoedig maken, en de engel Gods trekke met ulieden.

Tobias (Tobit) 6:1
EN ze reisden hun weg heen, en kwamen tegen de avond aan de rivier Tigris, en vernachtten aldaar.

Tobias (Tobit) 8:9
En Raguël stond op, en ging heen, en groef een graf, zeggende: Zou ook deze niet zijn gestorven?

Tobias (Tobit) 9:6
En Rafaël reisde heen, en vernachtte bij Gabaël, en gaf hem het handschrift.

Tobias (Tobit) 11:5
En zij trokken heen, en de hond kwam mede achter hen.

Tobias (Tobit) 12:6
En ga heen in vrede.

Judith 2:11
En hij begaf zich met zijn ganse leger op de uittocht, en trok heen voor de koning Nabuchodonosor, en bedekte het gehele aangezicht des lands tegen het westen met hun wagenen, en ruiters, en uitgelezen voetvolk; en veel gemengd volk kwam bij hen, als sprinkhanen, en als het zand der aarde, en men kon hen niet tellen vanwege hun menigte.

Judith 8:30
En Ozias en de oversten zeiden tot haar: Ga in vrede, en de Here God ga voor u tot wraak over onze vijanden. En zij keerden weder uit haar tent, en gingen heen naar hun bestemde krijgsordeningen.

Judith 10:11
Toen gingen deze in het dal recht heen en de voorwacht der Assyriërs kwam haar tegen, en grepen haar, en vraagden haar: Wiens zijt gij? en vanwaar komt gij? en waar gaat gij heen?

Judith 12:10
En het geschiedde op de vierde dag, dat Holofernes een maaltijd aanrichtte, alleen voor zijn dienstknechten, en riep niemand daartoe dergenen, die over de gemene zaken waren, en hij zeide tot Bagoas de kamerling, welke over alles gesteld was dat hem toebehoorde: Ga toch heen en overreed de Hebreeuwse vrouw die bij u is, dat zij bij ons kome, en met ons ete en drinke.

Judith 13:2
En zij gingen heen naar hun bedden, want zij waren allen vermoeid, omdat de maaltijd zeer lang geduurd had; en Judith werd alleen gelaten in de tent.

Judith 13:12
En zij beiden gingen tezamen uit, naar haar gewoonte, en door het leger gegaan zijnde, gingen zij rondom dat dal heen, en klommen op de berg der stad Bethulië, en kwamen aan haar poorten.

Boek der Wijsheid 6:16
Want zij gaat rondom heen, zoekende degenen die harer waardig zijn, en op de paden verschijnt zij hun vriendelijk, en ontmoet hen met alle opmerkingen.

Boek der Wijsheid 17:4
Want ook de binnenste plaats waarin zij waren, bewaarde hen niet zonder vrees, maar weerklanken overvielen hen, en maakten rondom heen gedruis en droevige spokerijen met afschuwelijke aangezichten verschenen hun.

Jezus Sirach 15:16
Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt.

Jezus Sirach 29:30
Namelijk, inwoner ga heen, bereid de tafel, en zo gij wat hebt, spijs mij.

Jezus Sirach 32:11
De bliksem gaat haast voor de donder heen, en voor een eerbaar mens gaat aangenaamheid.

Jezus Sirach 32:12
Word bij tijds wakker, en zijt niet van de laatsten; loop heen naar huis, en vertraag niet.

Jezus Sirach 37:17
Het begin van het werk is de rede, en beraadslaging gaat voor alle handeling heen.

Jezus Sirach 37:30
Zijt niet onverzadelijk in alle lekkernijen, en stort u niet heen op de spijzen.

Jezus Sirach 45:11
En heeft hem rondom behangen met granaatappelen, en zeer veel gouden schelletjes rondom heen, om geluid te maken met geklank in het gaan; en een gerucht te maken dat men horen kon in de tempel, en dat tot een gedachtenis mocht dienen de kinderen van zijn volk.

Baruch 4:19
Gaat heen, kinderen, gaat heen, doch ik ben verwoest gelaten.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:3
En de koning eerde die, en ging dagelijks heen, om die te aanbidden, doch Daniël aanbad God. En de koning zeide tot hem: Waarom bidt gij Bel niet aan?

1 Makkabeeën 2:29
Toen gingen velen, die de gerechtigheid en het recht zochten, heen naar de woestijn;

1 Makkabeeën 3:27
En toen Antiochus, de koning, deze woorden hoorde, werd hij in zijn gemoed zeer toornig, en zond heen en vergaderde al de krijgsmachten van zijn koninkrijk, een zeer sterk leger.

1 Makkabeeën 4:26
En zo velen als er uit de vreemdelingen behouden waren, gingen heen en boodschapten aan Lysias al wat er geschied was.

1 Makkabeeën 5:17
En Judas zeide tot Simon, zijn broeder: Verkies u mannen, en trek heen om uw broeders te verlossen, die daar in Galilea zijn; doch ik en mijn broeder Jonathan zullen in Galaäditis trekken.

1 Makkabeeën 7:19
En Bacchides trok op van Jeruzalem, en legerde zich te Bezeth, en zond heen, en greep velen van de mannen die tot hem overgelopen waren, en enigen van het volk, en hij doodde hen, en wierp hen in een grote put.

1 Makkabeeën 7:20
En hij stelde Alcimus over het land, en hij liet bij hem krijgsvolk, dat hem zou helpen; en Bacchides trok heen naar de koning.

1 Makkabeeën 7:35
En hij zwoer met gramschap, zeggende: Indien Judas en zijn leger nu niet wordt overgeleverd in mijn handen, zo zal het geschieden, indien ik met vrede wederkere, dat ik dit huis zal verbranden. En hij ging heen met grote gramschap.

1 Makkabeeën 9:59
En zij reisden heen en beraadslaagden met hem.

1 Makkabeeën 11:21
En sommigen, die hun eigen volk haatten, mannen, die de wet verbraken, reisden heen naar de koning, en boodschapten hem dat Jonathan de burcht belegerde.

1 Makkabeeën 12:31
En Jonathan week heen naar de Arabieren genoemd Zabadeeën, en hij sloeg hen, en kreeg hun buit.

1 Makkabeeën 12:33
En Simon toog uit, en doortrok het land af tot Askalon toe, en tot de naaste sterkten, en week heen naar Joppe, en nam het in.

1 Makkabeeën 12:46
En hij, hem gelovende, deed gelijk hij zeide, en hij zond het krijgsvolk heen, en zij trokken naar het land van Juda.

1 Makkabeeën 14:3
Deze trok heen en sloeg het leger van Demetrius, en hij kreeg hem, en bracht hem tot Arsaces, en die stelde hem in de gevangenis.

2 Makkabeeën 12:6
Trok heen tegen de moordenaars der broeders, en stak bij nacht de haven in brand, en verbrandde de schuiten, en doorstak hen, die daar gevlucht waren.

2 Makkabeeën 15:31
En als hij daar gekomen was, en tezamen geroepen had zijn volk, en de priesters, staande voor het altaar, zond hij heen naar degenen, die in de burcht waren.