woord OT NT apo Bijbel
neemt1045124179

Vindplaatsen van neemt in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 24 keer voor, in 24 verzen.

3 Ezra 4:23
En werkt gij niet, en arbeidt gij niet? en geeft gij niet alles, en brengt het aan de vrouw? Ja een man neemt zijn zwaard, en gaat heen op de wegen te liggen, en te roven en te stelen, en op de zee en rivieren te varen;

4 Ezra 2:36
Vliedt de schaduw dezer wereld; neemt de vreugde uwer heerlijkheid; ik betuig dit openlijk voor mijn Zaligmaker.

4 Ezra 2:37
Neemt de gave aan, die u aangeprezen wordt, en verheugt u, dankzeggende degene die u tot het hemels koninkrijk heeft geroepen.

4 Ezra 16:37
Ziet dit is het woord des Heren, neemt dat aan, en gelooft de goden niet, waarvan de Here spreekt.

Judith 14:1
EN Judith zeide tot hen: Hoort mij nu broeders, en neemt dit hoofd, en hangt dat uit, op de tinne van onze stadsmuur.

Boek der Wijsheid 13:13
En het overblijfsel daarvan dat nergens toe dienstig is, zijnde een hout dat krom en kwastig is, neemt hij, en als hij ledig is, snijdt hij het met zorgvuldigheid, en maakt daar een beeld van door de ervarenheid zijns verstands, en maakt het eens mensenbeeld gelijk.

Jezus Sirach 4:12
De wijsheid verhoogt haar eigen kinderen, en neemt degenen aan die haar zoeken.

Jezus Sirach 4:16
Die haar gehoorzaam is, zal de volken richten; en die op haar acht neemt, zal zeker wonen.

Jezus Sirach 14:24
Wie nabij haar huis herberg neemt en in haar muren zijn paal slaat, zijn tabernakel naar haar hand stelt,

Jezus Sirach 19:6
Wie zijn tong bedwingt, zal met degene die niet twistig is, leven; en wie klappen haat, die neemt af in boosheid.

Jezus Sirach 22:2
Een luie is gelijk koedrek op de mesthoop; wie hem op neemt, schudt de hand af.

Jezus Sirach 23:22
Een hoereerder is allerlei brood zoet; hij zal niet aflaten totdat hij zijn einde neemt.

Jezus Sirach 23:34
En de nagelatenen zullen bekennen, dat er niets beter is dan de vreze des Heren, en niets zoeter dan dat iemand acht neemt op de geboden Gods.

Jezus Sirach 26:8
Een boze vrouw is gelijk een juk ossen dat ginds en weer bewogen wordt; wie ze neemt, is gelijk degene, die een schorpioen aangrijpt.

Jezus Sirach 26:23
Een vrouw die loon neemt, wordt een mestvarken gelijk geacht, maar die een man heeft, zal een toren des doods geacht worden, degenen die haar gebruiken.

Jezus Sirach 28:30
Neemt acht dat gij niet enigszins daarin struikelt, opdat gij niet valt in tegenwoordigheid desgenen, die op u loert.

Jezus Sirach 36:23
Een vrouw neemt iedere man aan, maar de ene dochter is schoner dan de andere.

Jezus Sirach 36:28
Want wie zal een toegeruste moordenaar betrouwen, die uit de ene stad in de andere sluipt; zo betrouwt men een mens niet, die geen nest heeft, en neemt herberg waar hij ook des avonds is.

Jezus Sirach 37:5
Een metgezel arbeidt met zijn vriend om des buiks wil, en neemt een schild tegen de vijand.

Jezus Sirach 37:29
Want alle dingen zijn allen niet nut, en ieder neemt geen vermaak in alles.

Jezus Sirach 38:7
Door deze heelt hij de mens en neemt zijn krankheid weg.

Jezus Sirach 50:28
Zalig is hij, die zich in deze dingen oefenen zal, en die ze ter harte neemt, zal wijs worden.

2 Makkabee├źn 6:16
Daarom neemt hij zijn barmhartigheid nimmer van ons weg, en zijn eigen volk met tegenspoed kastijdende, verlaat hij het niet.

3 Makkabee├źn 6:22
Gij misbruikt de koning, en hebt de tirannen in wreedheid overtroffen, en gij neemt voor ook mijzelf, die uw genadige heer ben, mijn rijk en leven te benemen, heimelijk aanrichtende hetgeen het rijk niet bevorderlijk is.