woord OT NT apo Bijbel
weet22519349467

Vindplaatsen van weet in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 49 keer voor, in 46 verzen.

4 Ezra 4:46
Hetgeen voorbijgegaan is, dat weet ik; maar wat toekomende is, dat weet ik niet.

4 Ezra 4:52
Toen antwoordde hij mij en zeide: Van de tekenen waarvan gij mij vraagt, kan ik u ten dele zeggen, maar van uw leven ben ik niet gezonden u te zeggen, want ik weet het ook niet.

4 Ezra 5:17
Waar zijt gij geweest, en waarom is uw gelaat zo droevig? Weet gij niet dat Israël u bevolen is in het land zijner gevangenis?

4 Ezra 6:16
Daar men dan van die dingen spreekt, zo beeft zij en wordt bewogen, want zij weet dat haar einde moet veranderd worden.

4 Ezra 7:62
En ik antwoordde en zeide: Ik weet Here dat de Allerhoogste daarom barmhartig genoemd is, omdat hij zich hunner ontfermt, die nog in de wereld niet zijn gekomen,

4 Ezra 8:15
En nu, Here, van alle mensen weet gij het best, maar veel meer zal ik spreken van uw volk, om hetwelk ik treurig ben,

4 Ezra 10:35
Want ik heb gezien wat ik niet wist, en ik hoorde wat ik niet weet.

4 Ezra 12:38
En gij zult ze de verstandigen onder uw volk leren, namelijk wier harten gij weet dat deze verborgenheden kunnen vatten en behouden.

4 Ezra 13:24
Zo weet dan, dat die zaliger zullen zijn die overgelaten zijn, dan die gestorven zijn.

4 Ezra 14:21
Overmits uw wet verbrand is, en daarom weet niemand de dingen die door u gedaan zijn, noch de werken die geschieden zullen.

4 Ezra 16:57
En door zijn woord zijn de sterren gefundeerd, en hij weet haar getal.

4 Ezra 16:64
Die weet uw raadslagen, en wat gij in uw harten bedenkt, wanneer gij zondigt, en uw zonden wilt bedekken.

Tobias (Tobit) 3:17
Gij weet Here, dat ik zuiver ben van alle misdaad des mans.

Tobias (Tobit) 11:2
En Rafaël zeide tot Tobias: Gij weet, broeder, hoe gij uw vader achtergelaten hebt.

Tobias (Tobit) 11:7
Zie uw zoon komt, en de man die met hem getrokken is; en Rafaël zeide: Ik weet dat uw vader zijn ogen zal opendoen.

Tobias (Tobit) 13:7
Keert weder gij zondaars, en doet gerechtigheid voor zijn aanschijn; wie weet het, of hij lust tot u kreeg, en u barmhartigheid bewees?

Judith 9:4
Want gij hebt de dingen gedaan, welke voor die waren, en die dingen zelf, en die daarna zijn geschied, en weet de dingen die nu zijn, en die toekomende zijn, en, die dingen, die gij beraadslaagd hebt, zijn daar komen staan, en hebben gezegd: Ziet hier zijn wij.

Boek der Wijsheid 5:12
Of gelijk wanneer een pijl, naar het doelwit geschoten zijnde, de lucht die daardoor verdeeld was, terstond weder tezamen loopt, zodat men zijn doorgang niet weet.

Boek der Wijsheid 8:8
En zo ook iemand de ervarenheid veler dingen begeert, zij weet de oude geschiedenissen, en de toekomstige dingen gist zij; zij weet de verdraaiing der woorden en de ontbinding der raadselen; tekenen en wonderen weet zij tevoren, en de uitkomsten van gelegenheden en tijden.

Boek der Wijsheid 9:9
Bij u is de wijsheid, die uw werken weet, en tegenwoordig was, toen gij de wereld maakte, en verstaat wat aangenaam is in uw ogen, en wat recht is in uw geboden.

Boek der Wijsheid 9:11
Want zij weet alle dingen, en verstaat ze, en zal mij voorzichtig leiden in mijn handelingen, en mij bewaren door haar heerlijkheid.

Boek der Wijsheid 15:13
Want deze weet boven alle anderen dat hij zondig, makende van aardse stoffen vaten die licht breken, en gesneden beelden.

Jezus Sirach 8:21
Doe niets heimelijks voor een vreemde, want gij weet niet wat hij baren zal.

Jezus Sirach 9:14
Benijd de zondaar zijn eer niet, want gij weet niet welke zijn verandering is.

Jezus Sirach 9:18
Weet, dat gij in het midden der strikken doorgaat, en op de tinnen der stad wandelt.

