woord OT NT apo Bijbel
na31110495510

Vindplaatsen van na in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 95 keer voor, in 95 verzen.

3 Ezra 1:25
En na al deze daden van Josia, is het geschied, dat Farao de koning van Egypte kwam, en oorlog verwekte te Karchamis bij de Eufraat gelegen; en Josia trok uit hem tegemoet.

3 Ezra 1:45
En na een jaar schikte Nabuchodonosor, en liet hem brengen naar Babylon, tezamen met de heilige vaten des Heren;

3 Ezra 8:1
EN na deze, als Artaxerxes, de koning der Perzen, regeerde, trok henen Ezra, de zoon van Azaria, de zoon van Sechrie, de zoon van Helchia, de zoon van Sallem,

3 Ezra 9:15
En die uit de gevangenis waren, volgden hen hierin na.

4 Ezra 5:4
Indien nu de Allerhoogste u laat leven, zo zult gij na de derde bazuin zien, dat de zon des nachts haastig zal schijnen, en de maan driemaal in de dag.

4 Ezra 5:21
En het geschiedde na zeven dagen, dat de gedachten mijns harten mij weder zeer bekommerden.

4 Ezra 5:41
En ik sprak: Maar zie, Here, gij zijt nabij degenen, die tegen het einde zijn; wat zullen nu die doen, die voor mij geweest zijn, of wij, of die na ons zijn zullen?

4 Ezra 5:55
En die na ulieden komen, zullen van minder grootte zijn dan gij, als schepselen die nu beginnen oud te worden, en bij wie de sterkte der jeugd nu voorbij is.

4 Ezra 6:35
En het geschiedde na deze, dat ik weder weende, en desgelijks zeven dagen vastte, opdat ik de drie weken vervulde die mij gezegd waren.

4 Ezra 7:29
En na die jaren zal mijn Zoon Christus sterven, en alle mensen die adem hebben.

4 Ezra 7:31
En het zal na zeven dagen geschieden, dat de wereld die nog niet ontwaakt is, zal opgewekt worden, en dat verdorven is, zal sterven.

4 Ezra 7:37
En die na hem geweest zijn voor Israël, ten tijde van Achan en Samuël.

4 Ezra 7:56
Want wij hebben, toen wij leefden, niet gedacht als wij de ongerechtigheid deden, dat wij na de dood zouden beginnen te lijden.

4 Ezra 7:60
Doch zij hebben hem niet geloofd, noch ook de profeten na hem, ja ook niet mij, die tot hen gezegd heeft,

4 Ezra 9:12
En toen hun nog plaats van berouw open was, die het niet verstonden, maar verachtten het, deze moeten het na de dood in de pijn leren kennen.

4 Ezra 9:27
En het is geschied na zeven dagen, dat ik nederzat op het gras, en mijn hart werd weder beroerd als tevoren.

4 Ezra 9:45
En het is geschied na dertig jaren, dat God mij, uw dienst maagd verhoord heeft, en hij heeft mijn vernedering gezien, en hij heeft mijn angst aangemerkt, en hij heeft mij een zoon gegeven, en wij hebben grote vreugde over hem gehad, ik en mijn man, en al mijn medeburgers, en wij vereerden de almachtige God zeer.

4 Ezra 10:46
En het is gebeurd, dat Salomo na dertig jaren de stad heeft gebouwd en offeranden heeft geofferd, toen is het geschied dat de onvruchtbare een zoon gebaard heeft.

4 Ezra 11:17
Niemand zal het na u zo lange tijd, als de uwe is, houden, ja niet de helft daarvan.

4 Ezra 12:14
In hetzelve nu zullen twaalf koningen heersen, de een na de ander.

4 Ezra 12:18
Dit is de verklaring, namelijk dat na de tijd van dit rijk geen kleine twisten zullen ontstaan en het zal in gevaar staan van te vallen, doch het zal dan niet vallen, maar zal weder in zijn eerste stand worden gesteld.

