woord OT NT apo Bijbel
heengaande211114

Vindplaatsen van heengaande in het Nieuwe Testament. Het woord komt er 11 keer voor, in 11 verzen.

Mattheüs 10:7
En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

Mattheüs 18:12
Wat dunkt u, indien enig mens honderd schapen had, en een uit dezelve afgedwaald ware, zal hij niet de negen en negentig laten, en op de bergen heengaande, het afgedwaalde zoeken?

Mattheüs 26:42
Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede!

Mattheüs 27:5
En als hij de zilveren penningen in den tempel geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde zichzelven.

Mattheüs 27:66
En zij heengaande, verzekerden het graf met de wacht, den steen verzegeld hebbende.

Marcus 16:10
Deze, heengaande, boodschapte het dengenen, die met Hem geweest waren, welke treurden en weenden.

Marcus 16:13
Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet.

Lukas 8:14
En dat in de doornen valt, zijn dezen, die gehoord hebben, en heengaande verstikt worden door de zorgvuldigheden, en rijkdom, en wellusten des levens, en voldragen geen vrucht.

Lukas 8:34
En die ze weidden, ziende hetgeen geschied was, zijn gevlucht; en heengaande boodschapten het in de stad, en op het land.

Lukas 9:12
En de dag begon te dalen; en de twaalven, tot Hem komende, zeiden tot Hem: Laat de schare van U, opdat zij, heengaande in de omliggende vlekken en in de dorpen, herberg nemen mogen, en spijze vinden; want wij zijn hier in een woeste plaats.

Lukas 22:13
En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.