woord OT NT apo Bijbel
hulp44951104

Vindplaatsen van hulp in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 51 keer voor, in 49 verzen.

3 Ezra 6:28
En ik ook schreef hij heb daarbij bevolen, dat zij het geheel zullen opbouwen, en dat men wel toezie, dat men de Joden, die uit de gevangenis zijn, hulp bewijze, totdat het huis des Heren voltooid is.

3 Ezra 8:30
En ik werd welgemoed, naar de hulp des Heren, mijns Gods; en vergaderde mannen uit Israël, opdat zij met mij zouden optrekken.

4 Ezra 2:18
Ik zal u mijn knechten Jesaja en Jeremia tot een hulp zenden: naar wier raad ik voor u geheiligd en bereid heb twaalf bomen met verscheidene vruchten beladen;

4 Ezra 16:34
De maagden zullen treuren, omdat zij geen bruidegoms hebben; de vrouwen zullen treuren, omdat zij geen mannen hebben; haar dochters zullen treuren, omdat zij geen hulp hebben.

Tobias (Tobit) 8:6
Gij hebt Adam gemaakt, en gij hebt hem Eva zijn vrouw tot een hulp en steunsel gegeven; uit deze is het geslacht der mensen geboren. Gij hebt gezegd, het is niet goed dat de mens alleen zij, laat ons hem een hulp maken, die hem gelijk zij.

Judith 6:18
En zij riepen de God Israëls aan om hulp, die gehele nacht.

Judith 7:1
EN des anderen daags gebood Holofernes zijn gehele heerleger, en al zijn volk, hetwelk tot zijn hulp in deze krijg gekomen was, dat zij zouden optrekken naar Bethulië, en de toegangen van het gebergte eerst innemen, en dat men de kinderen Israëls de krijg zou aandoen.

Judith 7:20
Doch zo deze voorbijgaan, en geen hulp over ons komt, zo zal ik naar uw woorden doen. En zo heeft hij het volk doen scheiden elk naar zijn legerplaats, en zij zijn naar de muren en torens van hun stad heengegaan; en hij heeft de vrouwen en kinderen naar hun huizen gezonden en zij waren in grote vernedering in de stad.

Judith 8:16
Daarom laat ons op zijn verlossing wachten, en hem aanroepen tot onze hulp, en Hij zal onze stem verhoren, indien het hem behagelijk is.

Judith 13:6
O Here, gij God aller kracht, zie te dezer ure aan de werken mijner handen, tot verhoging Jeruzalems, want het is nu de rechte tijd, om uw erve te hulp te komen, en mijn aanslag uit te voeren, tot verwondering der vijanden, die tegen ons opgestaan zijn.

Boek der Wijsheid 2:18
Want indien de rechtvaardige een zoon Gods is, zo zal hij hem te hulp komen, en zal hem verlossen uit de hand dergenen die hem tegenstaan.

Boek der Wijsheid 13:16
Opdat het immers niet zou afvallen verzorgt hij het tevoren, wetende dat het hemzelf niet kan helpen, want het is een beeld, en heeft hulp nodig.

Jezus Sirach 8:19
Verwek geen strijd met een toornige, en ga niet met hem door de woestijn, gelijk als niets is het bloed in zijn ogen, en waar geen hulp is, daar zal hij u ter neder werpen.

Jezus Sirach 11:12
Menigeen is er die traag is, hebbende hulp van node, het ontbreekt hem aan sterkte, en hij heeft grote armoede, en het oog des Heren ziet op hem ten goede, en richt hem op uit zijn nederigheid;

Jezus Sirach 34:17
De ogen des Heren zien op degenen die hem liefhebben; hij is hun een krachtig schild en sterk steunsel; een bescherming tegen de hitte, en een bescherming tegen de middag; een bewaring voor de aanstoot, en een hulp tegen de val.

Jezus Sirach 36:26
Die een goede vrouw krijgt, die begint goederen te bezitten, aangezien hij een hulp heeft, die hem gelijk is, en een pilaar waar hij op rusten mag.

Jezus Sirach 40:23
Broeders en hulp zijn goed in de tijd der verdrukking, maar een aalmoes verlost meer dan beide.

Jezus Sirach 40:26
Daar is in de vreze des Heren geen vermindering, en hij behoeft voor zichzelf geen hulp te zoeken.

