woord OT NT apo Bijbel
hoop786243183

Vindplaatsen van hoop in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 43 keer voor, in 42 verzen.

4 Ezra 2:42
Ik Ezra zag op de berg Sion een grote hoop, die ik niet tellen kon, en zij loofden allen de Here met lofzangen;

4 Ezra 7:50
En dat ons een eeuwige hoop is voorzegd, en wij toch boos en ijdel geworden zijn?

4 Ezra 15:46
En gij Azië, die een gezellin zijt van de hoop Babylons, en een eer zijt van haar persoon,

Judith 9:15
Want uw sterkte is niet in de menigte, noch uw vermogen in de geweldigen, maar gij zijt een God der nederigen; gij zijt een helper der kleinen, een aannemer der zwakken, een beschutter der vertwijfelenden, en een behouder dergenen, die geen hoop hebben.

Judith 13:25
Want uw hoop zal niet geweerd worden uit het hart der mensen, die de kracht Gods zullen gedenken, tot in der eeuwigheid; en God doe u dit tot een eeuwige verhoging, en bezoeke u met allerlei goed, opdat gij uw leven niet gespaard hebt, om der vernedering wil van ons geslacht, maar zijt onze val tegengegaan, dewijl gij oprecht voor onze God hebt gewandeld.

Boek der Wijsheid 3:4
Want of zij wel in het gezicht der mensen gepijnigd worden, zo is nochtans hun hoop vol onsterfelijkheid.

Boek der Wijsheid 3:11
Want hij is ellendig die de wijsheid en tucht veracht, en hun hoop is ijdel, en hun moeiten zijn tevergeefs, en hun werken onnut.

Boek der Wijsheid 3:18
Indien zij haast komen te sterven, zo zullen zij geen hoop hebben, noch troost in de dag des oordeels.

Boek der Wijsheid 5:15
Want de hoop van de goddeloze is gelijk een vezeltje, hetwelk van de wind gedreven wordt, en gelijk een dunne rijm, die door een wervelwind gejaagd wordt; en als een rook, die door de wind verwaaid wordt, of ook gelijk de gedachtenis voorbijgaat van degene, die maar één dag gast geweest is.

Boek der Wijsheid 12:19
Maar door zulke werken hebt Gij uw volk geleerd, dat de rechtvaardige tegen de mensen lieftallig moet zijn; en hebt uw kinderen goede hoop gegeven, omdat gij op de zonden bekering geeft.

Boek der Wijsheid 13:10
Maar het zijn ellendige mensen en al hun hoop is onder de doden te rekenen, die de werken der mensenhanden goden hebben genoemd; als goud en zilver kunstig gewrocht, en beelden der dieren, of een onnutte steen, zijnde het werk van een oude hand.

Boek der Wijsheid 14:6
Want ook in het begin als de hovaardige reuzen vergingen, nam de hoop der wereld haar toevlucht tot een schip, en liet de wereld een zaad der voortteling na, zijnde bestuurd door uw hand.

Boek der Wijsheid 15:6
Zulke mensen zijn beminnaars van kwade dingen, en zodanige hoop waardig, zowel die hen maken, als die hen begeren, en die hen eren.

Boek der Wijsheid 15:10
Zijn hart is as, en zijn hoop is slechter dan aarde, en zijn leven is verachter dan leem.

Boek der Wijsheid 16:29
Want de hoop des ondankbaren zal versmelten als een rijm die des winters valt, en zal wegvloeien gelijk onnut water.

Jezus Sirach 2:6
Geloof hem en hij zal u helpen, maak uw wegen recht, en hoop op hem.

Jezus Sirach 8:4
Strijd niet met een klapachtig mens, en hoop geen hout op zijn vuur.

Jezus Sirach 13:7
Heeft hij u nodig, zo zal hij u bedriegen, en aanlokken, en zal u hoop geven; hij zal schoon met u spreken, en zeggen: Wat hebt gij nodig?

Jezus Sirach 14:2
Zalig is hij, die zijn ziel niet verdoemt, en die niet vervalt van zijn hoop, die hij op de Here heeft.

Jezus Sirach 20:28
Die zijn land bouwt, verhoogt zijn hoop, en die de groten behaagt, verzoent zijn misdaad.

Jezus Sirach 23:3
Opdat mijn onwetendheden niet vermenigvuldigd worden, en mijn zonden niet vermeerderen tot verplettering, en ik niet valle voor degenen die mij tegen zijn, en mijn vijand over mij verblijd worde, van welke de hoop van uw barmhartigheid verre is.

