woord OT NT apo Bijbel
heiligdom87655148

Vindplaatsen van heiligdom in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 55 keer voor, in 52 verzen.

3 Ezra 1:5
Naar het voorschrift Davids; de koning Israëls, en naar de heerlijke instelling Salomo's, zijn zoon; en staat in het heiligdom naar de verdeling der oversten uwer vaderen, de Levieten, die voor uw broederen de kinderen Israëls dienen.

3 Ezra 5:29
Die het heiligdom dienden: de kinderen van Hesai, de kinderen van Asifa, de kinderen van Tabaoth, de kinderen van Seras, de kinderen van Suda, de kinderen van Faleas.

3 Ezra 5:35
Deze allen dienden het heiligdom, en waren kinderen der dienstknechten van Salomo, driehonderd tweeënzeventig in getal.

4 Ezra 10:21
Want gij ziet dat ons heiligdom woest geworden is, ons altaar verbroken, en onze tempel verstoord,

4 Ezra 15:25
Ik zal hen niet sparen; wijkt gij kinderen uit hun macht: en bevlekt mijn heiligdom niet.

Judith 4:15
En het volk vastte vele dagen lang in gans Judea en Jeruzalem, in het gezicht van het heiligdom des Heren de almachtige.

Judith 5:22
En nu bekeerd zijnde tot hun God, zijn zij wedergekomen uit hun verstrooiing, waarheen zij verstrooid waren, en hebben zich te Jeruzalem nedergezet, waar hun heiligdom is, en hebben het gebergte bewoond, want het was woest.

Judith 8:21
En nu, broeders, laat ons onze broederen een voorbeeld geven, want van ons hangt hun leven af, en het heiligdom, en het huis Gods, en het altaar steunt op ons. Boven dit alles, laat ons de Here, onze God, danken die ons verzoekt, gelijk hij ook onze vaders verzocht heeft.

Judith 9:8
Want zij hebben voorgenomen uw heiligdom te ontheiligen,

Judith 16:24
En het volk was vrolijk te Jeruzalem, voor het heiligdom, drie maanden lang, en Judith bleef bij hen.

Jezus Sirach 47:12
Hij heeft op de feesten ingesteld dingen die wel staan, en de bestemde tijden volkomen versierd, opdat zij zouden prij zen zijn heilige naam, en van des morgens vroeg aan zijn heiligdom weerklank zouden doen geven.

Jezus Sirach 47:15
Salomo regeerde in de tijd des vredes, en is beroemd geworden, gelijk God rondom hem rust gegeven had, opdat hij voor zijn naam een huis zou oprichten, en een heiligdom bereiden in der eeuwigheid.

1 Makkabeeën 1:23
En hij ging met grote hovaardigheid in het heiligdom, en nam het gouden altaar, en de kandelaar des lichts, en alle gereedschap, en de tafel der toonbroden, en de sprengbekers, en de fiolen, en de gouden wierookschalen, en het voorhangsel, en de kronen, en het gouden sieraad, dat in de tempel gezien werd, en hij trok het alles af.

1 Makkabeeën 1:38
En deze burcht was om altoos het heiligdom lagen te leggen, en om tegen Israël een boos beschuldiger te zijn.

1 Makkabeeën 1:39
En zij vergoten onschuldig bloed rondom het heiligdom, en verontreinigden het heiligdom.

1 Makkabeeën 1:42
Haar heiligdom is verwoest als een woestijn; haar feestdagen werden verkeerd tot rouw, haar sabbatten tot versmaadheid, en haar eer tot verachting.

1 Makkabeeën 1:48
Dat zij de brandoffers, de offerande en het drankoffer uit het heiligdom weren zouden.

1 Makkabeeën 1:50
Dat zij het heiligdom en de heilige plaatsen ontreinigen zouden.

1 Makkabeeën 2:8
Het heiligdom is in de hand der vreemdelingen. De tempel is geworden als een man die ongeëerd is.

1 Makkabeeën 3:43
Laat ons ons volk uit deze vernedering weder oprichten, en laat ons vechten voor ons volk, en voor het heiligdom.

