woord OT NT apo Bijbel
nahath5005

Vindplaatsen van nahath in het Oude Testament. Het woord komt er 5 keer voor, in 5 verzen.

Genesis 36:13
En dit zijn de zonen van Rehuël: Nahath, en Zerah, Samma en Mizza; dat zijn geweest de zonen van Basmath, Ezau's huisvrouw.

Genesis 36:17
En dit zijn de zonen van Rehuël, den zoon van Ezau: de vorst Nahath, de vorst Zerah, de vorst Samma, de vorst Mizza; dat zijn de vorsten van Rehuël in het land Edom; dat zijn de zonen van Basmath, de huisvrouw van Ezau.

1 Kronieken 1:37
De kinderen van Rehuël waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

1 Kronieken 6:26
Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

2 Kronieken 31:13
Maar Jehiel, en Azazja, en Nahath, en Asahel, en Jerimoth, en Jozabad, en Eliël, en Jismachja, en Mahath, en Benaja, waren opzieners, onder de hand van Chonanja en Simeï, zijn broeder; door het bevel van den koning Jehizkia en van Azaria, den overste van het huis Gods.