Jezus Sirach 23:5
Weer van mij af ijdele hoop en begeerte, en behoud hem die u altijd wil dienen; laat mij de begeerte des buiks, en de bij slaap niet innemen, en geef mij, uw knecht, niet over aan een onbeschaamd gemoed.

Jezus Sirach 24:20
Ik ben een moeder der schone liefde, en der vrees, en der kennis, en der heilige hoop;

Jezus Sirach 34:1
DE hoop van een onverstandige man is ijdel en leugenachtig, en dromen maken vleugelen voor de onwijze.

Jezus Sirach 34:7
Want de dromen hebben velen verleid, en die daarop hoop ten, zijn gevallen.

Jezus Sirach 34:14
Want hun hoop is op hem, die hen behouden heeft.

Jezus Sirach 34:15
Wie de Here vreest, die zal geen ding vrezen, en zal niet vervaard wezen, want hij is zijn hoop.

Jezus Sirach 39:21
Door zijn woord stond het water gelijk een hoop, en door het woord van zijn mond de boezem der wateren.

Baruch 2:29
Indien gij mijn stem niet zult horen, zo zal waarlijk deze hoop, die groot en veel is, veranderen in weinigen onder de heidenen, waarheen ik hen verstrooien zal.

1 Makkabeeën 3:13
En Seron, de overste der krijgsmachten van Syrië, hoorde dat Judas een hoop en vergadering van getrouwe lieden bij zich vergaderd had, die met hem ten strijde uittrokken, en zeide:

2 Makkabeeën 3:29
En hij lag daar, door de Goddelijke kracht, zonder spraak, en verstoken van alle hoop en behoudenis.

2 Makkabeeën 7:11
En sprak kloekmoedig: Dit alles heb ik van God uit de hemel verkregen, en dit veracht ik om zijn wetten, en ik hoop dat ik dit van hem zal wederkrijgen.

2 Makkabeeën 7:14
En als hij sterven zou, sprak hij aldus: Het is beter de hoop, die van mensen is, te verwisselen, en de hoop die van God is te verwachten, om van hem weder opgewekt te worden, doch voor u zal geen opstanding ten leven zijn.

2 Makkabeeën 7:20
Maar de moeder is bovenmate zeer te bewonderen, en aller goede gedachtenis waardig, als die kloekmoedig verdragen heeft te aanschouwen, dat haar zeven zonen op één dag zijn omgebracht, om de hoop die zij hadden op de Here;

2 Makkabeeën 7:34
Maar gij goddeloze en onreinste van alle mensen, wil u niet tevergeefs verhovaardigen, trots zijnde op onzekere hoop, om uw hand op te heffen, tegen de hemelse kinderen.

2 Makkabeeën 9:21
In de hemel mijn hoop hebbende, gedenk ik goedertieren aan uw eer en aan uw goedgunstigheid.

2 Makkabeeën 9:22
Wederkomende uit de plaatsen van Perzië, en gevallen zijnde in een krankheid, die haar zwarigheid heeft, heb ik nodig geacht zorg te dragen voor de algemene verzekerdheid van allen; niet wanhopende aan mijzelf, maar grote hoop hebbende dat ik deze krankheid zal ontvlieden.

2 Makkabeeën 12:22
Als nu de eerste hoop van Judas zich vertoonde, en een verbaasdheid over de vijanden kwam door de verschijning desgenen, die alle dingen ziet, zo begaven zij zich met een gedruis op de vlucht, de ene herwaarts, en de andere derwaarts vliedende, zodat zij dikwijls door hun eigen volk gekwetst, en door de scherpte der zwaarden doorstoken werden.

2 Makkabeeën 15:7
Maar Makkabeüs vertrouwde zonder ophouden met alle hoop, dat hij hulp zou krijgen van de Here.

3 Makkabeeën 1:17
Ja daarenboven beide moeders en voedstervrouwen verlieten de jonggeboren kindertjes hier en daar, sommigen in de huizen, sommigen op de straten, en zij liepen zonder ophouden te hoop in het hoogste des tempels.

3 Makkabeeën 2:24
Doch de meesten bleven standvastig, en weken niet af van de godzaligheid; en voor het leven onbeschroomd geld in de plaats biedende, poogden zij zichzelf van het opschrijven te bevrijden, en zij hadden goede hoop, en vertrouwen dat zij hulp zouden verkrijgen.

3 Makkabeeën 7:2
Als de grote God voor ons de zaken gelukkig bestierde gelijk wij wensten, zo hebben sommigen onzer vrienden, gedreven door boosaardigheid, zeer dikwijls bij ons aangehouden, en ons ook overreed, dat wij de Joden die in ons koninkrijk zijn, op een hoop zouden doen bijeenkomen en hen met vreemde straffen, gelijk afvalligen, straffen.