woord OT NT apo Bijbel
hel26191257

Vindplaatsen van hel in het Oude Testament. Het woord komt er 26 keer voor, in 25 verzen.

Deuteronomium 32:22
Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.

2 Samuël 22:6
Banden der hel omringden mij; strikken des doods bejegenden mij.

Job 11:8
Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?

Job 26:6
De hel is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf.

Psalmen 9:18
De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel toe, alle godvergetende heidenen.

Psalmen 16:10
Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.

Psalmen 18:6
Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

Psalmen 116:3
De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis.

Psalmen 139:8
Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.

Psalmen 150:5
Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!

Spreuken 5:5
Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.

Spreuken 9:18
Maar hij weet niet, dat aldaar doden zijn; haar genoden zijn in de diepten der hel.

Spreuken 15:11
De hel en het verderf zijn voor den HEERE; hoeveel te meer de harten van des mensen kinderen?

Spreuken 15:24
De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.

Spreuken 23:14
Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.

Spreuken 27:20
De hel en het verderf worden niet verzadigd; alzo worden de ogen des mensen niet verzadigd.

Jesaja 14:9
De hel van onderen was beroerd om uwentwil, om u tegemoet te gaan, als gij kwaamt; zij wekt om uwentwil de doden op, al de bokken der aarde; zij doet al de koningen der heidenen van hun tronen opstaan.

Jesaja 14:11
Uw hovaardij is in de hel nedergestort, met het geklank uwer luiten; de maden zullen onder u gestrooid worden, en de wormen zullen u bedekken.

Jesaja 14:15
Ja, in de hel zult gij nedergestoten worden, aan de zijden van den kuil!

Jesaja 28:15
Omdat gijlieden zegt: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.

Jesaja 28:18
En ulieder verbond met den dood zal te niet worden, en uw voorzichtig verdrag met de hel zal niet bestaan; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, dan zult gijlieden van denzelven vertreden worden.

Jesaja 57:9
En gij trekt met olie tot den koning, en gij vermenigvuldigt uw welriekende zalven; en gij zendt uw gezanten verre weg, en vernedert u tot de hel toe.

Ezechiël 32:21
De machtigste der helden zullen hem, met zijn helpers, toespreken, uit het midden der hel; zij zijn nedergedaald, de onbesnedenen liggen er, verslagen van het zwaard;

Hosea 13:14
Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,

Amos 9:2
Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen zij in den hemel, zo zal Ik ze van daar doen nederdalen.