1 Makkabeeën 3:45
En daar Jeruzalem onbewoond was als een woestijn, en daar niemand van degenen, die daar geboren waren, in ging of uitging, en het heiligdom vertreden werd, en de kinderen der vreemdelingen op de burcht waren, en de heidenen daar hun woonplaats hadden, en alle vermaak weggenomen was uit Jakob, en de fluit en citer ophielden,

1 Makkabeeën 3:51
Uw heiligdom is vertreden en ontheiligd en uw priesters zijn in rouw en vernedering.

1 Makkabeeën 3:58
En Judas zeide: Omgordt u, en weest sterke mannen, en weest gereed tegen de morgenstond om te vechten tegen deze heidenen, die vergaderd zijn tegen ons, om ons te vernielen en ons heiligdom.

1 Makkabeeën 3:59
Want het is beter dat wij in de strijd sterven, dan dat wij zouden aanzien de ellenden van ons volk en van ons heiligdom.

1 Makkabeeën 4:36
Judas en zijn broeders zeiden: Ziet onze vijanden zijn vermorzeld, laat ons opgaan om het heiligdom te reinigen, en het opnieuw in te wijden.

1 Makkabeeën 4:38
En zij zagen het heiligdom verwoest, en het altaar ontheiligd, en de poorten verbrand, en in de voorhoven struiken gewassen, als in een kreupelbos of als op een van de bergen, en de kamers der priesters verwoest;

1 Makkabeeën 4:41
Toen gebood Judas de mannen, dat zij bestrijden zouden degenen, die op de burcht waren, totdat hij het heiligdom zou gereinigd hebben.

1 Makkabeeën 4:43
En zij reinigden het heiligdom, en namen de stenen der besmetting weg, en brachten ze in een onreine plaats.

1 Makkabeeën 4:48
En zij bouwden het heiligdom, en het binnenste van het huis, en zij heiligden de voorhoven.

1 Makkabeeën 5:1
Het geschiedde, als de heidenen daar rondom hoorden dat het altaar opgebouwd en het heiligdom weder ingewijd was als tevoren, dat zij zeer toornig werden.

1 Makkabeeën 6:7
En dat zij verbroken hadden de gruwel, die zij op het altaar hadden gebouwd te Jeruzalem, en dat zij het heiligdom, gelijk het eerst was, hadden omringd met hoge muren, en Bethsura, zijn stad.

1 Makkabeeën 6:18
Toen nu degenen die op de burcht waren, de Israëlieten rondom het heiligdom besloten, en altijd zochten veel kwaad te doen, en een sterkte waren voor de heidenen;

1 Makkabeeën 6:26
En ziet, zij hebben op deze dag hun leger geslagen tegen de burcht van Jeruzalem, om deze en het heiligdom in te nemen, en zij hebben Bethsura sterk gemaakt.

1 Makkabeeën 6:51
En hij sloeg zijn leger tegen het heiligdom vele dagen, en hij stelde daar stormgereedschap en instrumenten van geweld om vuur en stenen te werpen; en schorpioenen, om pijlen te werpen en te slingeren.

1 Makkabeeën 7:33
En na deze zaak ging Nicanor op naar de berg Sion, en daar gingen enigen van de priesters uit het heiligdom, en enigen van de ouderlingen des volks, om hem vreedzaam te begroeten, en om hem te tonen het brandoffer, dat voor de koning opgeofferd werd.

1 Makkabeeën 7:42
Vermorzel dan alzo dit leger heden voor ons, opdat de overgeblevenen mogen leren, dat zij tegen uw heiligdom kwalijk hebben gesproken, en oordeel hem naar zijn boosheid.

1 Makkabeeën 10:39
De stad Ptolomaïs, en het land daartoe behorende, schenk ik aan het heiligdom te Jeruzalem, tot de onkosten, die aan het heiligdom moeten gedaan worden.

1 Makkabeeën 13:3
En vermaande hen, en zeide tot hen: Gij weet zelf, wat ik en mijn broeders, en het huis mijns vaders gedaan hebben voor de wetten en voor het heiligdom, en de oorlogen en de benauwdheden, die wij gezien hebben.

1 Makkabeeën 13:6
Maar ik zal wraak doen voor mijn volk, en voor het heiligdom, en voor uw vrouwen en kinderen; daar al de heidenen tezamen gekomen zijn om ons vanwege de vijandschap te vermorzelen.