4 Ezra 12:49
En nu, zo ga een ieder van u in zijn huis, en ik zal na die dagen tot u komen.

4 Ezra 13:1
EN het geschiedde na zeven dagen, dat ik des nachts een droom droomde:

4 Ezra 13:56
En daarom heb ik u getoond de schatten die bij de Allerhoogste zijn, en na drie andere dagen zal ik nog andere dingen tot u spreken, en ik zal u zware en wonderlijke zaken verklaren.

4 Ezra 14:12
Maar er is nog overig hetgeen na het tiende deel en een half volgt.

4 Ezra 14:30
En hebben de wet des levens ontvangen, die zij niet hebben gehouden, die ook gijlieden na hen hebt overtreden.

4 Ezra 14:34
Indien gij dan uw gemoederen gehoorzaam aanstelt en uw verstand onderrichten laat, zo zult gij levend behouden worden, en na de dood zult gij barmhartigheid verkrijgen.

4 Ezra 14:35
Want het oordeel zal na de dood komen, als wij weder levend zullen worden, en dan zullen de namen der rechtvaardigen bekend, en de werken der bozen openbaar worden.

4 Ezra 15:31
En na deze zullen de draken de overhand krijgen, zijnde hun natuur indachtig, en zullen zich omkeren, en tezamen spannen om met grote kracht die te vervolgen.

4 Ezra 16:39
Gelijk een zwangere vrouw, die na de negen maanden haar zoon baart, wanneer de tijd van haar baren nabij is, een uur, twee of drie tevoren, zo gaan de kindsweeën door haar lichaam, en als het kind nu in de geboorte is, zo vertoeven zij niet een ogenblik;

Tobias (Tobit) 2:10
En diezelfde nacht keerde ik weder na het begraven, en dewijl ik onrein was, sliep ik aan de muur van de voorplaats en mijn aangezicht was ontdekt, en ik wist niet dat er mussen in de muur waren;

Tobias (Tobit) 13:13
Vele volken zullen van verre komen tot de naam Gods, des Heren, hebbende gaven in hun handen, en dat, gaven voor de Koning des hemels. Alle geslachten na elkander zullen u prijzen, en zullen u vervrolijking toebrengen.

Tobias (Tobit) 14:3
En na acht jaren werd hij weder ziende,

Judith 2:4
En het geschiedde, als hij zijn raadslag geëindigd had, zo riep Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs, Holofernes, de veldoverste zijns legers, die de tweede na hem was, en hij zeide tot hem:

Judith 8:9
En Judith hoorde de kwade woorden des volks tegen de oversten, dewijl zij kleinmoedig waren vanwege de schaarsheid des waters; en Judith hoorde ook al de woorden die Ozias tegen hen gesproken had, hoe hij hun gezworen had de stad over te geven aan de Assyriërs, na vijf dagen; en zij zond haar maagd, die over al haar goederen gesteld was, en riep tot zich Ozias, en Chabrin, en Charmin, de oudsten van haar stad.

Judith 8:28
Gijlieden zult deze nacht aan de poort staan, en ik zal met mijn dienstmaagd daaruit gaan, en binnen die dagen, na welke gij gezegd hebt de stad aan onze vijanden over te geven, zal de Here Israël door mijn hand bezoeken.

Judith 10:10
En Judith ging uit, en haar maagd met haar, en de mannen der stad zagen haar na, totdat zij de berg afgegaan, en totdat zij het dal doorgegaan was, en zij haar niet meer zagen.

Judith 16:1
EN Judith begon deze dankzegging te zingen onder gans Israël, en het gehele volk zong deze lofzang haar na.

Judith 16:25
En na die dagen trok een iegelijk weder naar zijn erve, en Judith kwam weder naar Bethulië, en bleef bij haar goederen.

Boek der Wijsheid 2:2
Want bij geval zijn wij geboren en na deze zullen wij zijn alsof wij niet geweest waren, want het snuiven in onze neusgaten is een rook, en de rede is een vonk voortkomende door de beweging van ons hart.

