woord OT NT apo Bijbel
horma9009

Vindplaatsen van horma in het Oude Testament. Het woord komt er 9 keer voor, in 9 verzen.

Numeri 14:45
Toen kwamen af de Amalekieten en de Kanaänieten, die in dat gebergte woonden, en sloegen hen, en versmeten hen, tot Horma toe.

Numeri 21:3
De HEERE dan verhoorde de stem van Israël, en gaf de Kanaänieten over; en hij verbande hen en hun steden; en hij noemde den naam dier plaats Horma.

Deuteronomium 1:44
Toen togen de Amorieten uit, die op dat gebergte woonden, u tegemoet, en vervolgden u, gelijk als de bijen doen; en zij verpletterden u in Seir tot Horma toe.

Jozua 12:14
De koning van Horma, een; de koning van Harad, een;

Jozua 15:30
En Eltholad, en Chesil, en Horma,

Jozua 19:4
En Eltholad, en Bethul, en Horma,

Richteren 1:17
Juda dan toog met zijn broeder Simeon, en zij sloegen de Kanaänieten, wonende te Zefat, en zij verbanden hen; en men noemde den naam dezer stad Horma.

1 Samuël 30:30
En tot die te Horma, en tot die te Chor-asan, en tot die te Atach,

1 Kronieken 4:30
En te Bethuël, en te Horma, en te Ziklag,