woord OT NT apo Bijbel
wegen1751644235

Vindplaatsen van wegen in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 44 keer voor, in 43 verzen.

3 Ezra 4:23
En werkt gij niet, en arbeidt gij niet? en geeft gij niet alles, en brengt het aan de vrouw? Ja een man neemt zijn zwaard, en gaat heen op de wegen te liggen, en te roven en te stelen, en op de zee en rivieren te varen;

4 Ezra 4:3
En ik zeide: Ja mijn Here. En hij antwoordde mij en sprak: Ik ben tot u gezonden om drie wegen aan te wijzen, en om drie gelijkenissen u voor te stellen,

4 Ezra 5:12
Te dier tijd zullen de mensen hopen en niet verkrijgen; zij zullen arbeiden maar hun wegen zullen niet gericht worden.

4 Ezra 7:23
En hebben zichzelf bedriegerijen der zonde voorgesteld, en hebben bovendien tot de Allerhoogste gezegd, dat hij niet is, en hebben zijn wegen niet gekend.

4 Ezra 7:52
En dat de eer des Allerhoogsten bewaard wordt, om hen te beschermen, die lijdzaam geleefd hebben, en wij toch in de kwaadste wegen gewandeld hebben?

4 Ezra 8:56
Want zij hebben hun vrijheid aangenomen, en de Allerhoogste veracht, en hebben zijn wet versmaad, en zijn wegen verlaten.

4 Ezra 9:9
Dan zullen niet ontfermd worden, die mijn wegen misbruikt hebben, en die zullen in pijn wonen, die ze verworpen en veracht hebben.

4 Ezra 12:4
Ziet, gij hebt mij dit gedaan, daarmee dat gij de wegen des Allerhoogsten onderzoekt.

4 Ezra 14:31
En het land, namelijk het land Sion is ulieden tot een erfdeel gegeven; en uw vaders en gijlieden hebt onrecht gedaan, en hebt de wegen niet gehouden die de Allerhoogste bevolen had.

4 Ezra 16:33
En het land zal woest blijven, en zijn velden zullen verouderen, en zijn wegen en al zijn paden zullen met doornen bewassen, omdat er geen mensen door hetzelve zullen gaan.

Tobias (Tobit) 1:3
Ik, Tobias, heb al de dagen mijns levens gewandeld in de wegen der waarheid, en der gerechtigheid, en heb veel aalmoezen gedaan aan mijn broederen, en mijn volk die tezamen met mij vertrokken waren in het land der Assyriërs, naar Nineve.

Tobias (Tobit) 3:2
Here, gij zijt rechtvaardig, en al uw wegen zijn barmhartigheid en waarheid, en gij oordeelt een waarachtig en rechtvaardig oordeel in der eeuwigheid.

Tobias (Tobit) 4:6
Gedenk, kind, alle tijd de Here onze God, en wil niet zondigen noch zijn geboden overtreden, oefen gerechtigheid al de dagen uws levens, en wandel niet in de wegen der ongerechtigheid. Want als gij oprechtelijk zult handelen, zo zal het welgaan in uw werken, en met al degenen die de gerechtigheid doen.

Tobias (Tobit) 4:20
Loof de Here te allen tijde, en begeer van hem dat uw wegen recht zijn mogen, en dat al uw paden en uw raadslagen goede voortgang mogen hebben. Want geen volk heeft raad bij zich; maar de Here zelf geeft al het goed, en zo wie hij wil vernedert hij, gelijk het hem belieft. En nu kind, gedenk mijn geboden, en laat die uit uw hart niet uitgewist worden.

Judith 9:5
Want al uw wegen zijn bereid, en uw oordeel is u tevoren bekend.

Judith 14:5
En gijlieden zult hen achtervolgen, mitsgaders allen die in de gehele landpale Israëls wonen, en zult hen nedervellen in hun wegen.

Judith 15:2
En daar was geen mens die staande bleef voor het aanschijn zijns naasten, maar liepen weg, en vluchtten gezamenlijk op alle wegen van het vlakke veld, en van het gebergte; en die zich gelegerd hadden op het gebergte rondom Bethulië, werden ook op de vlucht gebracht.

Boek der Wijsheid 2:16
Wij worden van hem geacht als vals zilver, en hij houdt zich af van onze wegen, als van onreinheden: hij prijst zalig het einde der rechtvaardigen, en pocht dat God zijn vader is.