1 Makkabeeën 14:15
Het heiligdom verheerlijkte hij, en vermenigvuldigde de vaten van het heiligdom.

1 Makkabeeën 14:29
Dat Simon, de zoon van Mattathias, van de kinderen van Jarib, en zijn broeders, zichzelf hebben begeven in bezwaar, en de vijanden van hun volk hebben tegen gestaan, opdat hun heiligdom en de wet zouden staande gehouden worden, en dat zij hun volk met zeer grote eer hebben verheerlijkt.

1 Makkabeeën 14:31
Als hun vijanden in hun land wilden invallen, om hun land te verwoesten, en hun handen uit te strekken tegen hun heiligdom;

1 Makkabeeën 14:36
Zodat in zijn tijd alles voorspoedig is geweest onder zijn handen, en dat de heidenen uit hun land weggedaan zijn, en die in de stad Davids waren te Jeruzalem; die zichzelf een burcht hadden gemaakt, waaruit zij uitvallende alles rondom het heiligdom besmetten, en een grote plaag brachten onder de geheiligden.

1 Makkabeeën 14:42
Dat hij hun veldoverste zou zijn, en dat hij zorg zou dragen dat door hem gesteld zouden worden, die in het heiligdom hun dienst zouden doen, en dat bij hem gesteld zouden worden die over het land en over de wapenen en over de sterkten opzicht zouden hebben.

1 Makkabeeën 14:43
Dat bij ook zou verzorgen hetgeen het heiligdom aangaat, en dat hij door allen zou gehoorzaamd wezen, en dat alle handschriften in het land op zijn naam zouden geschreven worden, en dat hij een purperen kleed zou mogen aandoen, en dat hij goud zou mogen dragen.

1 Makkabeeën 14:48
En zij geboden dat dit schrift zou worden gesteld in koperen platen, en dat men die zou zetten in de omgang van het heiligdom, in een aanzienlijke plaats.

1 Makkabeeën 15:7
Dat Jeruzalem, en het heiligdom zullen vrij zijn, en al de wapenen, die gij bereid hebt, en de sterkten, die gij gebouwd en die gij nu hebt, die zullen uwe blijven.

2 Makkabeeën 15:17
Zij dan vermaand zijnde door deze woorden van Judas, die zeer goed waren, en zeer krachtig om tot kloekmoedigheid aan te sporen, en de harten der jongelingen manhaftig te maken, namen voor geen leger op te slaan, maar kloekmoedig aan te vallen, en met alle mannelijke dapperheid onder de vijanden vallende, het uiterste te wagen, daar de stad, en het heiligdom, en de tempel in gevaar waren.

3 Makkabeeën 2:2
O Here, Here, o Koning der hemelen en Heerser aller schepselen, gij Heilige in het heiligdom, gij enige Heerser, gij Almachtige zie ons aan, die verdrukt worden door een onheilig en goddeloos mens, die zichzelf in stoutheid en sterkte verhovaardigt.

3 Makkabeeën 2:14
Wreek ons niet door de onreinheid van deze mensen, en straf ons niet door hun onheiligheid, opdat de ongerechtigen in hun gemoed niet roemen, noch in hunner tongen hoogmoed vrolijk zijn, zeggende: Wij hebben het huis van het heiligdom met voeten getreden, gelijk de huizen der gruwelen vertreden worden.

3 Makkabeeën 2:16
Hier heeft God, die alles ziet, en boven alles heilig is, in het heiligdom dit rechtvaardig gebed verhoord, en heeft hem gegeseld, die zichzelf met smaad en trotsheid grotelijks verheven had, hem aan alle zijden slingerende gelijk het riet van de wind, zodat hij nu op de vloer lag, machteloos, en ook lam aan zijn leden, noch spreken kon, overmits hij door het rechtvaardig oordeel Gods geheel verstrikt was.

3 Makkabeeën 5:28
Met een zeer onreine eed vast gezworen, dat hij niet alleen dezen zonder enig verwijl wilde straffen, met de knieën en voeten dezer wrede beesten, en zo ten grave zenden, maar ook tegen Judea een heerleger voeren, en het land snel te vuur en te zwaard te gronde werpen, en hun heiligdom, waar zij de offeranden offerden daar wij niet mogen ingaan, zeide hij in der haast met vuur verbranden, en te allen tijd in de as laten liggen.