woord OT NT apo Bijbel
hulp44951104

Vindplaatsen van hulp in het Oude Testament. Het woord komt er 44 keer voor, in 43 verzen.

Deuteronomium 33:7
En dit is van Juda, dat hij zeide: Hoor, HEERE! de stem van Juda! en breng hem weder tot zijn volk; zijn handen moeten hem genoegzaam zijn, en zijt Gij hem een Hulp tegen zijn vijanden!

Deuteronomium 33:26
Niemand is er gelijk God, o Jeschurun! Die op den hemel vaart tot uw hulp, en met Zijn hoogheid op de bovenste wolken.

Deuteronomium 33:29
Welgelukzalig zijt gij, o Israël! wie is u gelijk? gij zijt een volk, verlost door den HEERE, het Schild uwer hulp, en Die een Zwaard is uwer hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinsdelijk aan u onderwerpen, en gij zult op hun hoogten treden!

Richteren 5:23
Vloekt Meroz, zegt de Engel des HEEREN, vloekt haar inwoners geduriglijk; omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des HEEREN, tot de hulp des HEEREN, met de helden.

2 Kronieken 20:4
En Juda werd vergaderd, om van den HEERE hulp te zoeken; ook kwamen zij uit alle steden van Juda, om den HEERE te zoeken.

Job 6:13
Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?

Job 31:21
Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;

Psalmen 20:3
Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion.

Psalmen 22:20
Maar Gij, HEERE! wees niet verre; mijn Sterkte! haast U tot mijn hulp.

Psalmen 27:9
Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; Gij zijt mijn Hulp geweest, begeef mij niet, en verlaat mij niet, o God mijns heils!

Psalmen 33:20
Onze ziel verbeidt den HEERE: Hij is onze Hulp en ons Schild.

Psalmen 35:2
Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp.

Psalmen 38:23
Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil!

Psalmen 40:14
Het behage U, HEERE! mij te verlossen; HEERE! haast U tot mijn hulp.

Psalmen 40:18
Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de HEERE denkt aan mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; o mijn God! vertoef niet.

Psalmen 44:27
Sta op, ons ter hulp, en verlos ons om Uwer goedertierenheid wil.

Psalmen 46:2
God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.

Psalmen 60:13
Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid, want 's mensen heil is ijdelheid.

Psalmen 63:8
Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.

Psalmen 70:2
Haast U, o God, om mij te verlossen, o HEERE, tot mijn hulp.

Psalmen 70:6
Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet!

Psalmen 71:12
O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.

Psalmen 89:20
Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd.

Psalmen 94:17
Ten ware dat de HEERE mij een Hulp geweest ware, mijn ziel had bijna in de stilte gewoond.

Psalmen 108:13
Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid.

Psalmen 115:9
Israël! vertrouw gij op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.

Psalmen 115:10
Gij huis van Aäron! vertrouw op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.

Psalmen 115:11
Gijlieden, die den HEERE vreest! vertrouwt op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.

Psalmen 119:173
Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.

Psalmen 121:1
Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal.

Psalmen 121:2
Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Psalmen 124:8
Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Psalmen 146:5
Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;

Jesaja 10:3
Maar wat zult gijlieden doen ten dage der bezoeking, en der verwoesting, die van verre komen zal? Tot wien zult gij vlieden om hulp, en waar zult gij uw heerlijkheid laten?

Jesaja 20:6
En de inwoners van dit eiland zullen te dien dage zeggen: Ziet, alzo is het gegaan dien, op welken wij zagen, werwaarts wij henenvloden om hulp, om gered te worden van het aangezicht des konings van Assyrië; hoe zullen wij dan ontkomen?

Jesaja 30:5
Hij zal hen allen beschaamd maken door een volk, dat hun geen nut kan doen, noch tot hulp, noch tot voordeel, maar tot schande en ook tot smaadheid zijn zal.

Jesaja 31:1
Wee dengenen, die in Egypte om hulp aftrekken, en steunen op paarden, en vertrouwen op wagenen, omdat er vele zijn, en op ruiters, omdat die zeer machtig zijn; en zien niet op den Heilige Israëls, en zoeken den HEERE niet.

Jesaja 31:2
Nochtans is Hij ook wijs, en Hij doet het kwaad komen, en trekt Zijn woorden niet terug; maar Hij zal Zich opmaken tegen het huis der boosdoeners, en tegen de hulp dergenen, die ongerechtigheid werken.

Klaagliederen 4:17
Ain. Nog bezweken ons onze ogen, ziende naar onze ijdele hulp; wij gaapten met ons gapen op een volk, dat niet kon verlossen.

Ezechiël 12:14
En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.

Daniël 11:34
Als zij nu zullen vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden; doch velen zullen zich door vleierijen tot hen vervoegen.

Hosea 13:9
Het heeft u bedorven, o Israël! want in Mij is uw hulp.

Nahum 3:9
Morenland en Egypte waren haar macht, en er was geen einde; Put en Lybea waren tot uw hulp.