woord OT NT apo Bijbel
hutten6006

Vindplaatsen van hutten in het Oude Testament. Het woord komt er 6 keer voor, in 6 verzen.

Genesis 33:17
Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij den naam dier plaats Sukkoth.

Deuteronomium 33:18
En van Zebulon zeide hij: Verheug u, Zebulon! over uw uittocht, en Issaschar! over uw hutten.

2 Koningen 8:21
Daarom toog Joram over naar Zair, en al de wagenen met hem; en hij maakte zich des nachts op, en sloeg de Edomieten, die rondom hem waren, daartoe de oversten der wagenen; en het volk vlood in zijn hutten.

2 Kronieken 7:10
Doch op den drie en twintigsten dag der zevende maand liet hij het volk gaan tot hun hutten, blijde en goedsmoeds over het goede, dat de HEERE aan David en Salomo, en Zijn volk Israƫl gedaan had.

Zefanja 2:6
En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.

Maleachi 2:12
De HEERE zal den man, die zulks doet, uitroeien uit de hutten van Jakob, dien, die waakt, en dien, die antwoordt, en die den HEERE der heirscharen spijsoffer brengt.