woord OT NT apo Bijbel
waardig1553187

Vindplaatsen van waardig in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 31 keer voor, in 31 verzen.

4 Ezra 4:24
En waarom wij door de wereld zijn gegaan als sprinkhanen, en ons leven verbaasdheid is en vrees, en wij niet waardig zijn barmhartigheid te verkrijgen.

4 Ezra 8:49
Omdat gij u vernederd hebt, gelijk het u betaamt, en hebt u zelf niet waardig geoordeeld, dat gij onder de rechtvaardigen zeer zoudt verheerlijkt worden.

4 Ezra 12:9
Want gij hebt mij waardig geacht, dat gij het laatste der tijden mij zult vertonen.

4 Ezra 12:36
Gij dan zijt alleen waardig geacht, om deze verborgenheid des Allerhoogsten te weten.

4 Ezra 13:14
Gij hebt van den beginne uw dienstknecht deze wonderen getoond, en gij hebt mij waardig geacht, dat gij mijn gebed zoudt aannemen,

Boek der Wijsheid 1:16
Maar de goddelozen hebben dat met handen en met woorden tot zich geroepen, het houdende voor een vriend, zijn zij versmolten en hebben een verbond daarmee opgericht; want zij zijn waardig, dat zij het tot een deel hebben.

Boek der Wijsheid 3:5
Zijnde een weinig getuchtigd geweest, zullen zij grote weldaden genieten, omdat God hen heeft beproefd, en hen zijns waardig heeft bevonden.

Boek der Wijsheid 6:16
Want zij gaat rondom heen, zoekende degenen die harer waardig zijn, en op de paden verschijnt zij hun vriendelijk, en ontmoet hen met alle opmerkingen.

Boek der Wijsheid 7:15
En God heeft mij gegeven mijn mening te zeggen, en te bedenken hetgeen waardig te de dingen, die mij gegeven zijn, want hij leidt op de weg der wijsheid en bestiert de wijzen recht.

Boek der Wijsheid 9:12
En mijn werken zullen aangenaam zijn, en ik zal uw volk rechtvaardig richten, en zal waardig zijn de troon mijns vaders.

Boek der Wijsheid 12:26
Maar zij, die door de bespottelijke bestraffing zich niet hebben laten vermanen, zullen zodanig oordeel Gods beproeven, als zij waardig zijn.

Boek der Wijsheid 13:15
En hebbende voor datzelve zulk een huis gemaakt als het waardig is, zet hij het in de muur en maakt het vast met ijzer,

Boek der Wijsheid 15:6
Zulke mensen zijn beminnaars van kwade dingen, en zodanige hoop waardig, zowel die hen maken, als die hen begeren, en die hen eren.

Boek der Wijsheid 16:9
Want die werden wel van de beten der sprinkhanen en vliegen gedood, en geen genezing werd voor hun ziel gevonden, omdat zij waardig waren van zulke geplaagd te worden.

Boek der Wijsheid 18:4
Want zij waren ook waardig, dat zij van het licht beroofd en in de duisternis gevangen werden gehouden, die uw kinderen gevankelijk ingesloten hielden door welke het onverderfelijke licht uwer wet aan de wereld zou gegeven worden.

Boek der Wijsheid 19:4
Want de noodzakelijkheid, die zij waardig waren, trok hen tot dit einde, en bracht hen in een vergetelheid der dingen die hun wedervaren waren, opdat zij vervullen zouden de plaag die aan hun pijnen nog ontbrak.

Jezus Sirach 25:11
Hij is zalig die bij een verstandige vrouw woont, en die met de tong niet struikelt, en die niet dient degene, die zijns niet waardig is.

Jezus Sirach 26:16
Een schaamachtige en getrouwe vrouw, is genade op genade, en daar is geen ding van zulk gewicht dat waardig is haar kuise ziel.

Jezus Sirach 42:28
Hoe waardig zijn al zijn werken om te begeren! en om aanschouwd te worden tot op een vonkje toe!