Boek der Wijsheid 12:24
Want ook waren zij zo ver in de wegen der dwalingen verdoold, dat zij ook de dieren, die bij hun vijanden ongeeerd waren, voor goden hielden, zijnde bedrogen gelijk de onverstandige kinderen.

Jezus Sirach 1:5
Het woord Gods, die in de allerhoogste plaatsen woont, is de fontein der wijsheid, en haar wegen zijn eeuwige geboden.

Jezus Sirach 2:6
Geloof hem en hij zal u helpen, maak uw wegen recht, en hoop op hem.

Jezus Sirach 2:18
Die de Here vrezen, zullen zijn woorden niet ongehoorzaam zijn, en die Hem liefhebben, zullen zijn wegen bewaren.

Jezus Sirach 5:2
Volg uw ziel niet, noch uw sterkte, om te gaan in de wegen uws harten.

Jezus Sirach 6:27
Ga tot haar met geheel uw ziel, en bewaar haar wegen met geheel uw kracht.

Jezus Sirach 11:15
Wijsheid en wetenschap, en kennis der wet is van de Here; liefde en wegen der goede werken zijn van hem.

Jezus Sirach 14:22
Die zijn wegen in zijn hart bezint, die zal ook in haar verborgenheden verstandig worden; ga uit achter haar gelijk een naspeurder, en loer op haar wegen.

Jezus Sirach 16:21
En wie kan zijn wegen bedenken? zij zijn gelijk een storm wind, welke de mens niet zien kan; en het meerderdeel zijner werken is voor ons verborgen.

Jezus Sirach 17:13
Hun wegen zullen niet verborgen zijn voor zijn ogen, zijnde altijd voor hem, maar ieder mens is van de jeugd af geneigd tot het kwade, en, zij hebben hun harten in plaats van steen en geen vlesen kunnen maken.

Jezus Sirach 17:15
Daarom zijn al hun werken voor hem gelijk als de zon, en zijn ogen zien steeds op hun wegen.

Jezus Sirach 23:26
Welke zien op alle wegen der mensen, en merken op de verborgene delen.

Jezus Sirach 33:11
Evenwel heeft hen de Here door zijn grote wetenschap onderscheiden, en hun wegen veranderd.

Jezus Sirach 33:13
Zij zijn in zijn hand gelijk het leem eens pottenbakkers, al zijn wegen zijn naar zijn welbehagen.

Jezus Sirach 39:28
Zijn wegen zijn de heiligen recht, gelijkerwijs zij de goddelozen tot aanstoot zijn.

Jezus Sirach 48:25
Want Hiskia deed wat de Here behaagde, en hield vast aan de wegen van David, zijn vader, gelijk Jesaja die grote en eerwaardige profeet in zijn gezicht geboden had.

Jezus Sirach 49:8
Die hebben de uitverkoren, heilige stad verbrand, en haar wegen woest gemaakt door de hand van Jeremia.

Jezus Sirach 49:11
Want ook gedacht hij de vijanden in de plasregen, en bracht terecht die hun wegen recht maakten.

Baruch 4:26
Mijn tedere kinderen zijn door scherpe wegen heengegaan; zij zijn weggerukt als een kudde, die door de vijanden geroofd is.

Baruch 6:42
Nu de vrouwen met biezenbanden omgord, zitten op de wegen, om rookwerk van zemelen te offeren.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:27
Want gij zijt rechtvaardig in alles, wat gij ons gedaan hebt; en al uw werken zijn waarachtig, en uw wegen zijn recht, en al uw oordelen zijn waarheid.

1 Makkabeeën 5:4
En indachtig wordende de boosheid van de kinderen van Bajan, die het volk geweest waren tot een strik en aanstoot, doordat zij hun op de wegen lagen hadden gelegd;

1 Makkabeeën 15:41
En schikte daarin ruiters en krijgsknechten, opdat zij uitvallende de wegen van Judea zouden doorlopen, gelijk de koning hem gelast had.

2 Makkabeeën 3:19
En de vrouwen, zijnde met zakken omgord onder haar borsten, vervulden de wegen, en van de maagden, die opgesloten waren, liepen sommigen tezamen naar de poorten, sommigen op de muren, en sommigen zagen naar beneden uit de vensters,

2 Makkabeeën 9:8
Hij, die kort tevoren de baren der zee scheen te willen gebieden, met een vermetelheid, die de menselijke gedachten te boven ging, en die meende dat hij de hoogste bergen met een schaal zou wegen, als hij op de aarde was, werd in een rosbaar gedragen, de openbare macht Gods in zich voor allen betonende,