woord OT NT apo Bijbel
weggaan62311

Vindplaatsen van weggaan in het Oude Testament. Het woord komt er 6 keer voor, in 6 verzen.

Exodus 14:21
Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.

Richteren 7:7
En de HEERE zeide tot Gideon: Door deze driehonderd mannen, die gelekt hebben, zal Ik ulieden verlossen, en de Midianieten in uw hand geven; daarom laat al dat volk weggaan, een ieder naar zijn plaats.

Ruth 2:8
Toen zeide Boaz tot Ruth: Hoort gij niet, mijn dochter? Ga niet, om in een ander veld op te lezen; ook zult gij van hier niet weggaan, maar hier zult gij u houden bij mijn maagden.

1 Samuël 30:22
Toen antwoordde een ieder boos en Belials man onder de mannen, die met David getogen waren, en zij zeiden: Omdat zij met ons niet getogen zijn, zullen wij hun van den buit, dien wij gered hebben, niet geven, maar aan een iegelijk zijn vrouw en zijn kinderen; laat hen die heenleiden, en weggaan.

Job 24:10
Den naakte doen zij weggaan zonder kleed, en hongerig, die garven dragen.

Spreuken 22:10
Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.