woord OT NT apo Bijbel
waarheid10811244264

Vindplaatsen van waarheid in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 44 keer voor, in 44 verzen.

3 Ezra 3:12
De derde schreef: De vrouwen zijn de sterkste, maar boven alle overwint de waarheid.

3 Ezra 4:13
De derde, die van de vrouwen en van de waarheid had gezegd, namelijk Zerubabel, begon ook te spreken:

3 Ezra 4:33
Toen zagen de koning en de groten op elkander. En hij, begon te spreken van de waarheid.

3 Ezra 4:35
Is die niet groot die zodanige dingen doet? Doch de waarheid is groot en sterker dan allen.

3 Ezra 4:36
De gehele aarde roept de waarheid aan, en de hemel looft dezelve, en al de werken worden bewogen en beven, en bij haar is geen onrecht.

3 Ezra 4:37
De wijn is onrecht, in de koning is onrecht, in de vrouwen is onrecht, in alle kinderen der mensen is onrecht, en alle zodanige hun werken zijn onrecht; en daar is in hen geen waarheid, en in hun ongerechtigheid zullen zij vergaan.

3 Ezra 4:38
Maar de waarheid blijft en is sterk in der eeuwigheid; en zij leeft en heerst in alle eeuwigheid.

3 Ezra 4:40
En in haar oordeel is geen onrecht, en zij is de kracht, en het koninkrijk, en de macht, en de heerlijkheid, van alle eeuwen. Geprezen zij de God der waarheid!

3 Ezra 4:41
En hij zweeg stil. En al het volk riep toen, en sprak toen: Groot is de waarheid, en zij is sterk bovenal.

3 Ezra 5:40
En Nehemia en Attaria zeiden tot hen, dat zij geen deel zouden hebben aan de geheiligde dingen, totdat er een overpriester zou opstaan, die aangedaan was met openbaring en waarheid.

4 Ezra 5:1
VAN de tekenen nu. Ziet de dagen zullen komen, dat die op aarde wonen, zullen gegrepen worden, in grote rijkdom, en de weg der waarheid zal verborgen zijn, en het land zal zonder trouw zijn.

4 Ezra 6:28
Doch het geloof zal bloeien en de verdorvenheid zal overwonnen worden, en de waarheid zal te voorschijn komen, die zovele dagen zonder vrucht geweest is.

4 Ezra 7:34
Het recht nu zal allen overblijven; de waarheid zal bestaan, en het geloof zal sterk worden.

4 Ezra 7:44
De onmatigheid is losgemaakt, en het ongeloof is afgesneden, doch de gerechtigheid is toegenomen en de waarheid is opgestaan.

4 Ezra 8:23
Wiens bevel sterk, en wiens ordening verschrikkelijk is; wiens aanschouwen de afgronden uitdroogt; en wiens toom de bergen doet verdwijnen, gelijk de waarheid getuigt.

4 Ezra 8:26
En zie niet aan de misdaden uws volks, maar degenen, die u in waarheid dienen.

4 Ezra 8:35
Want in der waarheid, daar is niemand van die geboren zijn, die niet goddeloos heeft gehandeld, en van degenen die u belijden, die niet misdaan heeft.

4 Ezra 11:41
En hebt de aarde gericht niet naar waarheid?

4 Ezra 14:17
Want de waarheid is veel verder geweken en de leugen is naderbij gekomen, en nu zal het gezicht haast komen dat gij gezien hebt.

Tobias (Tobit) 1:3
Ik, Tobias, heb al de dagen mijns levens gewandeld in de wegen der waarheid, en der gerechtigheid, en heb veel aalmoezen gedaan aan mijn broederen, en mijn volk die tezamen met mij vertrokken waren in het land der Assyriërs, naar Nineve.

Tobias (Tobit) 3:2
Here, gij zijt rechtvaardig, en al uw wegen zijn barmhartigheid en waarheid, en gij oordeelt een waarachtig en rechtvaardig oordeel in der eeuwigheid.

Tobias (Tobit) 7:11
Doch ik wil u de waarheid openbaren. Ik heb mijn dochter aan zeven mannen gegeven, en wanneer zij nu tot haar zouden ingaan, stierven zij tegen die nacht. Maar wat nu belangt, zijt vrolijk.

Tobias (Tobit) 14:8
En alle heidenen zullen waarachtig bekeerd worden, om God de Here te vrezen, en zullen hun afgoden begraven. En alle heidenen zullen de Here loven; en zijn volk zal de Here belijden, en God zal zijn volk verhogen; en allen die God de Here liefhebben, zullen zich verblijden in waarheid en gerechtigheid, doende barmhartigheid aan onze broederen.