Boek der Wijsheid 4:2
Als zij tegenwoordig is, zo volgt men haar na, en gaat zij weg, zo verlangt men naar haar, en in de toekomende eeuw draagt zij een kroon, en triomfeert, nadat zij de strijd der prijzen, die onbevlekt zijn, gewonnen heeft.

Boek der Wijsheid 7:30
Want na dat licht komt de nacht, maar de boosheid zal de wijsheid niet overweldigen.

Boek der Wijsheid 8:13
Ik zal door haar de onsterfelijkheid hebben, en zal een eeuwige gedachtenis degenen achterlaten, die na mij komen zullen.

Boek der Wijsheid 9:16
En nauwelijks maken wij na de dingen die op aarde zijn, en met moeite vinden wij hetgeen onder handen is; wie heeft dan nagespeurd hetgeen in de hemelen is?

Boek der Wijsheid 10:8
Want de wijsheid voorbijgaande, hebben zij niet alleen deze schade, dat zij het goede niet kennen, maar laten ook in dit leven een gedachtenis na, van hun eigen dwaasheid, opdat zij zich niet zouden kunnen verbergen, zelfs in hetgeen waarin zij gestruikeld hebben.

Boek der Wijsheid 14:6
Want ook in het begin als de hovaardige reuzen vergingen, nam de hoop der wereld haar toevlucht tot een schip, en liet de wereld een zaad der voortteling na, zijnde bestuurd door uw hand.

Jezus Sirach 6:28
Speur haar na en zoek haar, en zij zal u bekend worden, en als gij haar machtig geworden zijt, zo laat haar niet van u.

Jezus Sirach 16:29
En na deze heeft de Here op aarde gezien, en heeft ze vervuld met zijn goederen.

Jezus Sirach 18:30
Ga uw lusten niet na, maar bedwing u van uw begeerten.

Jezus Sirach 24:37
Want ik giet lering uit gelijk een profetie, en laat ze, na tot eeuwige geslachten.

Jezus Sirach 27:18
Maar indien gij zijn heimelijke zaken zoudt geopenbaard hebben, zo volg hem niet na.

Jezus Sirach 34:3
Wat men in de dromen ziet, is dit na dat, evenals de gelijkheid van het aangezicht tegen het aangezicht over.

Jezus Sirach 38:30
Zulk een begeeft zijn hart om de schilderij na te maken, en waakt om het werk te voleinden.

Jezus Sirach 41:5
Vrees het oordeel des doods niet; gedenk aan degenen die voor u geweest zijn, en die na u komen zullen, want dit is het oordeel aan uw vlees door de Here opgelegd.

Jezus Sirach 44:10
Doch enigen zijn er waarvan geen gedachtenis is, en die vergaan zijn gelijk of zij niet geweest waren; en zijn geworden alsof zij nooit geboren waren; desgelijks hun kinderen na hen.

Jezus Sirach 44:13
Hun zaad is in de verbonden, en hun kinderen na hen.

Jezus Sirach 46:8
Opdat de volken al hun wapentuig zouden kennen, dat namelijk zijn oorlog voor de Here was, want ook volgde hij de machtige na.

Jezus Sirach 46:12
Opdat al de kinderen Israëls zouden zien, dat het goed is de Here na te volgen.

Jezus Sirach 47:1
NA deze stond Nathan, de profeet, op in de dagen van David.

Jezus Sirach 47:14
Na hem stond op zijn zoon zijnde een wijs man, en door hem heeft het volk in ruimte gewoond.

Jezus Sirach 47:26
En Salomo rustte met de vaderen, en liet na van zijn zaad een zeer dwaze onder het volk, en gering van verstand, namelijk Rehabeäm, die het volk deed afvallen door zijn raad.

Jezus Sirach 48:8
Gij, die koningen hebt gezalfd, dat zij het zouden vergelden, en profeten die na u zouden volgen.