Jezus Sirach 51:13
Ik riep de Here de vader mijns Heren aan, dat hij mij niet wilde verlaten in de dag der verdrukking, ten tijde als ik geen hulp had tegen de hovaardigen.

Baruch 4:17
Maar ik? waarin kan ik ulieden te hulp komen?

1 Makkabeeën 8:32
Indien zij dan ons weder zullen verzoeken tot hulp tegen u, zo zullen wij hun recht doen, en tegen u oorlog aannemen te water en te land.

1 Makkabeeën 10:24
Ik zal ook aan hen schrijven woorden van vermaning, en van hoogheid, en van geschenken, opdat zij tot mijn hulp mogen zijn.

1 Makkabeeën 11:46
En de koning riep de Joden te hulp, en zij vergaderden allen te zamen bij hem, en verstrooiden zich door de stad.

1 Makkabeeën 12:15
Want wij hebben hulp uit de hemel, die ons te hulp komt, en wij zijn verlost van onze vijanden, en onze vijanden zijn vernederd.

1 Makkabeeën 14:1
In het honderdtweeënzeventigste jaar vergaderde de koning Demetrius zijn krijgsmacht, en trok naar Medië, om hulp bijeen te trekken, om Tryfon te beoorlogen.

1 Makkabeeën 16:3
Maar ik ben nu oud geworden, en gij zijt nu in deze uw jaren bekwaam tot dit werk der barmhartigheid. Wees gij dan in mijn en mijns broeders plaats, en trekt op en strijdt voor ons volk. En de hulp uit de hemel zij met ulieden.

1 Makkabeeën 16:18
Ptolomeüs schreef deze dingen, en zond aan de koning, dat hij hem krijgsvolk te hulp wilde zenden, en dat hij hem het land en de steden zou overleveren.

2 Makkabeeën 2:26
Hebben getracht om degenen, die lezen willen, enig vermaak te geven, en degenen die begerig zijn om wel te onthouden, enige hulp, en allen, wie dit boek zal voorkomen, enig nut toe te brengen.

2 Makkabeeën 6:11
En enige anderen, te zamen lopende in de naaste spelonken, opdat zij daar verborgen de zevende dag zouden houden, Filippus aangebracht zijnde, werden met vuur verbrand, omdat zij er een gewetenszaak van maakten zichzelf te hulp te komen, vanwege de heerlijkheid van deze eerwaardige dag.

2 Makkabeeën 8:8
Filippus ziende dat deze man gaandeweg tot grote voortgang kwam, en dat hij in voorspoed toenam, schreef aan Ptolomeüs, de overste van Celo-Syrië en Fenicië, dat hij de zaak des konings zou te hulp komen.

2 Makkabeeën 8:19
En hij verhaalde hun de hulp, die aan hun voorouders geschied was, en hoe dat de honderdvijfentachtigduizend onder Sanherib omgebracht waren;

2 Makkabeeën 8:20
En de slag, die in Babylonië tegen de Galaten gedaan was, hoe dat allen die tot noodweer gekomen waren, maar achtduizend waren, met vierduizend Macedoniërs, en als de Macedoniërs begonnen twijfelmoedig te worden, dat die achtduizend honderdtwintigduizend hebben omgebracht door de hulp die hun van de hemel geschiedde, en dat zij groot voordeel verkregen.

2 Makkabeeën 8:35
Vernederd zijnde door degenen, die naar zijn achting de minste waren, door de hulp des Heren, legde zijn heerlijke kleding af, en zichzelf eenzaam makende, vluchtte over de Middellandse zee, gelijk een slaaf die zijn heer ontloopt, en kwam te Antiochië, boven alles gelukkig zijnde na het verlies van zijn leger.

2 Makkabeeën 11:7
En Makkabeüs zelf nam eerst de wapenen op, en vermaande de anderen, dat zij met hem zich in gevaar wilden begeven, om hun broeders te hulp te komen.

2 Makkabeeën 12:11
En als er een hevig gevecht geschiedde, en die met Judas waren, door de hulp, die van God kwam, voorspoedig vochten, zo baden de Nomaden van Arabië, overwonnen zijnde, dat Judas hun wilde de rechterhand geven, belovende dat zij hem hun vee geven zouden, en hun bevorderlijk zijn in alles.

