woord OT NT apo Bijbel
hemzelven6208

Vindplaatsen van hemzelven in het Oude Testament. Het woord komt er 6 keer voor, in 5 verzen.

Leviticus 16:11
AƤron dan zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, toebrengen, en voor zichzelven en voor zijn huis verzoening doen, en zal den var des zondoffers, die voor hemzelven zal zijn, slachten.

Psalmen 35:8
De verwoesting overkome hem, dat hij het niet wete, en zijn net, dat hij verborgen heeft, vange hemzelven; hij valle daarin met verwoesting.

Spreuken 18:7
De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.

Prediker 10:12
De woorden van een wijzen mond zijn aangenaam; maar de lippen van een zot verslinden hemzelven.

Habakuk 1:7
Schrikkelijk en vreselijk is hetzelve; zijn recht en zijn hoogheid gaat van hemzelven uit.