woord OT NT apo Bijbel
hoorden695023142

Vindplaatsen van hoorden in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 23 keer voor, in 23 verzen.

3 Ezra 5:66
En als de vijanden der stammen Juda en Benjamin dat hoorden, zo kwamen zij om te verstaan wat deze stem der bazuinen was.

3 Ezra 9:51
Deze dag is de Here heilig; en zij weenden allen, als zij de wet hoorden.

4 Ezra 13:4
En waarheen zijn stem uit zijn mond ging, daar ontbrandden allen die daar hoorden, gelijk de aarde in stilte is, wanneer zij het vuur gevoelt.

Judith 4:1
EN de kinderen Israëls, die in Judea woonden, hoorden al wat Holofernes, de krijgsoverste des konings van Assyrië, aan die volken gedaan had, en op wat wijze hij al hun tempels beroofd en deze overgegeven had om te vernielen.

Judith 10:14
Als nu de mannen haar woorden hoorden, en haar aangezicht aanmerkten, zo was het voor hen zeer wonderlijk in schoonheid.

Judith 13:14
En het geschiedde als de mannen dier stad haar stem hoorden, dat zij zich haastten om af te komen naar hun stadspoort, en zij riepen de oudsten der stad bijeen.

Judith 14:16
Als nu de oversten van het leger der Assyriërs deze woorden hoorden, zo scheurden zij hun klederen, en hun ziel werd zeer beroerd.

Judith 15:1
EN als die in de tenten waren dat hoorden, ontzetten zij zich over hetgeen geschied was, en vrees en beving viel op hen.

Boek der Wijsheid 11:14
Want toen zij hoorden dat deze door hun eigen plagen weldaden genoten, zo voelden zij de Here.

Boek der Wijsheid 18:1
MAAR uw heiligen hadden een zeer groot licht, welker stem zij (de Egyptenaars) wel hoorden, maar zagen hun gedaante niet,

Baruch 2:10
Maar wij hoorden zijn stem niet, om te wandelen in de bevelen des Heren, die hij gegeven had voor ons aangezicht.

Susanna (Dan. 13) 1:26
Toen nu die van het huisgezin het geroep, dat in de hof was hoorden, zo liepen zij daarin door de zijdeur, om te zien wat haar geschied was.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:27
En het geschiedde, als de Babyloniërs zulks hoorden, dat zij het zeer kwalijk namen, en maakten een oploop tegen de koning, en zeiden: Onze koning is een Jood geworden, hij heeft Bel verstoord, en de draak gedood, en de priesters heeft hij omgebracht.

1 Makkabeeën 5:1
Het geschiedde, als de heidenen daar rondom hoorden dat het altaar opgebouwd en het heiligdom weder ingewijd was als tevoren, dat zij zeer toornig werden.

1 Makkabeeën 5:16
Als nu Judas en het volk deze woorden hoorden, zo werd daar vergaderd een grote vergadering om te beraadslagen, wat zij zouden doen voor hun broeders, die in de verdrukking waren, en die van hen werden bestreden.

1 Makkabeeën 5:61
Daar zij niet hoorden naar Judas en zijn broeders, menende dat zij ook een mannelijke daad zouden doen.

1 Makkabeeën 6:41
En zij werden allen ontroerd, die het geluid van hun menigte, en het gedruis der wapenen hoorden, want het leger was zeer groot en sterk.

1 Makkabeeën 8:12
Maar dat zij met hun vrienden, en die met hen tevreden waren, vriendschap hielden, en dat zij zo alle koninkrijken, die nabij, en die verre waren, bemachtigd hadden, en dat allen, die hun naam hoorden, voor hen vreesden;

1 Makkabeeën 10:8
En zij vreesden met grote vreze, als zij hoorden dat de koning hem macht gegeven had om krijgsvolk te verzamelen.

1 Makkabeeën 10:46
Als nu Jonathan en het volk deze woorden hoorden, geloofden zij ze niet, en namen ze niet aan, omdat zij gedachten aan dat grote kwaad, dat hij in Israël gedaan had, en dat hij hen zeer verdrukt had.

1 Makkabeeën 12:28
En de vijanden hoorden dat Jonathan en die met hem waren tot de strijd gereed waren, en vreesden, en werden in hun hart verslagen, en ontstaken vuren in hun leger, en vertrokken.

1 Makkabeeën 13:7
En hij wekte de geest des volks op, doordat zij deze woorden hoorden.

3 Makkabeeën 5:32
Als nu de Joden het stof van de olifanten, die de poort uitkwamen, en van het gewapende heerleger, dat volgde, en van het gaan des volks zagen, en een gruwelijk geluid en getuimel hoorden, zo meenden zij, dat dit voor hen het laatste ogenblik van hun leven was, en het einde der ellendige verwachting.