Baruch 6:43
En wanneer een dezer weggerukt zijnde van iemand der genen die daar voorbijgaat, beslapen wordt, zo verwijt die zulks degene die naast haar gezeten is, dat zij des niet waardig ge acht is, gelijk als zij; en dat haar biesband niet is verbroken.

Esther (apocr.) 16:18
Omdat hij, die zulks teweeg had gebracht, aan de poorten van Susan met zijn gehele huis is gekruisigd, en zeer haastig een oordeel, gelijk hij waardig was, door God, die alle dingen regeert, heeft ontvangen.

Gebed van Manasse 1:9
Want mijn zonden zijn meer dan het zand aan de zee; mijn ongerechtigheden, Here, zijn zeer vele; mijn ongerechtigheden zijn zeer vele; en ik ben niet waardig dat ik de hoge hemel met mijn ogen aanzie, vanwege de menigte mijner overtredingen.

1 Makkabeeën 10:54
Laat ons dan nu met elkander vriendschap maken, en geef gij nu uw dochter mij ten huwelijk, en ik zal uw schoonzoon zijn, en ik zal u en haar geschenken geven, die uwer waardig zijn.

2 Makkabeeën 4:25
En des konings bevelen ontvangen hebbende, kwam hij te Jeruzalem, niets meebrengende dat des hogepriesterschaps waardig was; maar een grimmig gemoed van een wrede tiran en een verbolgenheid van een wild barbaars beest hebbende.

2 Makkabeeën 6:27
Waarom ik nu het leven moedig verwisselende met de dood, zo zal ik schijnen deze ouderdom waardig te zijn,

2 Makkabeeën 7:18
Na deze brachten zij de zesde voor, en als hij sterven zou, zeide hij: Dwaal niet tevergeefs, want wij lijden deze dingen om ons zelfs wil, omdat wij tegen onze God gezondigd hebben; want daar zijn aan ons dingen geschied die verwondering waardig zijn.

2 Makkabeeën 7:20
Maar de moeder is bovenmate zeer te bewonderen, en aller goede gedachtenis waardig, als die kloekmoedig verdragen heeft te aanschouwen, dat haar zeven zonen op één dag zijn omgebracht, om de hoop die zij hadden op de Here;

2 Makkabeeën 7:29
Vrees deze beul niet, maar wil u zo gedragen dat gij uwer broederen waardig zijt, en ontvang de dood, opdat ik in barmhartigheid u weder mag verkrijgen met uw broeders.

2 Makkabeeën 15:21
Zo heeft Makkabeüs, ziende de grote menigte, en de menigerlei toerusting der wapenen, en de wildheid der beesten, opheffende zijn handen naar de hemel, de Here aangeroepen, die wonderlijke dingen doet, als die wist dat de overwinning niet verkregen wordt door de wapenen, maar dat ze van hem gegeven wordt degenen, die hij oordeelt dit waardig te zijn.

3 Makkabeeën 3:18
Zo gelasten wij, zodra deze brief zal ontvangen zijn, dat men op diezelfde ure, allen die daarin getekend zijn met vrouwen en kinderen in ijzeren banden zal sluiten, en met smaadheid en plagen ons toezenden, tot een onafbiddelijke en schandelijke dood, die zulke vijanden waardig zijn.

3 Makkabeeën 4:9
Als nu dezen in dat voormelde schip gebracht waren, en het overvoeren voltrokken was, gelijkerwijs het door de koning was geboden, zo heeft hij gelast dat zij hen zouden legeren op het rijveld voor de stad, zijnde groot in omvang, en bovenmate wel gelegen voor degenen, die daar voorbij naar de stad kwamen, en voor degenen onder hen, die buiten naar het land reisden om dit voorbeeld der straf te zien; opdat zij noch met zijn krijgsvolk gemeenschap zouden hebben noch enigszins waardig geacht der stadsmuren.