woord OT NT apo Bijbel
huize638273

Vindplaatsen van huize in het Nieuwe Testament. Het woord komt er 8 keer voor, in 8 verzen.

Mattheüs 26:6
Als nu Jezus te Bethanië was, ten huize van Simon, den melaatse,

Lukas 1:27
Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria.

Lukas 10:5
En in wat huis gij zult ingaan, zegt eerst: Vrede zij dezen huize!

Lukas 19:9
En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.

Handelingen 10:22
En zij zeiden: Cornelius, een hoofdman over honderd, een rechtvaardig man, en vrezende God, en die goede getuigenis heeft van het ganse volk der Joden, is door Goddelijke openbaring vermaand van een heiligen engel, dat hij u zou ontbieden te zijnen huize, en dat hij van u woorden der zaligheid zou horen.

1 Korinthiërs 16:19
U groeten de Gemeenten van Azië. U groeten zeer in den Heere Aquila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is.

2 Timotheüs 1:16
De Heere geve den huize van Onesiforus barmhartigheid; want hij heeft mij dikmaals verkwikt, en heeft zich mijner keten niet geschaamd.

Filemon 1:2
En aan Appia, de geliefde, en aan Archippus, onzen medestrijder, en aan de Gemeente, die te uwen huize is: