woord OT NT apo Bijbel
honden154019

Vindplaatsen van honden in het Nieuwe Testament. Het woord komt er 4 keer voor, in 4 verzen.

MattheĆ¼s 7:6
Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren.

Lukas 16:21
En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.

Filippensen 3:2
Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.

Openbaring 22:15
Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.