woord OT NT apo Bijbel
niets1197941239

Vindplaatsen van niets in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 41 keer voor, in 40 verzen.

3 Ezra 2:28
Nu dan, zo heb ik bevolen, dat men deze mensen zal verhinderen hun stad te bouwen; en dat men daarop acht hebbe, dat niets verder daarin worde gedaan.

3 Ezra 8:8
Want Ezra had grote wetenschap bekomen, zodat hij niets naliet der dingen die van de wet des Heren waren, en van de geboden om gans Israël al de rechten en gerichten te leren.

4 Ezra 6:56
Doch de andere volken, die van Adam ook geboren zijn, hebt gij gezegd dat niets zijn, en zij zijn vergeleken met speeksel, en hun menigte hebt gij vergeleken met de druppel, die van een vat valt.

4 Ezra 6:57
En nu Here, ziet die volken, welke als niets geacht zijn, beginnen ons te overheersen en te verslinden.

4 Ezra 13:11
En het viel met geweld over de menigte, die bereid was om te strijden, en verbrandde hen allen, zodat van de ontelbare menigte weldra niets werd gezien, dan alleen stof, en sterk riekende rook; en ik zag het, en werd verschrikt.

Tobias (Tobit) 1:23
En al mijn goederen zijn geplunderd geworden, en mij is niets overgelaten dan Anna mijn huisvrouw, en Tobias mijn zoon.

Judith 8:12
En gij onderzoekt nu de Here, de Almachtige, maar zult in der eeuwigheid niets verstaan.

Boek der Wijsheid 3:17
Want indien zij al lang zouden leven, zo zullen zij toch voor niets geacht worden, en hun ouderdom zal op het laatste zonder eer zijn.

Boek der Wijsheid 4:5
De ontijdige takjes zullen rondom gebroken worden, en hun vrucht is onnut, onrijp tot spijs, en tot niets geschikt.

Boek der Wijsheid 4:18
Zij zullen het zien en niets achten, maar de Here zal hen uitlachen.

Boek der Wijsheid 7:8
Ik hield meer van haar dan van scepters en tronen; en rijkdom acht ik niets in vergelijking met haar.

Boek der Wijsheid 7:25
Want zij is een damp der kracht Gods, en een zuivere uitvloeiing der heerlijkheid van de almachtige, daarom valt in haar niets dat besmet is.

Boek der Wijsheid 7:28
Want God bemint niets, dan degene, die bij de wijsheid woont.

Boek der Wijsheid 9:6
Want of iemand onder de kinderen der mensen volmaakt zou zijn, zo zal hij toch niets geacht worden, wanneer de wijsheid, die van u komt, niet bij hem is.

Boek der Wijsheid 17:9
Want ook al had hen niets schrikkelijks bevreesd gemaakt, zo vergingen zij toch al bevende, zijnde vervaard door het ontmoeten der beesten en schuifelen der kruipende dieren.

Boek der Wijsheid 17:12
Want de vrees is niets anders dan een begeven der behulpzaamheden, die van het vernuft voortkomen.

Jezus Sirach 8:19
Verwek geen strijd met een toornige, en ga niet met hem door de woestijn, gelijk als niets is het bloed in zijn ogen, en waar geen hulp is, daar zal hij u ter neder werpen.

Jezus Sirach 8:21
Doe niets heimelijks voor een vreemde, want gij weet niet wat hij baren zal.

Jezus Sirach 10:6
Vergram u niet op uw naaste over enig onrecht, en doe niets door smadelijke werken.

Jezus Sirach 10:9
Daar is voorwaar niets onrechtvaardiger dan een geldgierige.

Jezus Sirach 18:33
Word niet arm, makende gelagen van ontleend geld, daar gij niets hebt in de beurs, want anders zult gij een verspieder zijn van uw eigen leven, waar men van spreken zal.

