woord OT NT apo Bijbel
hezron160016

Vindplaatsen van hezron in het Oude Testament. Het woord komt er 16 keer voor, in 16 verzen.

Genesis 46:9
En de zonen van Ruben: Hanoch, en Pallu, en Hezron, en Karmi.

Genesis 46:12
En de zonen van Juda: Er, en Onan, en Sela, en Perez, en Zerah. Doch Er en Onan waren gestorven in het land van Kanaän; en de zonen van Perez waren Hezron en Hamul.

Exodus 6:13
Dit zijn de hoofden van ieder huis hunner vaderen: de zonen van Ruben, den eerstgeborene van Israël, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi; dit zijn de huisgezinnen van Ruben.

Numeri 26:6
Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten.

Numeri 26:21
En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

Jozua 15:3
En zij gaat uit naar het zuiden tot den opgang van Akrabbim, en gaat door naar Zin, en gaat op van het zuiden naar Kades-barnea, en gaat door Hezron, en gaat op naar Adar, en gaat om Karkaa;

Ruth 4:18
Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;

Ruth 4:19
En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab;

1 Kronieken 2:5
De kinderen van Perez waren Hezron en Hamul.

1 Kronieken 2:9
En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai.

1 Kronieken 2:18
Kaleb nu, de zoon van Hezron, gewon kinderen uit Azuba, zijn vrouw, en uit Jerioth. En de zonen van deze zijn: Jeser, en Sobab, en Ardon.

1 Kronieken 2:21
Daarna ging Hezron in tot de dochter van Machir, den vader van Gilead, en hij nam ze, toen hij zestig jaren oud was; en zij baarde hem Segub.

1 Kronieken 2:24
En na den dood van Hezron, in Kaleb-efratha, heeft Abia, Hezrons huisvrouw, hem ook gebaard Asschur, de vader van Thekoa.

1 Kronieken 2:25
De kinderen van Jerahmeel nu, den eerstgeborene van Hezron, waren deze: de eerstgeborene was Ram, daartoe Buna, en Oren, en Ozem en Ahia.

1 Kronieken 4:1
De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.

1 Kronieken 5:3
De kinderen van Ruben, den eerstgeborene van Israël, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi.