woord OT NT apo Bijbel
netten96015

Vindplaatsen van netten in het Nieuwe Testament. Het woord komt er 6 keer voor, in 6 verzen.

Mattheüs 4:20
Zij dan, terstond de netten verlatende, zijn Hem nagevolgd.

Mattheüs 4:21
En Hij, van daar voortgegaan zijnde, zag twee andere broeders, namelijk Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeüs, hun netten vermakende, en heeft hen geroepen.

Marcus 1:18
En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.

Marcus 1:19
En van daar een weinig voortgegaan zijnde, zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, en dezelven in het schip hun netten vermakende.

Lukas 5:2
En Hij zag twee schepen aan den oever van het meer liggende, en de vissers waren daaruit gegaan, en spoelden de netten.

Lukas 5:4
En als Hij afliet van spreken, zeide Hij tot Simon: Steek af naar de diepte, en werp uw netten uit om te vangen.