woord OT NT apo Bijbel
honderd1793517231

Vindplaatsen van honderd in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 17 keer voor, in 14 verzen.

3 Ezra 1:36
En legde het volk een geldstraf op van honderd talenten zilvers, en een talent gouds.

3 Ezra 5:45
En te geven tot de heilige schatkist der werken, duizend talenten gouds, en vijfduizend talenten zilvers, en honderd priesterlijke kledingen.

3 Ezra 7:7
En offerden tot de inwijding van de tempel des Heren honderd stieren, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren;

3 Ezra 8:22
Tot honderd talenten zilvers toe, desgelijks tot honderd mudden koorn, en honderd metreten wijn, en andere, dingen met menigte.

3 Ezra 8:57
En als ik het gewogen had, heb ik hun overgegeven zeshonderdvijftig talenten zilvers, en honderd talenten aan gouden vaten, en honderd talenten aan goud;

Judith 1:3
En stelde zijn torens op de poorten dezer stad, van honderd ellen in de hoogte.

Judith 2:5
Dit zegt de grote koning, de heer der ganse aarde: ziet gij zult van voor mijn aangezicht uitgaan, en gij zult met u nemen mannen die op hun sterkte betrouwen, tot honderd en twintig duizend voetknechten, en een menigte paarden met hun ruiters, tot twaalfduizend; en gij zult uittrekken tegen het gehele land naar het westen, omdat zij het woord mijns monds ongehoorzaam zijn geweest; en zult hen ontbieden, dat zij mij aarde en water zullen toebereiden, daar ik tegen hen zal uittrekken in mijn toorn, en ik zal het ganse aangezicht der aarde bedekken met de voeten van mijn heerleger, en ik zal hen die overgeven tot een roof; en hun gekwetsten zullen hun valleien en waterbeken vullen, en de overvloeiende rivier zal met hun doden vervuld worden, en ik zal hun gevangenen voeren tot de uiterste einden der ganse aarde. Doch gij, uittrekkende zult tevoren al hun landpalen innemen, en zij zullen zich aan u overgeven, en gij zult mij die bewaren tot de dag van hun bestraffing.

Judith 10:16
Wanneer gij nu voor hem staat, zo zijt niet bevreesd in uw hart, maar boodschap hem naar uw woorden, en hij zal u weldoen. En zij verkozen uit zich honderd mannen, en voegden die bij haar en haar maagd, en die brachten haar aan de tent van Holofernes, en daar kwam een oploop door het gehele leger, want haar aankomst werd ruchtbaar door de tenten. En zij kwamen en omringden haar, gelijk zij stond buiten de tent van Holofernes, totdat zij hem de boodschap van haar gedaan hadden. En zij waren verwonderd over haar schoonheid, en zij verwonderden zich over de kinderen Israëls om harentwil, en de een zeide tot de ander: Wie zou dit volk kunnen verachten, dat zodanige vrouwen onder zich heeft; daarom is het niet goed dat één man van hen overblijve, welke overgelaten zijnde het gehele land door listigheid zou kunnen bedriegen.

Jezus Sirach 18:8
Het getal der dagen des mensen aangaande honderd jaren zijn vele, maar het ontslapen van een ieder kan van niemand berekend worden.

Jezus Sirach 41:7
Of gij tien, of honderd, of duizend jaren leeft, in het graf is geen bestraffing des levens.

1 Makkabeeën 3:55
En na deze stelde Judas oversten des volks, oversten over duizend, en oversten over honderd, oversten over vijftig, en oversten over tien.

1 Makkabeeën 13:16
Zend dan nu honderd talenten zilver, en twee van zijn zonen tot gijzelaars, opdat, als hij losgelaten zal zijn, hij van ons niet afvalle, en wij zullen hem loslaten.

1 Makkabeeën 13:19
Hij zond dan de zoontjes en honderd talenten; doch hij bedroog hem met leugen, en liet Jonathan niet los.

1 Makkabeeën 15:35
En wat aangaat Joppe en Gazara, die gij eist, die hebben onder het volk een grote plaag gebracht, en ook aan ons land, nochtans zullen wij voor deze geven honderd talenten; en Athenobius antwoordde hem niet een woord;