woord OT NT apo Bijbel
waterbeken100212

Vindplaatsen van waterbeken in het Oude Testament. Het woord komt er 10 keer voor, in 10 verzen.

Deuteronomium 8:7
Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;

Deuteronomium 10:7
Van daar reisden zij naar Gudgod, en van Gudgod naar Jotbath, een land van waterbeken.)

Psalmen 1:3
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.

Psalmen 119:136
Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.

Spreuken 5:16
Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten;

Spreuken 21:1
Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.

Jesaja 32:2
En die man zal zijn als een verberging tegen den wind, en een schuilplaats tegen den vloed, als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land.

Jesaja 44:4
En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken.

Jeremia 31:9
Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm is Mijn eerstgeborene.

Klaagliederen 3:48
Pe. Met waterbeken loopt mijn oog neder, vanwege de breuk der dochter mijns volks.