woord OT NT apo Bijbel
hier1589233283

Vindplaatsen van hier in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 33 keer voor, in 31 verzen.

3 Ezra 5:69
Want wij behoren aan uw God gelijk als gij, en doen hem offeranden, van de dagen van Asbakaf de koning van Assyrië af, die ons hier heeft overgebracht.

3 Ezra 9:13
Dat zij hier komen, en tijd nemen, en de oudsten en rechters van iedere plaats, totdat de toorn des Heren van ons geweerd zij, ter oorzake van dit gebod.

4 Ezra 3:29
Ja toen ik hier ben gekomen, en de goddeloosheid gezien heb, welker geen getal is, (want mijn ziel heeft vele overtreders dit dertigste jaar nu gezien) zo is mijn hart mij ontvallen.

4 Ezra 7:14
Indien dan degenen die leven, niet pogen in te gaan door hetgeen hier eng en ijdel is, zo kunnen zij niet verkrijgen hetgeen weggelegd is.

4 Ezra 10:4
En ik heb voorgenomen niet weder in de stad te komen, maar hier te blijven, en niet te eten noch te drinken, en zonder ophouden te treuren en te vasten totdat ik sterf.

4 Ezra 10:18
En zij zeide tot mij: Ik zal dat niet doen, ik zal niet in de stad gaan, maar hier zal ik sterven.

4 Ezra 10:58
De nacht nu die morgen wezen zal, zult gij hier blijven.

4 Ezra 12:39
Maar verbeid gij hier nog andere zeven dagen, opdat u vertoond worde hetgeen de Allerhoogste goeddunken zal u te vertonen.

4 Ezra 13:23
Die het gevaar gedragen zal hebben in die tijd, die zal zichzelf hier bewaard hebben; die in het gevaar gevallen zijn, deze zijn het die de werken hebben, en het geloof in de Almachtige.

4 Ezra 13:53
Dit is de verklaring van de droom, die gij gezien hebt, en om welks wil gij alleen hier verlicht zijt.

4 Ezra 14:2
En zie een stem kwam tegen mij uit van het doornbos, en zeide: Ezra, Ezra! En ik zeide: Zie hier ben ik Here, en ik stond op, op mijn voeten, en hij zeide tot mij:

4 Ezra 14:25
En kom hier, zo zal ik in uw hart ontsteken een licht des verstands, dat niet zal uitgeblust worden, totdat de dingen voleindigd zijn, die gij zult beginnen te schrijven.

4 Ezra 14:33
En nu zo zijt gij hier, en uw broederen zijn onder ulieden,

Tobias (Tobit) 7:12
En Tobias zeide: Ik zal hier geen spijs smaken, totdat gij hier zult staan, en, het mij toegestaan zult hebben. Raguël zeide: Neem haar van nu aan tot u, naar recht, want gij zijt haar broeder, en zij is uw zuster.

Tobias (Tobit) 9:3
Neem met u een jongen, en twee kemels, en trek naar Ragis in Medië, tot Gabaël, en haal mij het geld, en breng hem mede tot de bruiloft, dewijl Raguël gezworen heeft, dat ik van hier niet gaan zal.

Judith 3:2
Ziet, wij zijn knechten des groten konings Nabuchodonosors, en liggen hier open voor u.

Judith 9:4
Want gij hebt de dingen gedaan, welke voor die waren, en die dingen zelf, en die daarna zijn geschied, en weet de dingen die nu zijn, en die toekomende zijn, en, die dingen, die gij beraadslaagd hebt, zijn daar komen staan, en hebben gezegd: Ziet hier zijn wij.

Judith 13:19
En zij trok het hoofd van Holofernes uit de zak, en toonde het, en zeide tot hen: Ziet hier het hoofd van Holofernes, de veldoverste van het leger der Assyriërs, en ziet hier, en ziet het behangsel onder hetwelk hij gelegen heeft in zijn dronkenschap, en de Here heeft hem geslagen door de hand ener vrouw.

Baruch 3:35
Hij heeft geroepen, en zij hebben gezegd: Wij zijn hier; zij hebben geschenen met vrolijkheid voor hem, die haar ge maakt had.

Esther (apocr.) 14:18
En uw dienstmaagd heeft geen vreugde gehad van de dag af dat ik hier ben gebracht tot nu toe, dan in u, o Here, God van Abraham.

1 Makkabeeën 12:7
Daar ook tevoren brieven zijn gezonden aan Onias, de hogepriester, door Areüs, die toen koning onder u was, dat gij onze broeders zijt, gelijk het afschrift hier onder gesteld bewijst,

1 Makkabeeën 12:45
Nu dan zend dezen weder naar hun huizen, en verkies uzelf enige weinige mannen, die met u zullen wezen, en kom met mij herwaarts tot Ptolomaïs, en ik zal u overgeven die stad en al de andere sterkten, en de andere krijgsmachten, en allen die over de inkomsten gesteld zijn, en ik zal wederkeren en vertrekken, want om dezer oorzaak wil ben ik hier.

2 Makkabeeën 1:6
Nu zijn wij ook hier voor u biddende.

2 Makkabeeën 2:33
Laat ons dan van hier ons verhaal beginnen, zo veel tot onze voorrede nog bijvoegende. Want het zou een dwaze zaak zijn, dat iemand, die een kort begrip van een geschiedenis schrijft, meer overvloedig in woorden zou zijn dan de geschiedenis zelf.

2 Makkabeeën 9:11
Hier begon hij dan, zo verwond zijnde, van de grootheid zijns hoogmoeds terug te komen, en door deze Goddelijke geseling tot kennis te komen, alle ogenblikken zwaarder met pijnen aangetast wordende.

2 Makkabeeën 14:7
Waarom ik, beroofd zijnde van de heerlijkheid mijner voorouders, namelijk van het hogepriesterschap, ben nu hier gekomen:

2 Makkabeeën 15:38
Dewijl dan de zaken van Nicanor aldus afgelopen zijn, en van die tijden af de Hebreeën de stad in hun macht gehad hebben, zo zal ik ook hier mijn rede afbreken.

3 Makkabeeën 1:14
Maar als de priesters met hun geheel gewaad nedervielen en de hoogste God baden, om hen in die aanstaande nood te willen helpen, en het geweld des konings, die boos indrong, te bedwingen; als zij ook de tempel met geroep en geween vervulden, toen verschrikten degenen die hier en daar in de stad overgebleven waren en kwamen uitgelopen, denkende dat het iets verborgens was hetgeen daar gedaan was.

3 Makkabeeën 1:17
Ja daarenboven beide moeders en voedstervrouwen verlieten de jonggeboren kindertjes hier en daar, sommigen in de huizen, sommigen op de straten, en zij liepen zonder ophouden te hoop in het hoogste des tempels.

3 Makkabeeën 2:16
Hier heeft God, die alles ziet, en boven alles heilig is, in het heiligdom dit rechtvaardig gebed verhoord, en heeft hem gegeseld, die zichzelf met smaad en trotsheid grotelijks verheven had, hem aan alle zijden slingerende gelijk het riet van de wind, zodat hij nu op de vloer lag, machteloos, en ook lam aan zijn leden, noch spreken kon, overmits hij door het rechtvaardig oordeel Gods geheel verstrikt was.

3 Makkabeeën 4:14
Na de voormelde tijd boodschapten de schrijvers de koning, dat zij de beschrijving der Joden niet langer konden doen, om hun ontelbare menigte, dewijl daar nog veel meer hier en daar in het land waren, sommigen nog blijvende bij huis, sommigen zijnde in andere plaatsen, zodat het ook alle stadhouders in Egypte onmogelijk was te doen.