woord OT NT apo Bijbel
heerlijke1233651

Vindplaatsen van heerlijke in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 36 keer voor, in 35 verzen.

3 Ezra 1:5
Naar het voorschrift Davids; de koning Israëls, en naar de heerlijke instelling Salomo's, zijn zoon; en staat in het heiligdom naar de verdeling der oversten uwer vaderen, de Levieten, die voor uw broederen de kinderen Israëls dienen.

Tobias (Tobit) 3:14
Gezegend zijt gij, o Here mijn God, en gezegend zij uw heerlijke naam, die heilig en dierbaar is in der eeuwigheid. Dat u al uw werken prijzen in der eeuwigheid.

Judith 9:9
En te bevlekken de tabernakel der rust van uw heerlijke naam, en met het breekijzer om te werpen de hoorn van uw altaar.

Boek der Wijsheid 18:3
Waarvoor gij hun gaaft een vuurvlammige kolom, die hen geleidde op de weg der onbekende reis, en een zon, die hen niet beschadigde in hun heerlijke herberg.

Jezus Sirach 6:30
En haar boeien zullen u zijn tot een sterke bescherming, en haar halsijzers tot een heerlijke tabberd.

Jezus Sirach 6:32
Gij zult haar aantrekken als een heerlijke tabberd en zult haar uzelf opzetten als een kroon der vrolijkheid.

Jezus Sirach 7:4
Begeer van de Here geen heerschappij, en van de koning geen heerlijke zitplaats.

Jezus Sirach 11:6
Vele machtigen zijn grotelijks onteerd geworden, en vele heerlijke lieden zijn overgeleverd in handen van anderen.

Jezus Sirach 17:11
Hun ogen hebben zijn heerlijke majesteit gezien, en hun oor heeft gehoord de heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:

Jezus Sirach 27:8
Indien gij hetgeen recht is najaagt, zo zult gij het achterhalen, en zult het aantrekken als een lange heerlijke tabberd.

Jezus Sirach 29:26
Het leven des armen onder een deksel van planken, is beter dan heerlijke spijs onder de vreemden.

Jezus Sirach 42:26
Hij heeft de heerlijke werken door zijn wijsheid versierd; hij die is vóór de wereld en in der eeuwigheid.

Jezus Sirach 43:13
Hij omvat de hemel met een heerlijke kring, de handen des Allerhoogsten spannen hem uit.

Jezus Sirach 44:1
LAAT ons nu de heerlijke mannen prijzen, en onze vaderen van geslachten.

Jezus Sirach 45:14
Hij heeft hem versierd met een gouden kroon boven op de hoed, een uitgedrukt zegel der heiligheid, een heerlijke roem, machtige werken, verlustigingen der ogen, schone versieringen.

Jezus Sirach 47:9
In al wat hij deed gaf hij God, de heilige en Allerhoogste, de eer, met heerlijke woorden.

Jezus Sirach 50:6
Gij waart gelijk de morgenster in het midden der wolken, gelijk de maan als zij vol is op haar tijd, en gelijk de regen boog de heerlijke wolken verlicht.

Esther (apocr.) 14:2
En legde haar heerlijke klederen af, en toog klederen der benauwdheid en des treurens aan, en in plaats van prachtige en welriekende zalven, vervulde zij haar hoofd met as en vuiligheid, en vernederde haar lichaam zeer; en alle plaatsen waar zij tevoren versierd en vrolijk was geweest, vervulde zij met haar uitgeplukt haar.

Esther (apocr.) 15:1
EN het geschiedde ten derden dage dat zij ophield van bidden, en legde haar treurklederen af, en toog haar heerlijke klederen aan.

Esther (apocr.) 16:16
En dat zij kinderen zijn van de hoogste, grootste, en levende God, die dit ons koninkrijk voor ons, en onze voorouders tot een zeer heerlijke stand heeft gebracht.

