woord OT NT apo Bijbel
nederliggende6006

Vindplaatsen van nederliggende in het Oude Testament. Het woord komt er 6 keer voor, in 6 verzen.

Genesis 29:2
En hij zag toe, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen nevens dien nederliggende; want uit dien put drenkten zij de kudden; en er was een grote steen op den mond van dien put.

Genesis 49:14
Issaschar is een sterk gebeende ezel, nederliggende tussen twee pakken.

2 Samuël 13:8
En Thamar ging heen in het huis van haar broeder Amnon, (hij nu was nederliggende), en zij nam deeg, en kneedde het, en maakte koekjes toe voor zijn ogen, en bakte de koekjes.

Spreuken 6:10
Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende;

Spreuken 24:33
Een weinig slapens, een weinig sluimerens, en weinig handvouwens, al nederliggende;

Ezechiël 19:2
En zeg: Wat was uw moeder? Een leeuwin, onder de leeuwen nederliggende; zij bracht haar welpen op in het midden der jonge leeuwen.