woord OT NT apo Bijbel
huisgenoten2529

Vindplaatsen van huisgenoten in het Nieuwe Testament. Het woord komt er 5 keer voor, in 5 verzen.

Mattheüs 10:25
Het zij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij den Heere des huizes Beëlzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!

Mattheüs 10:36
En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.

Galaten 6:10
Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.

Efeziërs 2:19
Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;

1 Timotheüs 5:8
Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.