2 Makkabeeën 13:10
Doch Judas, dit vernemende, gebood het volk, dat zij dag en nacht de Here zouden aanroepen, dat hij, zo hij ooit of immer, nu wilde te hulp komen degenen die in gevaar waren van de wet, en van hun vaderland, en van de heilige tempel te verliezen;

2 Makkabeeën 13:13
En hij, met de ouderlingen alleen zijnde, nam met hen raad, eer het krijgsvolk van de koning in Judea zou invallen, en zij de stad zouden bemachtigen, dat zij hem zouden tegentrekken, en dat zij de zaken zouden wagen, steunende op de hulp des Heren.

2 Makkabeeën 15:7
Maar Makkabeüs vertrouwde zonder ophouden met alle hoop, dat hij hulp zou krijgen van de Here.

2 Makkabeeën 15:8
En vermaande degenen die met hem waren, dat zij de aankomst der heidenen niet zouden vrezen, maar dat zij in gedachtenis zouden houden de hulp, die hun zo dikwijls van de hemel toegekomen was, en nu van de Almachtige de overwinning verwachten, die hij hun zou geven.

2 Makkabeeën 15:35
En hij hing het hoofd van Nicanor uit de burcht, om voor allen te zijn een kennelijk en openbaar teken van de hulp des Heren.

3 Makkabeeën 1:5
En als er een bloedige slag geschiedde, en de zaken meer voorspoedig waren aan de zijde van Antiochus, zo ging Arsinoë naarstig toe, en bad het krijgsvolk met gekerm en geween, met loshangend haar, dat zij zichzelf en haar kinderen, en vrouwen kloek te hulp zouden komen, en zij beloofde de overwinnaars ieder twee pond goud te geven.

3 Makkabeeën 1:23
Waarom degenen, die om de koning stonden, als zij dit zagen hebben zij zich omgekeerd, om met de onzen hem aan te roepen, die alle kracht heeft, dat hij in de tegenwoordige nood te hulp wilde komen, en deze onwettige en hovaardige daad niet gedogen.

3 Makkabeeën 2:19
Toen hij nu in Egypte kwam, en zijn boosheid vermeerderde, en met hulp van zijn medehelpers en metgezellen, die tevoren aangewezen zijn, en van alle gerechtigheid afgezonderd waren, zo heeft hij niet alleen zichzelf met ontelbare ontuchtigheden verzadigd, maar hij is ook tot zo grote vermetelheid voortgegaan, dat hij lasteringen in alle plaatsen tegen het volk zaaide, en dat velen van de vrienden, lettende op des konings voorstel, ook zelf zijn wil volgden.

3 Makkabeeën 2:24
Doch de meesten bleven standvastig, en weken niet af van de godzaligheid; en voor het leven onbeschroomd geld in de plaats biedende, poogden zij zichzelf van het opschrijven te bevrijden, en zij hadden goede hoop, en vertrouwen dat zij hulp zouden verkrijgen.

3 Makkabeeën 3:5
Maar de Grieken, die in de stad waren, wie gans geen leed geschied was, als zij dit onverhoopt oproer zagen tegen deze mensen, en dat er een onverwachte toeloop geschiedde, konden wel geen hulp doen (want het was een tirannieke handelwijze),

3 Makkabeeën 3:7
Ja ook sommige buren en vrienden, en die met hen handelden, heimelijk enigen tot zich trekkende, en deden beloften, dat zij hen mede wilden beschermen, en alles toebrengen tot hun hulp.

3 Makkabeeën 4:16
Doch dit was een krachtig werk van de onoverwinnelijke voorzienigheid Gods, die uit de hemel de Joden hulp bood.

3 Makkabeeën 5:4
Doch de Joden, die voor de heidenen van alle hulp schenen ontbloot te zijn, omdat zij alom met banden en benauwdheid omvangen waren, hebben allen de almachtige Here, en de heerser over alle macht, hun barmhartige God en Vader, met tranen, zonder ophouden met hun stemmen aangeroepen, biddende dat hij de goddeloze raad tegen hen genomen wilde afkeren, en hen uit de dood, die voor hun voeten bereid was, met een heerlijke verschijning verlossen.

3 Makkabeeën 5:23
En de Joden, deze dingen van de koning verstaan hebbende, prezen de heerlijke God, de Here en Koning der koningen, als die ook deze hulp van God verkregen hadden.