Jezus Sirach 21:21
Gelijk een huis dat vergaan is, zo is de vrijheid van de dwaas, en de kennis van de onverstandige niets anders dan woorden, die men niet onderzoeken kan.

Jezus Sirach 22:14
Spreek niet lang met een onwijze, en ga niet tot een onverstandige, want ongevoelig zijnde zal hij al uw dingen voor niets achten.

Jezus Sirach 23:34
En de nagelatenen zullen bekennen, dat er niets beter is dan de vreze des Heren, en niets zoeter dan dat iemand acht neemt op de geboden Gods.

Jezus Sirach 26:15
Een vrouw die weinig spreekt, en van een goed gemoed is, is een gave des Heren, en daar is niets waartegen men een wel onderwezen ziel verwisselen kan.

Jezus Sirach 32:20
Doe niets zonder raad, en als gij het gedaan hebt, laat het u niet berouwen.

Jezus Sirach 33:29
Indien hij niet gehoorzaam is, verzwaar zijn boeien, doch wees niet te streng jegens iemands lichaam, en doe niets zonder oordeel.

Jezus Sirach 39:23
De werken van alle vlees zijn voor zijn aangezicht, en daar kan niets verborgen worden voor zijn ogen.

Jezus Sirach 39:24
Van eeuw tot eeuw ziet hij daarop, en daar is niets te wonderlijk voor hem.

Jezus Sirach 42:30
Alle dingen zijn dubbel, het een tegenover het ander, en hij heeft niets gebrekkigs gemaakt.

Baruch 6:45
Zij zijn van de werkmeesters en goudsmeden toebereid, en daar wordt anders niets van dan de kunstenaars willen dat zij zijn.

Susanna (Dan. 13) 1:43
Gij weet dat zij leugens tegen mij getuigen, en zie ik moet sterven daar ik niets gedaan heb van hetgeen deze tegen mij boos getuigen.

1 Makkabeeën 8:28
En die met hen strijden zal niets gegeven worden, noch proviand, noch wapenen, noch geld, noch schepen; zo heeft het de stad Rome goed gedacht, en zij zullen deze artikelen onderhouden, en dat zonder bedrog.

1 Makkabeeën 11:37
En Demetrius ziende dat het land voor hem in stilte was, en dat daar niets was dat zich tegen hem stelde, zo heeft hij al zijn krijgsvolk laten gaan, een ieder naar zijn plaats; uitgenomen het vreemde krijgsvolk, dat hij van de vreemde eilanden en volken had aangenomen; daarom al het krijgsvolk, dat hij van zijn vaderen ontvangen had, is hem hatende geworden.

2 Makkabeeën 1:27
Vergader weder onze verstrooiing; maak vrij die onder de heidenen dienen; zie aan degenen, die als niets geacht zijn, en als een gruwel gehouden worden; en laat de heidenen bekennen dat gij onze God zijt.

2 Makkabeeën 4:15
En de eerlijke wijzen der vaderen als niets achtende, hielden zij dat de Griekse eer de beste was.

2 Makkabeeën 4:25
En des konings bevelen ontvangen hebbende, kwam hij te Jeruzalem, niets meebrengende dat des hogepriesterschaps waardig was; maar een grimmig gemoed van een wrede tiran en een verbolgenheid van een wild barbaars beest hebbende.

2 Makkabeeën 7:12
Zodat de koning zelf, en die bij hem waren, zich zeer verwonderden over de kloekmoedigheid van deze jongeling, dat hij deze pijnen voor niets achtte.

2 Makkabeeën 14:23
En Nicanor verkeerde te Jeruzalem, en hij deed niets ongerijmds, en hij dankte de scharen af, die bij menigten tot hem vergaderd waren.

3 Makkabeeën 5:27
Zo heeft de koning, die in alles een tweede Falaris was, vol onverstand zijnde, en niets achtende de veranderingen van zijn gemoed, die in hem door God, tot verschoning der Joden, waren geschied,