Esther (apocr.) 16:22
Zo zult gijlieden dan, onder andere van uw befaamde feesten, ook deze heerlijke dag met alle vrolijkheid vieren;

Gezang in de vuuroven (Dan. 3) 1:52
Geloofd zijt gij, Here, gij God onzer vaderen, die moet geprezen en hoog geroemd zijn in der eeuwigheid. Geloofd zij uw heerlijke naam die heilig is en hoog te prijzen en te roemen in der eeuwigheid.

Gebed van Manasse 1:3
Die de zee verzegeld hebt met uw gebiedend woord, en de afgrond besloten en verzegeld hebt door uw schrikkelijke en heerlijke naam.

1 Makkabeeën 2:9
De heerlijke vaten zijn genomen en weggevoerd; de kleine kinderen zijn gedood in haar straten, en haar jongelingen door het zwaard des vijands.

1 Makkabeeën 14:9
De ouden zaten op de straten, en spraken allen met elkander van goede dingen, en de jongelingen deden heerlijke oorlogskledingen aan.

1 Makkabeeën 14:10
De steden voorzag hij van proviand, en hij voorzag hen met allerlei gereedschap om haar te versterken, zodat zijn heerlijke naam genoemd werd tot het uiterste der aarde.

2 Makkabeeën 8:35
Vernederd zijnde door degenen, die naar zijn achting de minste waren, door de hulp des Heren, legde zijn heerlijke kleding af, en zichzelf eenzaam makende, vluchtte over de Middellandse zee, gelijk een slaaf die zijn heer ontloopt, en kwam te Antiochië, boven alles gelukkig zijnde na het verlies van zijn leger.

3 Makkabeeën 2:8
Gij hebt, o Koning, die de oneindige en onmetelijke aarde geschapen hebt, deze stad uitverkoren, en deze plaats geheiligd u ten naam, hoewel gij geen ding behoeft; en hebt die verheerlijkt met een zeer heerlijke verschijning, die beroemd makende ter ere van uw grote en dierbare naam.

3 Makkabeeën 2:12
En in deze onze val poogt deze stoute en onreine koning deze heilige plaats, die op de aarde uw heerlijke naam toegeëigend is, smaadheid aan te doen.

3 Makkabeeën 5:4
Doch de Joden, die voor de heidenen van alle hulp schenen ontbloot te zijn, omdat zij alom met banden en benauwdheid omvangen waren, hebben allen de almachtige Here, en de heerser over alle macht, hun barmhartige God en Vader, met tranen, zonder ophouden met hun stemmen aangeroepen, biddende dat hij de goddeloze raad tegen hen genomen wilde afkeren, en hen uit de dood, die voor hun voeten bereid was, met een heerlijke verschijning verlossen.

3 Makkabeeën 5:23
En de Joden, deze dingen van de koning verstaan hebbende, prezen de heerlijke God, de Here en Koning der koningen, als die ook deze hulp van God verkregen hadden.

3 Makkabeeën 5:35
Doch wederom, als zij gedachten de verlossingen, die hun uit de hemel tevoren geschied waren, zijn zij eendrachtig op hun aangezichten gevallen, en deden de kinderen van de borsten, en riepen met zeer luide stem, en baden de Here aller schepselen, dat hij zich over hen met een heerlijke verschijning wilde ontfermen, die nu in de poorten des doods gesteld waren.

3 Makkabeeën 6:12
Gij heerlijke God, laat toch de verwinnelijke macht met verschrikken zich verwonderen, gij die macht hebt over het behouden van het geslacht van Jakob.

3 Makkabeeën 6:17
Toen heeft de zeer heerlijke, almachtige, en waarachtige God zijn heilig aanschijn vertoond, en de poorten van de hemel geopend; uit welke twee heerlijke engelen, schrikkelijk in gedaante, afkwamen, die van allen gezien werden, nevens de Joden.

3 Makkabeeën 6:25
Ontbindt, ontbindt de onrechtvaardige handen, zendt hen terug met vrede naar hun plaatsen, en bidt af hetgeen door u jegens hen tevoren gedaan is. Laat los de kinderen van die almachtige, hemelse en levende God, die van onze voorouders af tot nu toe onze zaken een voorspoedige en heerlijke welstand verleent.