Jezus Sirach 11:19
Wanneer hij zegt: Ik heb rust gevonden, nu zal ik van mijn goederen eten zonder ophouden, en hij weet niet wat tijd hem overkomen zal, en hij zal ze anderen nalaten en sterven.

Jezus Sirach 12:1
INDIEN gij weldoet, zo weet aan wie gij het doet, en gij zult dank voor uw weldaden hebben.

Jezus Sirach 26:29
Een vrouw die groot getier maakt, en de tong dapper weet te roeren, zal beschouwd worden als bekwaam tot afwering der vijanden; en een ieders mensen ziel, die deze in zeden gelijk is, zal zijn leven in de oproeren des krijgs overbrengen.

Jezus Sirach 34:9
Een man, die gedwaald heeft, weet vele dingen, en die veel ervaren heeft, zal verstandige dingen verhalen.

Jezus Sirach 34:10
Die niet ervaren is, weet weinig, maar die gedwaald heeft, is meerder in schranderheid.

Jezus Sirach 37:13
Acht op deze niet in een van al uw beraadslagingen, maar houdt u steeds bij een godvrezende man, van wie gij weet dat hij de geboden des Heren bewaart, die gezind is gelijk gij, en indien gij zoudt komen te struikelen, die met u bedroefd is.

Jezus Sirach 38:26
Wat zou hij wijs worden, die de ploeg houdt, en roem draagt in de prikkel, die de ossen drijft, en opgevoed wordt in de werken derzelve, en die van jonge stieren weet te spreken?

Baruch 2:30
Want ik weet dat zij mij niet zullen horen, dewijl het een hardnekkig volk is.

Baruch 3:31
Daar is niemand die haar weg weet, noch haar pad bedenkt.

Baruch 3:32
Maar die alle dingen weet, die kent haar; hij heeft haar gevonden door zijn vernuft, die de aarde bereid heeft tot een eeuwige tijd, die ze vervuld heeft met viervoetige gedierten.

Esther (apocr.) 13:12
Gij kent alle dingen, gij weet, Here, dat ik niet uit spijtigheid, noch uit hovaardigheid, noch uit eergierigheid, dit heb gedaan, dat ik de hovaardige Haman niet heb aangebeden.

Esther (apocr.) 14:15
Gij hebt kennis van alle dingen, en weet dat ik de eer der goddelozen haat, en een afschuw heb van het bed der onbesnedenen, en van alle vreemden.

Esther (apocr.) 14:16
Gij weet, dat ik het doen moet, en dat ik een afschuw heb van het teken mijner hovaardij, dat op mijn hoofd is, in de dagen dat ik mij moet laten zien; en heb een afschuw daarvan, als van een onreine doek, en draag het niet wanneer ik in stilte ben.

Susanna (Dan. 13) 1:42
Doch Susanna riep uit met luider stem, en zeide: O eeuwige God, die een kenner zijt der verborgen dingen, en die alle dingen weet eer zij zijn,

Susanna (Dan. 13) 1:43
Gij weet dat zij leugens tegen mij getuigen, en zie ik moet sterven daar ik niets gedaan heb van hetgeen deze tegen mij boos getuigen.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:34
En Habakuk zeide: Here, ik heb Babylon nooit gezien, en weet niet waar de kuil is.

1 Makkabeeën 2:65
En ziet Simon, uw broeder, ik weet dat hij een man van raad is, hoort hem al uw dagen, hij zal u tot een vader zijn.

1 Makkabeeën 3:52
En zie, de heidenen zijn tegen ons vergaderd om ons te vernielen. Gij weet wat zij tegen ons denken.

1 Makkabeeën 13:3
En vermaande hen, en zeide tot hen: Gij weet zelf, wat ik en mijn broeders, en het huis mijns vaders gedaan hebben voor de wetten en voor het heiligdom, en de oorlogen en de benauwdheden, die wij gezien hebben.

2 Makkabeeën 7:22
Zeggende tot hen: Ik weet niet hoe gij in mijn lichaam zijt voortgebracht, noch heb ik u de geest en het leven gegeven, noch heb ik de eerste beginselen, waaruit een ieder van u bestaat, bijeengeschikt;

3 Makkabeeën 3:10
Nadat wij onze krijgstocht in Azië gedaan hadden, die gijlieden ook zelf weet, die door der goden onverhinderlijke bijstand naar onze wil ten einde gebracht is, zo hebben wij gedacht, niet met geweld van wapen maar met zachtheid en veel vriendelijkheid de volken, die in Celo-Syrië en Fenicië wonen, goedertieren te behandelen, en hen gaarne goed te doen.