Judith 5:5
En Achior, de overste van al de kinderen Ammons, zeide tot hem: Mijnheer hoor toch een woord uit de mond uws knechts, en ik zal u de waarheid verhalen van dit volk, dat nabij u woont, en dit gebergte bewoont; en geen leugen zal uit de mond uws knechts gaan.

Boek der Wijsheid 3:9
Die op hem betrouwen zullen de waarheid verstaan, en de gelovigen zullen in liefde bij hem blijven, want genade en barmhartigheid is in zijn heiligen, en opzicht over zijn uitverkorenen.

Boek der Wijsheid 5:6
Voorwaar wij zijn van de weg der waarheid afgedwaald, en het licht der gerechtigheid heeft ons niet beschenen, en de zon der gerechtigheid is ons niet opgegaan.

Boek der Wijsheid 6:22
Wat nu wijsheid is, en hoe zij geworden is, zal ik u verkondigen, en zal u de verborgenheden niet verbergen, maar zal haar van het begin harer geboorte naarstig naspeuren, en haar kennis te voorschijn brengen, en zal de waarheid geenszins voorbijgaan.

Jezus Sirach 1:32
Omdat gij tot de vreze des Heren niet met waarheid zijt gekomen, en uw hart vol is van bedrog.

Jezus Sirach 4:30
Spreek de waarheid niet tegen in enig stuk, en word schaamrood over de leugen van uw ongeschiktheid.

Jezus Sirach 4:33
Kamp voor de waarheid tot in de dood, en God de Here zal voor u strijden.

Jezus Sirach 27:9
Het gevogelte nestelt bij zijns gelijken, en de waarheid komt weder tot degenen, die haar betrachten.

Jezus Sirach 31:24
Hoor mij, mijn kind, en veracht mij niet, en gij zult ten laatste de waarheid mijner woorden bevinden.

Jezus Sirach 34:4
Van het onreine, wat zal daarvan gereinigd worden? en van de leugenaar, welke waarheid zal daarvan komen?

Jezus Sirach 37:16
En in alle deze bid de Allerhoogste, opdat de waarheid uw weg recht make.

Jezus Sirach 41:24
Schaamt u voor verachting van Gods waarheid en verbond; en met de elleboog te liggen op het brood, en voor schandelijke afwijzing in het ontvangen en uitgeven.

Jezus Sirach 45:12
Met een heilige gouden, en hemelsblauwe en purperen rok, het werk van een borduurwerker; met de lap van het gericht, openbare tekenen der waarheid;

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:27
Want gij zijt rechtvaardig in alles, wat gij ons gedaan hebt; en al uw werken zijn waarachtig, en uw wegen zijn recht, en al uw oordelen zijn waarheid.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:28
Gij hebt waarachtige oordelen geoefend in al wat gij over ons gebracht hebt, en over Jeruzalem, de heilige stad onzer vaderen, want gij hebt in waarheid en gericht deze dingen over ons gebracht, om onzer zonden wil.

1 Makkabeeën 7:18
En een vreze voor hen, en een beving viel op het ganse volk, zodat zij zeiden: Daar is geen waarheid, noch recht onder hen, want zij hebben het verbond en de eed, die zij gezworen hadden, verbroken.

2 Makkabeeën 3:9
Hij dan gekomen zijnde te Jeruzalem, en zeer vriendelijk door de hogepriester der stad ontvangen zijnde, heeft meegedeeld hetgeen te kennen gegeven was, en heeft verklaard om wat oorzaak hij daar was, en hij vraagde of deze dingen zo in der waarheid waren.

2 Makkabeeën 3:38
Indien gij een vijand hebt, of een die uw zaken lagen legt, zendt die daar, en gij zult hem wel gegeseld weder krijgen, indien hij behouden ontkomt, omdat in der waarheid in die plaats een kracht Gods is.

2 Makkabeeën 7:6
Sprekende aldus: God de Here ziet het aan, en zal in de waarheid over ons vertroost worden; gelijk Mozes in zijn lied, hetwelk hij tegen hen in het aangezicht heeft betuigd, verklaart, zeggende: en over zijn dienstknechten zal hij vertroost worden.

3 Makkabeeën 4:13
Intussen was de koning grotelijks en gestadig vervuld met blijdschap, en hield maaltijden voor alle afgoden; zijn hart was verre van de waarheid afgedwaald, en met zijn onheilige mond prees hij de stomme afgoden, die hem niet konden toespreken of helpen; maar tegen de hoogste God sprak hij dingen die niet betamen.

3 Makkabeeën 7:10
En hij begreep, dat zij de waarheid zeiden, en prees hen ook, en gaf hun macht over alle zodanigen dat zij degenen, die de wet Gods overtreden hadden, in alle plaatsen van zijn koninkrijk vrij zonder enige verdere koninklijke macht of onderzoek, zouden uitroeien.