woord OT NT apo Bijbel
henoch120214

Vindplaatsen van henoch in het Oude Testament. Het woord komt er 12 keer voor, in 11 verzen.

Genesis 4:17
En Kaïn bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch.

Genesis 4:18
En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.

Genesis 5:18
En Jered leefde honderd twee en zestig jaren, en hij gewon Henoch.

Genesis 5:19
En Jered leefde, nadat hij Henoch gewonnen had, achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

Genesis 5:21
En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methusalach.

Genesis 5:22
En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

Genesis 5:23
Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren.

Genesis 5:24
Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg.

Genesis 25:4
En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaa. Deze allen waren zonen van Ketura.

1 Kronieken 1:3
Henoch, Methusalah, Lamech,

1 Kronieken 1:33
De kinderen van Midian nu waren Efa, en Efer, en Henoch, en Abida, en Eldaa. Die allen waren zonen van Ketura.