Jezus Sirach 51:19
Mijn hart is in haar verheugd geweest, gelijk over een druif die na het bloeisel rijp wordt.

Baruch 6:47
Want zij hebben leugens en schande de nakomelingen na gelaten.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:41
En nu, wij volgen u na van ganser harte, en vrezen u, en zoeken uw aangezicht.

1 Makkabeeën 1:6
En na deze viel hij te bed; en wetende dat hij sterven zou,

1 Makkabeeën 1:9
En nadat hij gestorven was zetten zij allen koninklijke hoeden op, en hun zonen na hen, vele jaren;

1 Makkabeeën 1:30
Na twee volle jaren zond de koning de oversten over de schattingen in de steden van Juda, en hij kwam te Jeruzalem met een zeer grote menigte.

1 Makkabeeën 3:55
En na deze stelde Judas oversten des volks, oversten over duizend, en oversten over honderd, oversten over vijftig, en oversten over tien.

1 Makkabeeën 4:59
En Judas met zijn broeders, en de ganse vergadering van Israël, bepaalden dat de dagen der inwijding van het altaar, op hun tijden, jaar na jaar, acht dagen lang, van de vijfentwintigste dag der maand Chasleu, zouden gehouden worden met vreugde en blijdschap.

1 Makkabeeën 5:37
En na deze zaken vergaderde Timotheüs een ander leger, en legerde zich tegenover Rafon over de beek.

1 Makkabeeën 6:23
Wij hebben goed gevonden uw vader te dienen, en te wandelen in hetgeen door hem geboden werd, en na te komen zijn bevelen, waardoor de lieden van dit volk van ons vervreemd werden.

1 Makkabeeën 7:33
En na deze zaak ging Nicanor op naar de berg Sion, en daar gingen enigen van de priesters uit het heiligdom, en enigen van de ouderlingen des volks, om hem vreedzaam te begroeten, en om hem te tonen het brandoffer, dat voor de koning opgeofferd werd.

1 Makkabeeën 8:7
En dat zij hem levend gekregen hadden, en hem, en die na hem koningen zouden zijn, hadden opgelegd hun een grote schatting te geven, en gijzelaars te stellen, en een scheiding te maken;

1 Makkabeeën 8:30
En indien na deze woorden deze of gene iets zullen willen daarbij doen of afdoen, zo zullen zij dat doen mogen naar hun eigen goedvinden; en al wat zij daarbij zullen doen of daar afdoen, dat zal bondig wezen.

1 Makkabeeën 9:23
En het geschiedde na de dood van Judas, dat alle verbrekers der wet in de landpalen van Israël tevoorschijn kwamen, en dat allen die ongerechtigheid werkten, opstonden.

1 Makkabeeën 9:37
En na deze zaken werd aan Jonathan en zijn broeder Simon geboodschapt, dat de kinderen van Ambri een grote bruiloft hielden, en dat zij met grote staat de bruid, die een dochter was van een van de grote heren van Kanaän, geleidden van Nabadath.

1 Makkabeeën 10:34
En alle feestdagen, en sabbatten en nieuwe maanden, en andere vastgestelde dagen, en drie dagen voor het feest, en drie dagen na het feest, al deze dagen zullen al de Joden, die in mijn rijk zijn, dagen van tolvrijheid en kwijtschelding wezen.

1 Makkabeeën 11:53
En na deze is Tryfon wedergekeerd, en Antiochus, het jonge kind, met hem, en dat werd koning, en hij zette hem de koninklijke hoed op.

1 Makkabeeën 13:20
En na deze kwam Tryfon, om in het land te vallen, en om dat te verwoesten, en hij nam zijn weg in het ronde naar Adora; en Simon en zijn leger trokken hem tegen in alle plaatsen, waar hij heentrok.

1 Makkabeeën 14:24
Na deze zond Simon Numenius naar Rome, hebbende met zich een groot gouden schild van duizend ponden gewichts, om met hen het verbond van gemeenschap der wapenen te bevestigen.

