woord OT NT apo Bijbel
wacht1101722149

Vindplaatsen van wacht in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 22 keer voor, in 22 verzen.

3 Ezra 4:11
Daarenboven zit hij neder, eet hij, drinkt hij, slaapt hij, zo hebben zij de wacht ringswijze rondom hem, en niemand durft weggaan, noch zijn eigen werken doen, en zijn hem niet ongehoorzaam.

Tobias (Tobit) 4:13
Kind, wacht u van alle hoererij, en neem u een vrouw van het zaad uwer vaderen, en neem geen vreemde vrouw, die niet is uit de stam uws vaders, dewijl wij kinderen der profeten zijn. Noach, Abraham, Izaäk, Jakob zijn onze vaderen van ouds af; gedenk, kind, dat deze allen vrouwen genomen hebben uit hun broederen, en zij zijn gezegend in hun kinderen, en hun zaad zal het aardrijk beërven.

Tobias (Tobit) 5:10
En Tobias zeide tot hem: Wacht op mij, ik zal het mijn vader aanzeggen; en hij sprak tot hem: Ga heen, en vertoef niet.

Judith 7:5
En zij namen al hun wapenen en ontstaken vuren op hun torens, en bleven die gehele nacht op de wacht.

Judith 7:10
En nu, heer, beoorloog hen niet gelijk in een bestorming geschiedt, en niet één man zal uit uw volk vallen; blijf maar in uw leger, en behoud al de mannen van het heer, en laat maar uw dienstknechten de waterfontein bemachtigen, die uit de voet van deze berg voortkomt, want allen, die in Bethulië wonen, halen hun water daaruit, en alzo zal hen de dorst wegnemen en zij zullen hun stad moeten overgeven; en wij en ons volk zullen op de naaste spitsen der bergen klimmen, en zullen ons daarom legeren en wacht houden, dat er niet één man uit de stad zal gaan; en zij zullen versmelten door honger, zij en hun vrouwen en hun kinderen, en eer het zwaard over hen komt, zullen zij nedergeveld worden op de straten hunner woning. En gij zult hun zware vergelding doen, omdat zij tegen u opgestaan zijn, en dat zij u niet in vrede zijn tegemoet gekomen.

Judith 13:13
En Judith zeide van verre tot degenen, die de wacht hadden over de poorten: Doet open! doet toch de poort open, God, onze God, is met ons om nog kracht te bewijzen in Israël, en tegen de vijanden, gelijk hij ook heden gedaan heeft.

Judith 14:2
En wanneer de morgenstond zal aanlichten, en de zon op aarde opgaan, zo zal een iegelijk van u zijn krijgsuitrusting nemen, en gij allen, die kloeke mannen zijt, zult uitgaan buiten de stad, en zult een overste stellen tegen hen, als of gij wildet nederdalen in het veld, tegen de eerste wacht der kinderen van Assur, maar gij zult niet henen afgaan.

Boek der Wijsheid 1:11
Wacht ulieden dan voor de onnutte murmurering en onthoudt uw tong van achterklappen, want de verborgen rede zal niet ledig heengaan, en de mond die liegt, brengt de ziel om.

Jezus Sirach 3:14
Indien hem het verstand begeeft, zo houd hem dat ten goede, en wacht u met al uw vermogen dat gij hem niet onteert.

Jezus Sirach 4:23
Neem de gelegenheid des tijds waar, en wacht u van het boze.

Jezus Sirach 6:13
Scheid u af van uw vijanden, en wacht u voor uw vrienden.

Jezus Sirach 11:34
Wacht u voor een boosdoener, want hij smeedt boze dingen; dat hij u niet te eniger tijd een eeuwige schandvlek geve.

Jezus Sirach 12:11
Indien hij zou vernederd worden, en gekromd gaan, bedwing uzelf, en wacht u van hem, en gij zult hem zijn als die een spiegel heeft afgeveegd, en zult gewaar worden, dat hij die niet tot het einde toe verroest maken kan.

Jezus Sirach 13:9
Wacht u dat gij niet verleid wordt door uw gedachten,

Jezus Sirach 17:12
Wacht u van alle ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk een van zijn naaste.

Jezus Sirach 18:26
Van 's morgens vroeg tot op de avond verandert de tijd, en al deze dingen zijn haastig voor de Here. Een wijs mens vreest altijd, en in de dagen der zonden wacht hij zichzelf voor mishandeling, maar een dwaas zal de tijd niet waarnemen.

Jezus Sirach 22:31
Wie zal mij een wacht aan mijn mond stellen, en een scherpzinnig zegel op mijn lippen, opdat ik niet schielijk valse vanwege mijn tong, en zij mij niet verderve?

Jezus Sirach 32:22
Vertrouw op de weg niet, die zonder aanstoot is, en wacht u voor uw kinderen.

Jezus Sirach 40:30
Maar een verstandig man, en die onderwezen is, wacht zich daarvan.

Jezus Sirach 42:14
Houd scherpe wacht over een wrevelige dochter, dat zij niet misschien make dat uw vijanden over u vrolijk zijn, dat men in de stad van u spreke en het volk u naroepe, en zij u beschame in de menigte van lieden.

Jezus Sirach 43:11
Door de woorden van de heilige worden zij gesteld tot een veroordeling, en worden niet verhinderd in haar wacht.

Susanna (Dan. 13) 1:59
Toen zeide Daniël tot hem: Zeer wel, gij hebt ook tegen uw eigen hoofd gelogen, want de engel Gods, die het zwaard heeft, wacht op u, om u middendoor te houwen, opdat hij ulieden uitroeie.