woord OT NT apo Bijbel
helper131923

Vindplaatsen van helper in het Oude Testament. Het woord komt er 13 keer voor, in 13 verzen.

2 Koningen 14:26
Want de HEERE zag, dat de ellende van Israël zeer bitter was, en dat er geen opgeslotenen noch verlatenen waren, en dat Israël geen helper had.

Job 29:12
Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.

Job 30:13
Zij breken mijn pad af, zij bevorderen mijn ellende; zij hebben geen helper van doen.

Psalmen 10:14
Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees.

Psalmen 22:12
Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.

Psalmen 30:11
Hoor, HEERE! en wees mij genadig; HEERE! wees mij een Helper.

Psalmen 54:6
Ziet, God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen.

Psalmen 72:12
Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.

Psalmen 107:12
Waarom Hij hun het hart door zwarigheid vernederd heeft; zij zijn gestruikeld, en er was geen helper.

Jesaja 31:3
Want de Egyptenaren zijn mensen, en geen God, en hun paarden zijn vlees, en geen geest; en de HEERE zal Zijn hand uitstrekken, dat de helper struikelen zal, en die geholpen wordt, zal nedervallen, en zij zullen al te zamen te niet komen.

Jeremia 47:4
Vanwege den dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want de HEERE zal de Filistijnen, het overblijfsel des eilands van Kafthor, verstoren.

Klaagliederen 1:7
Zain. Jeruzalem is, in de dagen harer ellende en harer veelvuldige ballingschap, indachtig aan al haar gewenste dingen, die zij van oude dagen af gehad heeft; dewijl haar volk door de hand des tegenpartijders valt, en zij geen helper heeft; de tegenpartijders zien haar aan, zij spotten met haar rustdagen.

Daniël 11:45
En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën aan den berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.