Vindplaatsen van het woord wenst in de apocriefe geschriften (13 verzen):

3 Ezra 8:10
De koning Artaxerxes wenst Ezra, de priester en leermeester van de wet des Heren, voorspoed.

1 Makkabeeën 10:18
De koning Alexander wenst zijn broeder Jonathan voorspoed.

1 Makkabeeën 10:25
En hij schreef hun met deze woorden: De koning Demetrius wenst het volk der Joden voorspoed.

1 Makkabeeën 11:30
De koning Demetrius wenst zijn broeder Jonathan, en het volk der Joden, voorspoed.

1 Makkabeeën 12:20
Areüs, de koning der Spartiaten, wenst de hogepriester Onias alle voorspoed.

1 Makkabeeën 13:36
De koning Demetrius wenst de hogepriester Simon, de vriend der koningen, en de ouderlingen, en het ganse Joodse volk, voorspoed.

1 Makkabeeën 15:2
En deze waren van de volgende inhoud: De koning Antiochus wenst Simon, de grote priester en overste, en het volk der Joden voorspoed.

1 Makkabeeën 15:16
Lucius, burgemeester der Romeinen, wenst aan koning Ptolomeüs voorspoed.

2 Makkabeeën 11:16
Want de brieven van Lysias aan de Joden geschreven, waren van deze inhoud: Lysias wenst het Joodse volk voorspoed.

2 Makkabeeën 11:22
En de brief van de koning was van deze inhoud: De koning Antiochus wenst zijn broeder Lysias voorspoed.

2 Makkabeeën 11:27
En de zendbrief van de koning aan het Joodse volk was dusdanig: De koning Antiochus wenst de raad der Joden, en al de andere Joden, voorspoed.

3 Makkabeeën 3:9
De koning Ptolomeüs Filopator wenst alle stadhouders en krijgslieden in Egypte, en de andere plaatsen geluk en voorspoed; ik zelf, en onze zaken varen wel.

3 Makkabeeën 7:1
De koning Ptolomeüs Filopator wenst de stadhouders in Egypte, en allen die over des lands zaken gesteld zijn, geluk en voorspoed; wij en onze kinderen varen ook nog wel.