woord OT NT apo Bijbel
hefer100010

Vindplaatsen van hefer in het Oude Testament. Het woord komt er 10 keer voor, in 10 verzen.

Numeri 26:32
En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

Numeri 26:33
Doch Zelafead, de zoon van Hefer, had geen zonen, maar dochters; en de namen der dochteren van Zelafead waren: Machla en Noa, Hogla, Milka en Tirza.

Numeri 27:1
Toen naderden de dochteren van Zelafead, den zoon van Hefer, den zoon van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, onder de geslachten van Manasse, den zoon van Jozef (en dit zijn de namen zijner dochteren: Machla, Noa, en Hogla, en Milka, en Tirza);

Jozua 12:17
De koning van Tappuah, een; de koning van Hefer, een;

Jozua 17:2
Ook hadden de overgebleven kinderen van Manasse een lot, naar hun huisgezinnen; te weten de kinderen van Abiezer, en de kinderen van Helek, en de kinderen van Asriël, en de kinderen van Sechem, en de kinderen van Hefer, en de kinderen van Semida. Dit zijn de mannelijke kinderen van Manasse, den zoon van Jozef, naar hun huisgezinnen.

Jozua 17:3
Zelafead nu, de zoon van Hefer, den zoon van Gilead, den zoon van Machir, den zoon van Manasse, had geen zonen, maar dochters; en dit zijn de namen zijner dochteren: Machla en Noa, Hogla, Milka en Tirza.

1 Koningen 4:10
De zoon van Hesed in Arubboth; hij had daartoe Socho en het ganse land Hefer.

1 Kronieken 4:6
En Naära baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haähastari. Dit zijn de kinderen van Naära.

1 Kronieken 5:24
Dezen nu waren de hoofden hunner vaderlijke huizen, te weten: Hefer, en Jisei, en Eliël, en Azriël, en Jeremia, en Hodavja, en Jahdiel; mannen sterk van kracht, mannen van naam, hoofden der huizen hunner vaderen.

1 Kronieken 11:36
Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;