woord OT NT apo Bijbel
huppelen6006

Vindplaatsen van huppelen in het Oude Testament. Het woord komt er 6 keer voor, in 5 verzen.

Job 21:11
Hun jonge kinderen zenden zij uit als een kudde, en hun kinderen huppelen.

Psalmen 29:6
En Hij doet ze huppelen als een kalf, den Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn.

Jesaja 13:21
Maar daar zullen nederliggen de wilde dieren der woestijnen, en hun huizen zullen vervuld worden met schrikkelijke gedierten, en daar zullen de jonge struisen wonen, en de duivelen zullen er huppelen.

Jesaja 23:12
En Hij heeft gezegd: Gij zult niet meer vrolijk huppelen, o gij verdrukte maagd, gij dochter van Sidon! Naar Chittim toe, maak u op, vaar over; ook zult gij aldaar geen rust hebben.

Jesaja 33:4
Dan zal ulieder buit verzameld worden, gelijk de kevers verzameld worden; men zal daarin ginds en weder huppelen, gelijk de sprinkhanen ginds en weder huppelen.