1 Makkabeeën 16:24
Ziet, deze zijn geschreven in de boeken van de dagen van zijn hogepriesterschap, van de tijd af dat hij na zijn vader hogepriester is geworden.

2 Makkabeeën 4:23
En na de tijd van drie jaren zond Jason Menelaüs, des voorgemelden Simons broeder, om de koning het geld te brengen, en om hen in gedachtenis te brengen enige noodwendige zaken.

2 Makkabeeën 7:10
Na deze werd ook de derde bespot, en als zij zijn tong eisten, stak hij die terstond uit, en hij strekte zijn handen zeer vrijmoedig uit;

2 Makkabeeën 7:18
Na deze brachten zij de zesde voor, en als hij sterven zou, zeide hij: Dwaal niet tevergeefs, want wij lijden deze dingen om ons zelfs wil, omdat wij tegen onze God gezondigd hebben; want daar zijn aan ons dingen geschied die verwondering waardig zijn.

2 Makkabeeën 7:41
En de moeder is ook ten laatste na de zonen gestorven.

2 Makkabeeën 8:28
En na de Sabbat deelden zij uit aan de kranken, de weduwen, en de wezen van de buit, en het overige deelden zij onder zichzelf en onder hun knechten.

2 Makkabeeën 8:35
Vernederd zijnde door degenen, die naar zijn achting de minste waren, door de hulp des Heren, legde zijn heerlijke kleding af, en zichzelf eenzaam makende, vluchtte over de Middellandse zee, gelijk een slaaf die zijn heer ontloopt, en kwam te Antiochië, boven alles gelukkig zijnde na het verlies van zijn leger.

2 Makkabeeën 10:3
En als zij de tempel hadden gereinigd, hebben zij een ander altaar gemaakt, en als zij uit stenen vuur hadden geslagen, en het vuur daaruit hadden ontvangen, hebben zij offerande geofferd, na de tijd van twee jaren; en hebben het reukwerk, en de lampen, en de toonbroden verzorgd.

2 Makkabeeën 12:27
En na de vlucht en nederlaag van deze, heeft hij ook zijn leger gebracht voor Efron, een sterke stad, waarin een grote menigte van allerlei volk woonde; de dappere jongelingen, staande voor de muren, vochten zeer kloek, en daar was een grote voorraad van instrumenten en pijlen.

2 Makkabeeën 14:1
Na de tijd van drie jaren gebeurde het, dat Demetrius, de zoon van Seleucus, in de haven van Tripolis was ingevaren, met een sterke menigte en vloot;

3 Makkabeeën 2:7
Na welke straffen gij uw grote kracht bekend maaktet, en hem, toen hij Israël najaagde met wagens en menigte der volken, deed zinken in de diepte der zee, maar die op u, die aller schepselen Here zijt, betrouwden, hebt gij behouden daardoor gevoerd; welke de werken uwer handen erkennende, u de Almachtige geprezen hebben.

3 Makkabeeën 4:14
Na de voormelde tijd boodschapten de schrijvers de koning, dat zij de beschrijving der Joden niet langer konden doen, om hun ontelbare menigte, dewijl daar nog veel meer hier en daar in het land waren, sommigen nog blijvende bij huis, sommigen zijnde in andere plaatsen, zodat het ook alle stadhouders in Egypte onmogelijk was te doen.

3 Makkabeeën 5:22
Zo verdroeg Hermon zulk een onverwacht en vervaarlijk dreigement; en hij ontzette zich in zijn gelaat en aangezicht; en de een voor, de ander na van de vrienden werden droevig van gelaat, en schaamrood, en lieten degenen, die daar vergaderd waren, heengaan, een ieder tot zijn arbeid.

3 Makkabeeën 7:12
En zo straften zij hun medeburgers, die zich verontreinigd hadden, en die op de weg in hun handen vielen, en zij sloegen hen dood na hen vele openbare smaadheden aangedaan te hebben.