woord OT NT apo Bijbel
huizen1341626176

Vindplaatsen van huizen in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 26 keer voor, in 26 verzen.

3 Ezra 5:1
DAARNA werden verkoren om op te trekken de oversten van de huizen der vaderen naar hun stammen, met hun vrouwen en hun zonen en dochteren, en hun dienstknechten en dienstmaagden, en hun beesten.

3 Ezra 5:4
Dit nu zijn de namen der mannen die optrokken, naar de huizen hunner vaderen in de stammen, naar de verdeling hunner heerschappijen.

3 Ezra 8:60
Zo waakt, en bewaart ze, totdat gij ze overlevert aan de oversten der priesters en Levieten, en aan de oversten der vaderlijke huizen Israëls te Jeruzalem, in de cellen van het huis onzes Gods.

3 Ezra 9:16
En Ezra de priester verkoos tot zich de voornaamste mannen van hun vaderlijke huizen, allen met namen, en op de nieuwe maan der tiende maand zaten zij om deze zaken te onderzoeken.

4 Ezra 1:35
Ik zal uw huizen overgeven aan een volk dat nog komen zal. Die mij niet gehoord hebben, zullen geloven, en wie ik geen tekenen getoond heb, die zullen doen wat ik bevolen heb.

4 Ezra 15:18
Want vanwege hun hovaardij zullen de steden beroerd worden, de huizen zullen verstoord worden, en de mensen zullen vrezen.

4 Ezra 15:19
De ene mens zal met de andere geen medelijden hebben, om hun huizen teniet te doen door het zwaard, en om hun goederen te roven, vanwege de honger naar brood, en de velerlei benauwdheid.

4 Ezra 15:49
Ik zal ongeval over u brengen, weduwschap, armoede, en honger, en zwaard, en pest, opdat uw huizen verwoest worden door het geweld, en de dood,

4 Ezra 16:32
Zo zullen er in die dagen drie of vier overgelaten worden, bij degenen, die hun huizen met het zwaard doorzoeken.

4 Ezra 16:47
Want hun vruchten zullen de vreemden maaien, en zullen hun goederen roven, en hun huizen verstoren, en zullen hun kinderen gevangen nemen, want tot de gevangenis en tot hongersnood zullen zij hen voortbrengen.

4 Ezra 16:48
Want die hun handel met roof drijven, hoe zij hun steden en huizen, en bezittingen, en personen meer versieren,

4 Ezra 16:73
Want zij zullen hen verstoren, en hun goederen roven, en zullen hen uit hun huizen stoten.

Judith 7:20
Doch zo deze voorbijgaan, en geen hulp over ons komt, zo zal ik naar uw woorden doen. En zo heeft hij het volk doen scheiden elk naar zijn legerplaats, en zij zijn naar de muren en torens van hun stad heengegaan; en hij heeft de vrouwen en kinderen naar hun huizen gezonden en zij waren in grote vernedering in de stad.

Jezus Sirach 3:10
Want de zegening des vaders onderstut de huizen der kinderen, maar de vervloeking der moeder ontwortelt de fundamenten.

Jezus Sirach 28:16
En heeft vaste steden vernield, en huizen der groten omgekeerd.

Jezus Sirach 49:15
Onder de uitverkorenen was ook Nehemia, wiens gedachtenis vele malen wordt verhaald, die ons de vervallen muren heeft opgericht, en de poorten en richelen heeft gesteld, en de vloe ren van onze huizen wederopricht.

Baruch 6:16
Wanneer zij in hun huizen vastgezet zijn, zo zijn hun ogen vol stof van de voeten dergenen die daarin gaan.

1 Makkabeeën 1:33
En hij plunderde de stad, en verbrandde ze met vuur, en hij brak haar huizen en muren rondom af;

1 Makkabeeën 1:59
En in de deuren van de huizen, en op de straten offerden zij reukwerk;

1 Makkabeeën 3:56
En zij zeiden tot degenen, die huizen bouwden, en die eerst huisvrouwen getrouwd hadden, en wijngaarden hadden geplant, en die vreesachtig waren, dat een ieder dezer zou wederkeren naar zijn huis, volgens de wet.

1 Makkabeeën 12:45
Nu dan zend dezen weder naar hun huizen, en verkies uzelf enige weinige mannen, die met u zullen wezen, en kom met mij herwaarts tot Ptolomaïs, en ik zal u overgeven die stad en al de andere sterkten, en de andere krijgsmachten, en allen die over de inkomsten gesteld zijn, en ik zal wederkeren en vertrekken, want om dezer oorzaak wil ben ik hier.

1 Makkabeeën 13:47
En Simon liet zich bewegen over hen, en verdelgde hen niet, maar wierp hen uit de stad; en hij zuiverde de huizen waarin afgoden waren, en zo trok hij in de stad, Gode lofzingende en dankende.

2 Makkabeeën 3:18
En deze liepen met hopen uit de huizen naar het gemeen gebed, omdat deze plaats in verachting zou komen.

2 Makkabeeën 5:12
En gebood de krijgslieden, dat zij allen die hun tegenkwamen zouden slaan, zonder iemand te sparen, en dat zij al degenen, die op de huizen zouden klimmen zouden doodslaan.

3 Makkabeeën 1:17
Ja daarenboven beide moeders en voedstervrouwen verlieten de jonggeboren kindertjes hier en daar, sommigen in de huizen, sommigen op de straten, en zij liepen zonder ophouden te hoop in het hoogste des tempels.

3 Makkabeeën 2:14
Wreek ons niet door de onreinheid van deze mensen, en straf ons niet door hun onheiligheid, opdat de ongerechtigen in hun gemoed niet roemen, noch in hunner tongen hoogmoed vrolijk zijn, zeggende: Wij hebben het huis van het heiligdom met voeten getreden, gelijk de huizen der gruwelen vertreden worden.