woord OT NT apo Bijbel
heimelijk561122

Vindplaatsen van heimelijk in het Nieuwe Testament. Het woord komt er 6 keer voor, in 6 verzen.

Mattheüs 1:19
Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.

Mattheüs 2:7
Toen heeft Herodes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstiglijk van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was;

Lukas 8:17
Want er is niets verborgen, dat niet openbaar zal worden; noch heimelijk, dat niet bekend zal worden, en in het openbaar komen.

Johannes 11:28
En dit gezegd hebbende, ging zij heen, en riep Maria, haar zuster, heimelijk, zeggende: De Meester is daar, en Hij roept u.

Handelingen 16:37
Maar Paulus zeide tot hen: Zij hebben ons, die Romeinen zijn, onveroordeeld in het openbaar gegeseld, en in de gevangenis geworpen, en werpen zij ons nu heimelijk daaruit? Niet alzo; maar dat zij zelven komen, en ons uitleiden.

Efeziërs 5:12
Want hetgeen heimelijk van hen geschiedt, is schandelijk ook te zeggen.